Uitbreiding voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters goed op schema

Hoever zijn gemeenten met de invoering van extra voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters? Vanaf 1 augustus 2020 moeten gemeenten minimaal 960 uur aan voorschoolse educatie aanbieden voor doelgroeppeuters in de leeftijd 2,5 tot 4 jaar. Deze kinderen hebben dan recht op 960 uur voorschoolse educatie (16 uur per week); dit was 600 uur (10 uur per week). Onderzoekers hebben in het najaar van 2019 een eerste representatieve meting gedaan om te inventariseren hoe de implementatie van deze urenuitbreiding verloopt.

Doelgroeppeuters zijn peuters die volgens de gemeente een steuntje in de rug kunnen gebruiken bij het betreden van de basisschool, vaak vanwege minder gunstige omstandigheden in de thuissituatie. Hieronder staan de belangrijkste bevindingen van deze eerste meting.
NB dit onderzoek beschrijft de situatie van vóór de corona-uitbraak.

De beleidsintensivering ligt op schema

Nagenoeg alle gemeenten en VE-aanbieders zijn (ruim) op tijd klaar met het realiseren van het 960-uursaanbod voor doelgroeppeuters. Er is weinig verschil te ontdekken tussen de grotere en kleinere gemeenten. Onder de snelle invoerders bevinden zich meer grote steden en gemeenten met wat ruimer GOAB-budget. En bij de VE-aanbieders wat meer landelijke aanbieders en profit-organisaties.
Het verloop van de invoering wordt door gemeenten met name als voorspoedig ervaren wanneer er sprake is van een goede samenwerking tussen de gemeente en de VE-aanbieders. Dit is met afstand de belangrijkste succesfactor. Ook een bijtijdse start met de voorbereiding en een initiërende rol van de gemeente worden als zeer belangrijke reden voor het voorspoedige verloop ervaren. De VE-aanbieders geven dezelfde redenen aan. Een duidelijke subsidieregeling vanuit de gemeente is voor VE-aanbieders ook belangrijk gebleken.

De urenuitbreiding vereist goede samenwerking en beleidsvrijheid

Bij de invoering van 960 uur VE voor doelgroeppeuters komt veel kijken. Er is veel overleg nodig tussen gemeente en VE-aanbieders, subsidiewijzen moeten worden aangepast, personeel en ouders moeten worden ingelicht, contracten moeten worden aangepast, openingstijden moeten worden veranderd enzovoort. Tijdig beginnen, een goede samenwerking tussen gemeente en VE-aanbieders, en beleidsvrijheid voor maatwerk en flexibiliteit dragen bij een voorspoedige invoering.

Tien voorbeelden uit de praktijk

In tien praktijkvoorbeelden is beschreven welke factoren bijdragen aan succesvolle urenuitbreiding. Sommige succesfactoren komen terug in meerdere voorbeelden, zoals goede samenwerking en bijtijds beginnen. Maar er zijn ook succesfactoren die uniek zijn voor een adequate invoering, zoals de maatschappelijke betrokkenheid van de VE-aanbieders of extra steun van de gemeente aan VE-locaties in kleine kernen.
> bekijk de tien praktijkvoorbeelden

De meeste knelpunten zijn te overwinnen

Hoewel een landelijke beleidsoperatie van deze omvang altijd knelpunten met zich meebrengt, wordt ook gezocht naar slimme en creatieve oplossingen. De meeste knelpunten worden verholpen, maar voor sommige knelpunten -zoals het tekort aan personeel- is het niet eenvoudig een oplossing aan te dragen.

Urenuitbreiding vooral gerealiseerd door verlenging dagdelen

Er ontstaan meerdere varianten van 960 uur VE in de praktijk. Het meest wordt er voortgebouwd op de voorgaande structuur van 10 uur VE per week (3 of 4 korte dagdelen per week gedurende 40 weken per jaar), waarbij het aantal uren per dagdeel iets wordt opgehoogd.
In de oude situatie werd in 40% van de gemeenten met VE gestart op 3-jarige leeftijd; dat gebeurt in de nieuwe situatie niet meer.

Tegelijk (streven naar) kwaliteitsverbetering

De uitbreiding van het aantal uren wordt aangegrepen om de structurele kwaliteit van VE te verbeteren. Denk aan het verbeteren van de doorgaande lijn in voor- en vroegschoolse educatie (groepen 1 en 2 van het basisonderwijs), en het bevorderen van ouderbetrokkenheid. Gemeenten en aanbieders die ook een inhoudelijke kwaliteitsverbetering doorvoeren doen dit vooral op het gebied van Nederlandse taalontwikkeling.

Verwachte effecten van 960 uur VE

Driekwart van de gemeenten en VE-aanbieders verwacht dat de urenuitbreiding de ontwikkeling van doelgroeppeuters versterkt. Veel gemeenten geven echter aan een kostenstijging te verwachten, voor zichzelf, de VE-aanbieders én voor de ouders van zowel doelgroep- als reguliere peuters. Een ruime meerderheid van de VE-aanbieders verwacht hetzelfde.
Ongeveer de helft van de VE-aanbieders vindt dat de kwaliteit van het VE-aanbod voor doelgroeppeuters toeneemt en dat de deskundigheid van beroepskrachten VE toeneemt. Het werven van beroepskrachten VE wordt moeilijker, verwacht ook ongeveer de helft van de aanbieders.

Mogelijk risico op (selectieve) uitval

Bij enkele gemeenten en VE-aanbieders bestaan zorgen of de urenuitbreiding gaat leiden tot een uitval onder doelgroeppeuters. Een deel van de ouders vindt de extra uren voor hun (doelgroep)peuters niet nodig, maar ook de kostenstijging vanwege het grotere aantal uren kan bij ouders op bezwaren stuiten. De onderzoekers zien een belangrijke taak voor gemeenten en VE-aanbieders om ervoor te zorgen dat ouders van (doelgroep)peuters gebruik (blijven) maken van de extra ontwikkelkansen voor hun kinderen die de urenuitbreiding biedt.


Dit onderzoek wordt uitgevoerd door onderzoekers van Sardes, Oberon, Cebeon met medewerking van prof. dr. E. Denessen. In het voorjaar van 2021 verrichten zij een tweede meting van dit implementatieonderzoek. Cebeon kijkt daarnaast naar de besteding van het nieuwe budget (totaal € 170 miljoen) voor gemeentelijke onderwijsachterstandenbestrijding via de voorschoolse educatie.

Meer informatie