Vijftien praktijkgerichte onderzoeksprojecten ontvangen NRO-subsidie voor schooljaar 2015-2016

Vijftien consortia van onderwijsprofessionals en onderzoekers ontvangen NRO-subsidie om praktijkgericht onderwijsonderzoek te doen in schooljaar 2015-2016. Met behulp van wetenschappelijke inzichten zullen zij praktisch toepasbare oplossingen ontwikkelen voor vragen uit de onderwijspraktijk.

De consortia bestaan in alle gevallen uit onderwijsonderzoekers en professionals van één of meerdere onderwijsinstellingen, soms aangevuld met een consultant. Elk consortium ontvangt maximaal 100.000 euro. Twee projecten worden uitgevoerd door en in het speciaal basisonderwijs. Vier worden uitgevoerd in het PO en zeven in het VO. Twee projecten richten zich op meerdere sectoren: één op VMBO/MBO en één op PO/VO.

De projecten duren maximaal zestien maanden en richten zich op vier verschillende thema’s. Onder elk thema vindt u hieronder de gehonoreerde projecten weergegeven:

Over de beoordeling en besluitvorming

Op 3 november 2014 ontving het NRO voor de vier thema’s in totaal 60 onderzoeksvoorstellen met een waarde van ongeveer 5,3 mln euro. Binnen het beschikbare budget van 1,4 mln euro konden vijftien voorstellen worden gehonoreerd. Alle ingediende voorstellen zijn door thematische commissies beoordeeld aan de hand van vooraf opgestelde criteria, en kregen een eindkwalificatie ‘excellent’, ‘zeer goed’, ‘goed’ of ‘ontoereikend’.
Op basis van de beoordelingen hebben de commissies een rangorde aangebracht in de voorstellen en deze als advies aan de Programmaraad voor het Praktijkgericht Onderzoek (PPO) van het NRO gegeven. In zijn vergadering van 20 april 2015 heeft de PPO de oordelen van de commissies getoetst en overgenomen. Helaas was het beschikbare budget niet toereikend om meer (zeer) goede voorstellen te honoreren.

Nadere informatie over de derde ronde voor praktijkgericht kortlopend onderwijsonderzoek stelt het NRO nog voor de zomervakantie van 2015 beschikbaar.

Projecten binnen het thema Leren en instructie

terug naar boven

• Bevordering motivatie in VWOplus
Consortium bestaande uit: Openbaar Lyceum Zeist, College De Heemlanden, Hyperion Lyceum, dr. I.S. Breetvelt (UvA Kohnstamm instituut), dr. J. Meijer (UvA Kohnstamm instituut).

Dit project wil de studiemotivatie verhogen van leerlingen in een bestaand VWO-plusprogramma in leerjaar 2. Er wordt een motivatie-interventie ontworpen in samenwerking met de onderwijspraktijk, die de leergerichtheid van de leerling moet versterken en de autonomie ondersteunen. Deze interventie krijgt vier varianten, aangepast aan het individuele motivatieprofiel van de leerling. Behalve het effect op motivatie, wordt het effect op leerprestaties gemeten in tenminste de drie kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde en de VWO-plusvakken.

• De metadenkende leerling: effecten van de IMPROVE methode
Consortium bestaande uit: R. Ernst (Udens College), Hermann Wesselink College, dr. J.M.C. Ghysels (Maastricht University).

De IMPROVE-methode van Mevarech & Kramarski verbetert het zelfregulerend leren door leerlingen expliciet te laten oefenen met metacognitieve regulatietechnieken. Voor het huidige onderzoek zijn participanten gekozen uit havo-3 en -4 en vwo-2, -3, -4 en -5 voor wiskunde-A, en vwo-5 voor economie. De eerste periode krijgen de leerlingen de IMRPOVE-aanpak niet, de drie periodes erna wel. Gekeken wordt naar de effecten op leerprestaties, motivatie en studieaanpak.

• Het motiveren van leerlingen met verschillende prestatieniveaus en achtergrondkenmerken
Consortium bestaande uit: Openbare Daltonbasisschool Het Palet, Slootermeer-school, OBS De Barchschole, CSG De Lage Waard, dr. T.E. Hornstra (UU), dr. T.T.D. Peetsma  (UvA), dr. H. van der Veen (UvA Kohnstamm instituut).

