Tweede evaluatie NRO: “Waardevolle partner met centrale rol als regieorgaan in onderwijs en onderzoek”

Sinds de oprichting in 2012 speelt het NRO een steeds centralere rol als regieorgaan in het veld van onderwijs en onderzoek. Betrokken partijen beschouwen het NRO als een waardevolle partner. Dit concludeert een commissie die speciaal was ingesteld om de tweede evaluatie van het regieorgaan uit te voeren. De commissie adviseert het NRO onder meer om een visie te ontwikkelen voor 2022 en verder, gericht op voortbestaan na 2021.

De commissie oordeelt positief over het functioneren van het NRO. Zo is het NRO sinds zijn oprichting succesvol geweest in het verminderen van de versnippering van middelen voor onderwijsonderzoek en heeft het een impuls kunnen geven aan de kwaliteit van het onderzoek. Daarbij vervult het regieorgaan een belangrijke rol in het verbinden van onderwijspraktijk, -beleid en -onderzoek.

Van aanbevelingen naar actiepunten

In totaal doet de commissie vijftien aanbevelingen voor verschillende aandachtsgebieden. Een deel daarvan leidt direct tot actiepunten voor het NRO, een ander deel vergt meer overleg, budget, of een wijziging in het oprichtingsconvenant.
Veel aanbevelingen kunnen gerealiseerd worden in het NRO-onderzoeksprogramma 2020-2023; tot eind 2019 geldt nog het NRO-onderzoeksprogramma 2016-2019.

Rol en positie van het NRO

De commissie beveelt aan de rol en positie van het NRO te herzien ten aanzien van:

  • De rol, positie en taken van het NRO binnen de educatieve kennisinfrastructuur na 2021.
  • Landelijke agendasetting: het NRO kan proactiever als verbinder en makelaar optreden en met name de landelijke onderwijssector-overstijgende thema’s helpen bepalen en op elkaar afstemmen. Dit komt neer op uitbreiding van de taakstelling op twee niveaus:
    – regie voeren over meer dan alleen het door NRO uitgezet onderzoek;
    – regie voeren op thema’s die niet direct gerelateerd zijn aan onderzoek, maar eerder aan innovatie.
    De uitwerking hiervan is afhankelijk van budget, mandaat en de acceptatie door stakeholders.

Onderzoek: inrichting en programmering

Ten aanzien van het uitzetten van onderzoek leiden de adviezen tot de volgende acties:

  • Afstemming van het NRO-onderzoeksprogramma 2020-2023 op de R&D-agenda van de onderwijssectoren (PO-Raad en VO-raad, en op termijn wellicht ook MBO Raad, VH en VSNU). Deze afstemming heeft een inhoudelijke component (de gekozen thema’s) en vereist ook dat het NRO waakt voor overlap in financiering.
  • Het NRO continueert de huidige thematische benadering van zijn onderzoeksprogrammering.
  • Daarnaast wordt, in plaats van de nu gehanteerde driedeling in soorten onderzoek (fundamenteel, beleidsgericht, praktijkgericht) een nieuw ordeningsprincipe uitgedacht.
  • Het inrichten van het onderzoek langs dimensies als ‘voortbouwend op bestaand onderzoek – nieuw/verkennend onderzoek’, ‘kortlopend – langlopend’, ‘theoriegericht – praktijkgericht’ wordt -waar mogelijk- verwerkt in het NRO-onderzoeksprogramma 2020-2023 of in desbetreffende calls for proposals.
  • Ook onderzoekt het NRO of het mogelijk is om de diverse calls samen te voegen of te vervangen door één call for proposals, in plaats van de nu gebruikelijke indienmogelijkheden op verschillende momenten.

Impact, kennisbenutting en -verspreiding

Over impact en kennisbenutting zijn er de volgende voornemens:

  • Onderzoek en kennisbenutting (ook) sectoroverstijgend benaderen: waar mogelijk wordt dit verwerkt in het NRO-onderzoeksprogramma 2020-2023.
  • De impact inzichtelijk maken, in zowel kwantitatieve als kwalitatieve termen. Hiervoor is in 2018 een impactframework ontwikkeld, aan de hand waarvan de doorwerking van het NRO en het NRO-onderzoek gemeten zal worden.
    Het NRO gebruikt dit framework ook om de verschillende activiteiten op het gebied van kennisbenutting tegen het licht te houden, met het oog op de aanbeveling van de commissie om meer op rendement te focussen.
  • Meer en systematischer overkoepelend onderzoek naar processen van kennisbenutting binnen NRO-onderzoeksprojecten. Dit zal opgenomen worden in het NRO-onderzoeksprogramma 2020-2023. De kennis hierover kan benut worden in nieuwe calls for proposals, ondersteuning aan onderzoekers bij kennisbenutting en de kennisinfrastructuur in het algemeen.
  • Vanaf najaar 2018 maakt het NRO zijn voorzieningen beter zichtbaar bij verschillende groepen onderwijsprofessionals. Dat moet tegelijk bijdragen aan een grotere naamsbekendheid.

Over de evaluatie

In het in 2012 gesloten convenant tussen NWO en OCW (looptijd 2014-2021) is vastgelegd dat NRO periodiek wordt geëvalueerd. De evaluatiecommissie bestond uit vijf personen met ervaring op verschillende terreinen van wetenschap en onderwijs. De commissie heeft zich voor haar oordeel onder andere gebaseerd op gesprekken met stakeholders van het NRO. Die gesprekken voerde zij onder meer met leraren, vertegenwoordigers van onderwijssectororganisaties (PO-Raad, VO-raad, MBO Raad en VH), onderzoekers van universiteiten en hogescholen, betrokkenen bij beleid en onderwijsonderzoek (OCW, Inspectie van het Onderwijs), en leden van directie en management, programmaraden en stuurgroep van het NRO.

De commissie concludeert dat de belangrijkste aanbevelingen uit de evaluatie 2015 zijn opgevolgd. De Raad van Bestuur van NWO, waarvan het NRO een onderdeel is, heeft de evaluatie 2018 aangeboden aan het ministerie van OCW en heeft aan het NRO gevraagd uitwerking te geven aan de aanbevelingen.

Meer informatie