Tweede subsidieronde gedrag en passend onderwijs: 8 startaanvragen toegekend

Het NRO heeft in de tweede subsidieronde gedrag en passend onderwijs subsidie verleend aan 8 consortia om hun aanvraag verder uit te werken tot een volledig onderzoeksvoorstel.

Hiermee wil het NRO consortia meer gelegenheid geven om de samenwerking rondom praktijkgericht onderzoek goed op te zetten. Indien de acht consortia hun voorstel goed uitwerken, ontvangen zij in de tweede fase een aanvullende subsidie om het onderzoek uit te voeren.

Van startaanvraag naar uitgewerkt voorstel

De tweede subsidieronde voor gedrag en passend onderwijs van het NRO is anders opgezet dan de eerdere ronde. De geselecteerde consortia krijgen tot 31 oktober 2019 de gelegenheid om hun startaanvraag uit te werken in een onderzoeksvoorstel. Het NRO verwacht dat de consortia hierdoor meer gelegenheid hebben om de vraag uit de praktijk goed te verhelderen en om draagvlak van alle partners te krijgen. Daarnaast zullen er twee werkconferenties plaatsvinden waarbij alle consortia bijeen komen om hun idee te presenteren en elkaar te voorzien van peerfeedback.

De startaanvragen hebben betrekking op minstens één van de volgende drie perspectieven:

  1. Perspectief van de schoolcultuur
  2. Perspectief van de leraar
  3. Perspectief van de leerling

Financiering voor drie jaar

In oktober 2019 dienen de consortia hun uitgewerkte voorstel in. Deze worden opnieuw beoordeeld door een beoordelingscommissie. Als de uitgewerkte aanvraag voldoet aan alle criteria krijgt een consortium financiering om het project daadwerkelijk uit te gaan voeren. Die projecten moeten uiterlijk in mei 2023 afgerond worden.

Gehonoreerde startaanvragen

Hieronder vindt u de titel en projectleider van de startaanvragen.

Sector po en so

Onderzoek naar effecten van de familieklas op gedragsvaardigheden van leerlingen in het primair onderwijs.
Projectleider: Dr. Marianne Boogaard
Perspectief van de leerling

Leerkrachten hebben behoefte aan effectieve aanpakken voor individuele leerlingen met probleemgedrag. Een tijdige, passende aanpak op school kan verwijzing naar het speciaal onderwijs of naar de jeugd-ggz voorkomen. Een programma binnen de eigen school, waarin leerlingen samen met hun ouders en leerkrachten aan hun persoonlijke gedragsdoelen werken, is laagdrempeliger en minder duur en maakt afstemming met de leerkracht beter uitvoerbaar. De Gezinsklas/Familieklas is daarvoor een beloftevolle aanpak. Diverse basisscholen in met name de regio’s Noord en Midden zetten deze aanpak inmiddels naar tevredenheid in. Onderzoek naar de effectiviteit en werkzame mechanismen van de Gezinsklas/Familieklas is wenselijk.

VIPP-School project: Versterken van de leerkracht-leerling relatie als fundament voor een betere gedragsregulatie van jonge schoolkinderen.
Projectleider: Dr. Mathilde Overbeek
Perspectief van de leraar

Sinds de invoering van passend onderwijs zijn de taken voor leerkrachten zwaarder geworden. Kinderen met problemen volgen langer regulier onderwijs, en in het speciaal onderwijs komen vooral de kinderen met de ernstigste problemen bij elkaar in de klas. Leerkrachten hebben vooral moeite met kinderen die opstandig zijn en moeilijk luisteren. De moeite in de omgang met deze leerlingen leidt vaak tot een negatieve spiraal van verstoorde interactie tussen leerkracht en leerling, verergering van problemen bij leerling en gevoelens van machteloosheid bij leerkracht, wat weer leidt tot een slechtere onderlinge interactie en meer problemen. Een goede relatie tussen leerkracht en leerling vermindert risicofactoren en stimuleert optimaal functioneren voor kinderen. Hoe vroeger een interventie wordt ingezet hoe groter de verwachte resultaten. Vooral bij jonge kinderen is de relatie een krachtig middel om verandering in gedrag te bereiken. Er zijn geen bewezen effectieve interventies voor jonge kinderen in het (speciaal)primair onderwijs gericht op het verminderen van gedragsproblemen bij kinderen door middel van het verbeteren van de leerkracht-leerlingrelatie (Databank Effectieve Jeugdinterventies, NJI). Een bewezen effectieve interventie voor het verbeteren van de relatie tussen opvoeders en kinderen met gedragsproblemen is VIPP-SD. Deze interventie is recentelijk buiten de gezinscontext succesvol toegepast binnen de kinderopvang. Door vroeg in de schoolcarrière in te grijpen kan verergering van problemen en handelingsverlegenheid bij leerkrachten worden voorkomen. Het doel van dit project is om VIPP aan te passen voor de schoolcontext (VIPP-School) en de effectiviteit te toetsen in een RCT.

Alles Kidzzz met de implementatie van Taakspel? Reflectieve coaching van leerkrachten op ondersteunende leerkracht-leerling interacties.
Projectleider: Dr. Frans Spierings
Perspectief van de schoolcultuur

Conflictueuze interacties tussen leerkrachten en leerlingen met ernstige gedragsproblemen en tussen leerlingen onderling verhinderen in Rotterdam en Amsterdam dat de door beide gemeenten bekostigde gestapelde interventieconstructie Taakspel en Alles Kidzzz gedrags- en interactieproblemen substantieel terugdringt. Leerkrachten geven aan tijdens de implementatie van Taakspel behoefte te hebben aan zowel individuele maatwerkbegeleiding als teamcoaching op de thema’s groepsdynamica (diversiteit) en interactievaardigheden en aan onderlinge kennisdeling op deze thema’s. In dit project onderzoeken wij of reflectieve implementatiebevorderende coaching op leerkracht- en teamniveau op het vormgeven aan warme, ondersteunende dyadische interacties met hoog-risicoleerlingen leidt tot een effectiever preventielandschap op scholen in beide grote steden.