Autonomie-ondersteuning heeft over het algemeen positieve effecten op de intrinsieke motivatie van leerlingen, ook wanneer die leerlingen lagere prestatieniveaus hebben, een lagere sociaaleconomische status of een allochtone achtergrond. Docenten moeten daarvoor de juiste mate van structuur bieden. In dit onderzoeksproject wordt hiervoor, in samenwerking met PO- en VMBO-docenten, een training ontwikkeld. Deze zal door 12 PO- en 6 VMBO-docenten gevolgd worden. Onderzocht worden de effecten op de autonomie-ondersteuning en de competentiebeleving van de docenten, en op de de motivatie en prestatiegericht gedrag van leerlingen.

• Van faalervaring naar leerervaring
Consortium bestaande uit: Roland Holst College, Berlage Lyceum, St. Bonifatiuscollege, Gilde Vakcollege Techniek, Liemers College, Bonaventura-college, Het 4e Gymnasium, dr. A.M.G. Poorthuis (UvA).

De overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs is een belangrijk moment voor het ontwikkelen van een bepaalde attributiestijl (oftewel: de oorzaken die leerlingen toekennen aan het behalen van een hoog of laag cijfer, zoals inzet of intelligentie). In dit project  wordt samen met docenten een bestaande interventie -waarvan de effectiviteit voor studenten in het eerste jaar van het hoger onderwijs al is aangetoond- aangepast voor leerlingen in het eerste jaar VO. De interventie helpt leerlingen op een betere manier te denken over de oorzaken van falen en succes, en meer controle te ervaren over hun leerprestaties. In 30 brugklassen wordt het effect van de interventie onderzocht op de motivatie, de inzet en de leerprestaties van leerlingen.

terug naar boven

Projecten binnen het thema Formatief toetsen

• Formatief toetsen in taaksituaties
Consortium bestaande uit: BS De Uilenspiegel, BS De Ranonkel, BS De Meander, Jorisbasisschool, Dr. Poelsschool, BS Het Palet, BS De Bonckert, BS Het Klokhuis, dr. J.H. M. Castelijns (Hogeschool De Kempel), drs. D. Baas (Hogeschool De Kempel), dr. M. Vermeulen (KPC Groep), prof. dr. M. Segers (Maastricht University).

In dit project leren leerlingen van groepen 6, 7 en 8 een selfassessment-tool te gebruiken om hun eigen werk formatief te toetsen, en zo hun metacognitieve kennis en vaardigheden te ontwikkelen. Leraren op de betrokken scholen worden geprofessionaliseerd in het toepassen van de tool. Leraar-onderzoekers ondersteunen hun collega’s in de school en leveren een belangrijk aandeel in de ontwikkeling van de kennis. Hiertoe worden zij door wetenschappelijk onderzoekers geprofessionaliseerd. Door de tool toe te passen in taaksituaties in reguliere lessen, wordt binnen het project ook kennis ontwikkeld over de integratie van formatief toetsen in de dagelijkse onderwijspraktijk.

• Gebruik van toetsen bij het plannen van leertrajecten
Consortium bestaande uit: SBO Merlijn, SBO Het Avontuur, SBO Rehoboth, SBO De Vliethorst, SBO De Poldervaart, Rehobothschool, dr. J. Meijer (UvA, Kohnstamm Instituut), Anne Regtvoort (UvA, Kohnstamm Instituut), Judith Hollenberg (Cito), Jacqueline Visser (Cito).

Er bestaat een sterk verband tussen de opbrengstgerichtheid van scholen en de leerresultaten van leerlingen. Een ontwikkelingsperspectief kan de opbrengstgerichtheid vergroten, in het bijzonder in het speciaal (basis)onderwijs waar voor alle leerlingen met ontwikkelingsperspectieven gewerkt moet worden. In dit onderzoek wordt een handreiking ontwikkeld die het voor S(B)O-scholen eenvoudiger moet maken om -op basis van leerprestaties en leerdoelen- beslissingen te nemen over het leerstofaanbod, het leertraject en de didactische aanpak. Leerkrachten krijgen een training in het gebruik van de handreiking. In een effectstudie wordt onderzocht of het leerstofaanbod en de werkwijze van de leerkracht hierdoor gerichter worden en of leerlingen beter gaan presteren.

