Tussentijdse resultaten evaluatie vernieuwingen vmbo 2019

Vanaf 2016-2017 zijn de beroepsgerichte programma’s in het vmbo vernieuwd. Deze vernieuwing beoogt een actueel en herkenbaar onderwijsaanbod dat voor ouders en leerlingen overzichtelijk is, regionaal dekkend is en aansluit op de behoefte van het mbo en de regionale arbeidsmarkt. Onderzoek van Researchned, SEO, ecbo, ROA & Bureau Turf monitort de vernieuwing van het vmbo tussen 2016 en 2022 en evalueert in hoeverre de doelstellingen van deze vernieuwing worden bereikt. Daarbovenop evalueert dit onderzoek ook de extra investeringen van het kabinet in het technisch vmbo onder de noemer Sterk Techniekonderwijs (STO).

Frisse wind waait door vmbo

De vernieuwing van het vmbo heeft veel in beweging gebracht: het heeft gezorgd voor lerende docenten, ander(e) onderwijs/lessen en nieuw materiaal. Daarnaast zorgen de keuzevakken voor dynamiek in het onderwijsaanbod en voor meer mogelijkheden aan vmbo-leerlingen: zij hebben wat te kiezen. Ook is er meer aandacht voor loopbaanoriëntatie- en begeleiding (LOB): de aandacht voor leerervaringen (bijv. stages) van vmbo’ers en de rol van de docent groeit, waar de decaan meer in tweede instantie in actie komt. De beoogde systematische reflectie op leerervaringen kan op veel plekken nog verbeterd worden; schoolleiders geven aan dat er aandacht is voor scholing op dit vlak. Doel is dat LOB sterker geïntegreerd wordt in het reguliere onderwijsproces en minder een positie ‘ernaast’. LOB heeft al wel duidelijk een betere status gekregen en scholen zijn zich zeer bewust van het belang ervan.

Beperkt aantal leerlingen in de beroepsgerichte profielen

Met de vernieuwing zijn in plaats van de 35 beroepsgerichte afdelingsvakken tien beroepsgerichte profielen ingevoerd. Hiermee zouden er meer leerlingen zijn per profiel, waardoor het onderwijs beter organiseerbaar zou worden en betaalbaar zou blijven. Echter, binnen de meeste profielen is het gemiddeld aantal leerlingen per leerweg en vestiging ongeveer gelijk aan het gemiddeld aantal leerlingen per afdelingsvak. Dit is te verklaren doordat vmbo-vestigingen eerder meestal één of hooguit twee van de afdelingsvakken boden die met de vernieuwing zijn opgegaan in de profielen. Vakafdelingen zijn daardoor bijna één op één overgezet in profielen, met gelijkblijvende (lage) leerlingaantallen. Vragen over organiseerbaarheid en betaalbaarheid zijn daardoor nog steeds actueel. Zeker in de technische profielen, waar de gemiddelde groepsgrootte, met tien of minder, het laagst ligt.

Beroepsgerichte leerwegen én techniek zeer toegankelijk

Een meerderheid van de vmbo-vestigingen heeft binnen een straal van 10 kilometer ‘naburig aanbod’: een andere vmbo-vestiging die hetzelfde profiel in dezelfde leerweg aanbiedt. Alleen bij profielen als Groen en HBR (Horeca, Bakkerij en Recreatie) kennen de meeste vestigingen ‘uniek’ aanbod. Doordat het netwerk van vmbo-vestigingen zou nauw geweven is, is de toegankelijkheid van het vmbo-onderwijs groot. Zo heeft 98 procent van de basis- en kaderberoepsgerichte leerlingen binnen een straal van 10 kilometer rondom zijn woonadres toegang tot vmbo-onderwijs en heeft 95 procent  van alle beroepsgerichte leerlingen toegang tot een technisch profiel.

Docenten van grote waarde én onder grote druk

Docenten hebben een centrale rol binnen de vernieuwing. Er ligt een grote druk op hun schouders; er wordt op veel vlakken inzet van hen verwacht. Ze hebben daarvoor vaak eigen tijd in de vernieuwing moeten steken. Om te zorgen dat zij er de schouders onder kunnen blijven zetten, is het zaak dat zij zich gesteund (blijven) voelen en ze ruimte hebben om zich hun nieuwe rollen eigen te maken. Cruciaal daarbij is dat er voldoende vmbo-docenten beschikbaar zijn en blijven; binnen veel profielen is er nu een (groot) tekort. Met name in de technische profielen is dit het geval. Om de doelen van de vernieuwing te kunnen bereiken, is aanhoudende aandacht voor het nijpende tekort aan docenten dan ook van groot belang.

Regionale samenwerking

Vmbo-scholen hebben sinds schooljaar 16/17 veel bereikt. Ze krijgen de grootschalige en budgetneutraal doorgevoerde vernieuwing steeds beter in de vingers, na een start waarin ze sterk zoekende waren naar een passende inrichting en organisatie van het nieuwe aanbod. Hierdoor was in eerste instantie de focus vooral naar binnen gericht, om op school de zaken op orde te krijgen. Nu de programma’s lopen en het vertrouwen groeit, zijn er tekenen dat er naar verbindingen buiten de school wordt gezocht. De komende jaren zal blijken of de beweging die de vernieuwing in gang heeft gezet ook het versterken van externe verbindingen dichterbij brengt.

Sterk Techniekonderwijs (STO)

Om ook het techniekonderwijs dekkend, duurzaam en kwalitatief hoogstaand te krijgen en te houden, wordt in de periode 2018 tot 2023 extra geld geïnvesteerd in technisch vmbo-onderwijs onder de noemer Sterk Techniekonderwijs (STO). In aanvulling op de Evaluatie van de vernieuwing van het vmbo is daarom gestart met een monitor- en evaluatieonderzoek van de intensivering technisch vmbo 2018-2024 zodat de komende jaren ook die ontwikkelingen gemonitord kunnen worden. De verwachting is dat in ieder geval STO een impuls zal geven aan de samenwerking tussen vmbo-scholen,  het mbo en het werkveld, waar ook andere profielen van zullen profiteren.

Het monitorrapport van de vernieuwing over schooljaar 2017-2018 vindt u hier.

De procesevaluatie van de vernieuwing vindt u hier.

De nulmeting Sterk Techniekonderwijs (STO) vindt u hier.

De Kamerbrief waarin de resultaten van deze rapporten zijn meegenomen vindt u hier.

Verdere informatie over het de evaluatie vernieuwing vmbo vindt u op de programmapagina.