Perspectiefwisseling van leerkrachten in het omgaan met leerlinggedrag in de klas.
Projectleider: Dr. Miriam Walraven
Perspectief van de leraar

Meerdere samenwerkingsverbanden passend onderwijs zien een groeiend aantal ondersteuningsaanvragen en verwijzingen naar speciaal onderwijs vanwege gedragsproblematiek van leerlingen. Het gaat om situaties waarin oorzaken worden toegeschreven aan interne kindfactoren en leerkrachten handelingsverlegenheid ervaren. Door leerkrachten andere perspectieven dan het eigen perspectief te laten innemen (kind/ouder/zorgprofessional) kan een beter begrip ontstaan van leerlinggedrag, wat nieuwe aanknopingspunten voor leerkrachthandelen kan opleveren en een negatieve interactiespiraal kan voorkomen. In dit onderzoek wordt op dertig reguliere basisscholen gekeken welke methodieken voor meervoudige perspectiefname toepasbaar zijn bij leerkrachten, hoe deze het beste kunnen worden ingezet en op welke wijze dit het leerkrachthandelen kan versterken.

Sector vo en vso

Happy Friends, Positive Minds! Longitudinaal praktijkgericht onderzoek naar de individuele en collectieve opbrengsten van gepersonaliseerde reflectieve coaching om de interpersoonlijke competenties van jongeren met internaliserende klachten tijdens gesprekken met klasgenoten te verbeteren.
Projectleider: Prof. dr. Pol van Lier
Perspectief van de leerling

Professionals from school networks Noordelijke Drechtsteden and Koers VO are challenged by high numbers of students suffering from internalizing problems. Professionals need to be able to recognize and influence possible risk factors related to adolescent internalizing problems. Students with internalizing symptoms have difficulties in limiting their problem-centered conversation with others, result in excessive talk about problems. Such a pattern of co-rumination can lead to internalizing problems. The current project will explore in dept the association of co-rumination with internalizing problems. We will develop a coaching intervention to reduce co-rumination and internalizing problems and test its effectiveness in a RCT.

Tussen wal en schip: De speciale onderwijsbehoeften van dubbel-bijzondere leerlingen.
Projectleider: Prof. dr. Evelien Kroesbergen
Perspectief van de leerling

Deze aanvraag richt zich op een groep leerlingen die nu vaak tussen wal en schip valt als het gaat om passend onderwijs: Leerlingen die enerzijds zeer intelligent zijn, maar anderzijds onvoldoende tot leren komen en gedragsproblemen vertonen. Er spelen hierbij drie problemen een rol, die in het voorgestelde onderzoek centraal staan: (1) deze leerlingen zijn lastig te signaleren, regelmatig wordt of de begaafdheid of (de oorzaak van) de gedragsproblematiek niet onderkend; (2) het is moeilijk vast te stellen wat precies hun onderwijsbehoeften zijn; (3) bestaande schoolsystemen en arrangementen lijken ontoereikend om het passend onderwijs te bieden dat ze nodig hebben.

Virtual Reality Exposure als ondersteuning bij het verbeteren van sociaal communicatieve vaardigheden en het verminderen van gedragsproblematiek bij leerlingen in het VSO en het regulier (inclusief) voortgezet onderwijs.
Projectleider: Dr. Ben Elsendoorn
Perspectief van de leerling

Jongeren met taalontwikkelingsstoornissen ervaren frequent problemen in sociale relaties op school die hun welzijn en prestaties verminderen. Projectdoel is het ontwikkelen en vormgeven van een cognitieve gedrags- en sociale vaardigheidstraining met behulp van een virtuele omgeving, waarin jongeren met een taalontwikkelingsstoornis onder begeleiding gewenst gedrag kunnen oefenen en het effect daarvan kunnen ervaren in voor hen herkenbare situaties. Zij ontwikkelen adequate sociaal-communicatieve vaardigheden door zelfontdekkend leren in een veilige omgeving. Projectresultaten zijn een waarneembare verbetering in sociaal-communicatieve vaardigheden, probleemgedragreductie en sociaal-emotionele problemen en een uitgebreide handleiding voor het toepassen van deze training bij jongeren in VSO én regulier voortgezet onderwijs.

De ontwikkeling van spanning naar angst en depressiviteit. Een onderzoek onder leerlingen in het Voortgezet onderwijs.
Projectleider: Drs. Bert Wienen
Perspectief van de leerling

Kan ik van deze leerling, met angst/depressiviteitsklachten, wel verwachten dat hij op tijd in de klas is of zijn huiswerk maakt? Wat kunnen we als school doen om de ontwikkeling van angst/depressiviteit te voorkomen?” In dit project onderzoekt een consortium van onderzoeks- en praktijkpartners de vraag waarom sommige leerlingen in het VO wel angst- en depressiviteitsklachten ontwikkelen en andere leerlingen niet. Welke beschermende factoren (binnen de schoolcontext) zijn er en welke samenhang is er tussen prestaties en angst? Inzicht hierin helpt scholen om deze factoren te betrekken bij de inrichting van passend onderwijs en het meer preventief werken.

Meer informatie over de ronde Gedrag & Passend Onderwijs vindt u op de programmapagina.