• GAS geven: doelgericht werken aan taal en lezen in Passend Onderwijs
Consortium bestaande uit: Maasgouwschool, Mytylschool Radar, Kinderbehandel-centrum De Grummelkes, Stichting Milo, SWV de Meierij, dr. J.M.G.M. Stoep (Expertisecentrum Nederlands), prof. dr. Hans van Balkom (Radboud Universiteit Nijmegen), prof. dr. Ludo Verhoeven (Radboud Universiteit Nijmegen).

Kinderen met een speciale onderwijsbehoefte (zowel in het reguliere basisonderwijs als in het SO en SBO) boeken soms maar langzaam vooruitgang. Reguliere, vaak summatieve, toetsinstrumenten geven daar bovendien onvoldoende zicht op. Meer nut hebben instrumenten voor formatieve toetsing die niet alleen de progressie op hoofdlijnen zichtbaar maakt, maar die het ook mogelijk maakt het behalen van individueel gestelde interventiedoelen te objectiveren. Goal Attainment Scaling (GAS) is een methodiek die voor dit doel gebruikt kan worden. Dit project expliciteert het gebruik van GAS voor het Nederlandse onderwijsveld. Ook worden via een ‘community of practice’ een trainingsmodule en materialen ontwikkeld waarmee leerkrachten de methodiek effectief kunnen toepassen in het dagelijks handelen.

terug naar boven

Projecten binnen het thema Differentiatie  in de klas

• Differentiatie in de klas middels opdrachtgestuurd leren
Consortium bestaande uit: Sintermeerten-college, Bernardinuscollege, Academische Opleidingsschool Limburg, dr. D.H.J.M. Dolmans (Maastricht University), prof. dr. J.J.G. van Merriënboer (Maastricht University), drs. L. Punt (KPC Groep), dr. D. Verstegen (Maastricht University)

In dit project wordt een methodiek aangeboden voor onderwijs op maat. Leerlingen werken in heterogene groepen gedurende zes lessen van 90 minuten samen aan drie opdrachten volgens een vijfstappenmodel. Om de beter presterende leerlingen extra uit te dagen, krijgen zij een moeilijkere rol binnen de groep of een moeilijkere onderzoeksvraag. De docenten krijgen twee trainingen om ze te helpen de opdrachten te ontwerpen en de groepen te begeleiden. Onderzocht wordt in hoeverre de methodiek van opdrachtgestuurd leren effectief is om in te spelen op cognitieve verschillen tussen leerlingen. Wat zijn de percepties van leerlingen en docenten? Wat zijn de effecten op de motivatie, inzet in de groep en prestaties van de leerlingen?

• Leesvaardigheid door digitale kilometers in groep 3: Differentiatie door inzet van ICT
Consortium bestaande uit: CBS Groen van Prinstererschool, Koningin Wilhelminaschool, Johannes Calvijnschool, L. van Dalen (Driestar Educatief), drs. P. van Nieuwkoop (Driestar Educatief), dr. M.T. de Jong (Universiteit Leiden), prof. dr. A.G. Bus (Universiteit Leiden).

Leerkrachten van groep 3 hebben te maken met grote verschillen in ontluikende en aanvankelijke leesvaardigheid bij hun leerlingen. Er moet daarom gezocht worden naar methoden en middelen die helpen onderwijs op maat (differentiatie) te geven zodat alle kinderen profiteren. Differentiatie gaat vaak gepaard met verzwaring van de werkdruk, waardoor voor het optimaal vormgeven van differentiatie de menskracht simpelweg ontbreekt. Dit project wil deze leerkrachten helpen om differentiatie in leesonderwijs te bewerkstelligen met behulp van ICT -zodat leeskilometers ook door zwakke lezers eenvoudig gerealiseerd kunnen worden- en zonder toename in werkdruk bij de leerkrachten. Digitale boeken zijn hiervoor een veelbelovend middel en geven ook zwakke lezers de mogelijkheid succeservaring op te doen met verhaaltjes lezen. In dit project wordt getest of:
1. De gunstige resultaten van lezen van digitale boeken (leesvaardigheid, orthografische kennis) in de klassensituatie gerepliceerd kunnen worden.
2. In het bijzonder als digitale boeken ingezet worden voor zwakke lezers die moeite hebben de tekst van boeken zelfstandig te lezen.
3. Oplichten van tekst tot betere resultaten leidt dan wanneer de tekst niet oplicht.

• Vliegwielen voor begrijpend lezen
Consortium bestaande uit: Het Mozaïek, Ichthus, J. van Keulen (Christelijke Hogeschool Windesheim), C. Boendermaker (Christelijke Hogeschool Windesheim), M. Staring (Christelijke Hogeschool Windesheim).

Begrijpend lezen en techniek: twee onderwerpen waar veel basisscholen mee in hun maag zitten. Om basisscholen hierin tegemoet te komen, wordt nieuw onderwijs ontwikkeld dat appelleert aan de nieuwsgierige en probleemoplossende houding van leerlingen. Leerlingen uit de bovenbouw van het PO doen eerst in heterogene teams rijke ervaringen op met techniek in hun eigen omgeving (Lelystad), voeren onderzoekende en ontwerpende opdrachten uit en praten daarover. Hierin wordt gebruik gemaakt van de kracht van convergentie: leerlingen vullen elkaar aan. Vervolgens lezen ze een tekst over het onderwerp dat ze verkend hebben en krijgen begrijpend-leesopdrachten die aansluiten bij hun eigen leerbehoeften: divergerende differentiatie. De effecten op de nieuwsgierige houding, vaardigheden voor onderzoeken en ontwerpen, en begrijpend lezen worden onderzocht. Door ontwikkeling en onderzoek samen met leraren in een professionele leergemeenschap te doen, wordt bewaakt dat leraren de regie houden en eigenaar blijven van het onderwijs.

• Systematisch en groepsgewijs differentiëren binnen beroepsgerichte lessen Techniek & Vakmanschap
Consortium bestaande uit: Bossche Vakschool, Vakcollege Eindhoven, Vakcollege Tilburg, dr. J.J. Doppenberg (Technische Universiteit Eindhoven), prof. Dr. D. Beijaard (Technische Universiteit Eindhoven).

Het project levert handvatten op die docenten in staat moeten stellen om op systematische wijze vorm te geven aan gedifferentieerd onderwijs. Het eerste doel van dit project is om gezamenlijk (onderzoekers en docenten) te onderzoeken hoe docenten Techniek & Vakmanschap op systematische wijze kunnen differentiëren, zodat zij planmatig kunnen inspelen op de verschillen tussen leerlingen en daarmee het leerproces van hun leerlingen positief kunnen stimuleren. Het tweede doel is na te gaan of specifieke vormen van gedifferentieerd onderwijs goed aansluiten op de leerprocessen van de leerlingen. Docenten passen daarvoor bestaande lessenreeksen aan en proberen deze uit in de eigen onderwijspraktijk. Aan dit onderzoek nemen 12 docenten deel, verdeeld over drie scholen. De vooruitgang van docenten wordt gemeten door hun kennis, vaardigheden en werkwijze aan het begin en aan het einde van het project vast te stellen.

• Maatwerk mogelijk!
Consortium bestaande uit: Stad College, Herbert Vissers College, Haemstede Barger Mavo, prof. dr. J.W.F. van Tartwijk (Universiteit Utrecht), E.A. Hilbink (Oberon B.V.), dr. D. Lockhorst (Oberon B.V.), dr. C. Oomen (Universiteit Utrecht).

In dit onderzoek werken drie vo-scholen aan de ontwikkeling van een maatwerkgericht handelingsrepertoire van docenten van leerjaar 1. Hierbij maken zij gebruik van een eerder ontwikkeld instrument (Het Kwadrant) waarmee docenten in onderling overleg, op basis van in school aanwezige informatie over leerlingen, leerlingen in kaart brengen naar cognitieve capaciteit en prestatiemotivatie. Het indelen van individuele leerlingen vormt de basis voor docentgedrag dat is afgestemd op de behoeften van de leerlingen. Aanvullend is een procedure van collegiale consultatie en intervisie ontwikkeld waarbinnen docenten samen leren en werken aan een geschikt handelingsrepertoire. Gekeken wordt welk handelingsrepertoire past bij de onderscheiden groepen leerlingen in het instrument, op welke wijze het Kwadrant, de collegiale consultatie en intervisie bijdragen aan een maatwerkgericht handelingsrepertoire van docenten in de klas en welke effecten het handelingsrepertoire heeft op de motivatie, zelfstandigheid en werkhouding van leerlingen en het werkplezier van docenten. Het onderzoek levert kennis op over hoe docenten op basis van de indeling van leerlingen in een Kwadrant en de bijbehorende aanpak, een effectief handelingsrepertoire kunnen ontwikkelen om maatwerkgericht te handelen in de klas.

terug naar boven

Projecten binnen het thema Opbrengsten van leren met ICT

• Terugkijken met een tablet: opbrengsten van de digitale gymles
Consortium bestaande uit: Northgo College, Van der Capellen scholengemeenschap, dr. J. van der Kamp (Christelijke Hogeschool Windesheim), drs. M. Van Berkel (SLO), G. van Mossel (SLO), T. Bouter (Christelijke Hogeschool Windesheim), drs. J. Duivenvoorden  (Christelijke Hogeschool Windesheim), dr. I. van Hilvoorde (Christelijke Hogeschool Windesheim).

Dit onderzoek richt zich op de opbrengsten van de digitale gymles. Hierbij wordt uitdrukkelijk rekening gehouden met de wijze en het moment waarop digitale videobeelden worden ingezet. Eerst wordt onderzocht welk type beeldbewerking (visuele accentuering of markering) de aandacht van de leerlingen het best richt op de relevante aspecten in de videobeelden. Vervolgens wordt onderzocht in welke fase van een lessenreeks de docent de digitale middelen het best inzet. De opbrengsten van de digitale gymles worden gemeten in termen van beter bewegen en de beleving van bewegen. Het onderzoek resulteert in direct inzetbare digitale gymlespakketten.

• Effecten van een digitaal leermiddel bij het leren lezen
Consortium bestaande uit: CBS de Ceder, St. Martinusschool, Wilheminaschool, Geert Groteschool, KBS Aloysius, KBS de Vuurvlinder, dr. W.A.J. Strik (Radboud Universiteit Nijmegen), dr. Marjoke Bakker (Radboud Universiteit Nijmegen), dr. Erik van Schooten (Hogeschool Rotterdam), dr. Catia Cucchiarini (Radboud Universiteit), dr. Rosemarie Irausquin (Uitgeverij Zwijssen), Marjon Verstappen (Uitgeverij Zwijssen).

Bij het leren lezen kan leerlingsoftware veel voordelen bieden: leerlingen kunnen individueel en op hun eigen tempo en niveau oefenen met de auditief-visuele koppeling die nodig is voor het leren lezen, en krijgen daarbij directe feedback. Toch is het gebruik ervan in de onderwijspraktijk soms lastig, vanwege organisatorische of technische problemen op de school. Dit onderzoek richt zich op de leerlingsoftware van de methode Veilig Leren Lezen in groep 3, de meest gebruikte leermethode voor aanvankelijk lezen. Eerst wordt een set van best practices verzameld. Deze wordt vervolgens ingezet in een onderzoek naar de effectiviteit van de software. Ook worden onder meer de ervaringen van de leerkrachten met het werken met de best practices geïnventariseerd.

• Interactieve fictie in het taalonderwijs
Consortium bestaande uit: Bonaventuracollege, St-Gregorius College, dr. D. Droop (Radboud Universiteit Nijmegen), I. Verheul (Game Onderwijs Onderzoek).

In dit onderzoek gaan we de effecten na  van het spelen van Interactieve Fictie (IF) op de lees- en schrijfvaardigheid  van leerlingen in het vo.  IF is een game die louter uit tekst bestaat. De speler beweegt  zich als een van de hoofdpersonages in een ruimte, voert dialogen, lost puzzels op en bepaalt het verloop van het verhaal. Docenten Engels en Nederlands van drie scholen voor voortgezet onderwijs nemen deel aan het onderzoek. Voor Engels gaan we na of het in tweetallen spelen van IF effect heeft op leesbegrip en de woordenschat van leerlingen. Voor Nederlands gaan we na of het samen schrijven en programmeren van IF effect heeft op de schrijfvaardigheid van leerlingen. In beide gevallen gaan we na of IF effecten heeft op leermotivatie.  Daarnaast onderzoeken we het verloop van de lessen en de rol van docenten. Het onderzoek draagt bij aan kennis over de toepasbaarheid  van games in het talenonderwijs en de effecten op leerresultaten.

terug naar boven

Meer informatie

Neem voor meer informatie contact op met Linda Sontag of Veronique van der Perk, via ppo@nro.nl.
Aanvragers die meer willen weten over hun toekenning of afwijzing, vinden meer (contact)informatie in de brief van het NRO.