Filter resultaten op:
Onderwijssector
Onderwijsthema

Vraag & Antwoord

34 resultaten gevonden

Heeft de inzet van theorie over leervoorkeuren invloed op de leerresultaten van mbo-studenten?
 PO | VO | MBO | Differentiatie | Ook interessant
Bewijs voor effectiviteit of ineffectiviteit van de inzet van leervoorkeuren op leerresultaten ontbreekt. Op basis van kennis over het toepassen van de theorie van leerstijlen lijkt het voor het leerrendement niet zinvol om onderwijsaanbod aan te passen aan leervoorkeuren. Mogelijk is er wel een belangrijke relatie tussen voorkennis en leervoorkeuren.
Lees verder
Wat is het effect van het behalen van veel hoge of veel lage cijfers op de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen?
 PO | VO | (V)SO | HO | Differentiatie | Ook interessant
De gevolgen van het halen van veel hoge of juist veel lage cijfers lopen in het voortgezet en hoger onderwijs flink uiteen. Cijfers motiveren leerlingen en studenten tot leren en het halen van hogere cijfers. Maar het krijgen van cijfers kan ook leiden tot gevoelens van angst. Lage cijfers zorgen logischerwijs voor negatieve gevoelens bij leerlingen, hoge cijfers juist voor positieve gevoelens. Er is weinig bekend over hoe basisschoolleerlingen het krijgen van een cijfer ervaren.
Lees verder
Wat kunnen leerkrachten doen om het welbevinden van cognitief zwakkere leerlingen te bevorderen?
 PO | Differentiatie | Gelijke kansen
Werken in homogene niveaugroepen kan ten koste gaan van het zelfvertrouwen en welbevinden van leerlingen in lagere niveaugroepen. Leerkrachten bieden deze leerlingen soms minder rijke en motiverende instructie aan. Door de focus te verbreden (niet alleen cognitieve vakken) en ruimte te bieden voor eigen keuzes in een positieve sfeer kan de leerkracht bijdragen aan het welbevinden van leerlingen.
Lees verder
Draagt een verlengde schooldag bij aan de ontwikkeling van leerlingen?
 PO | VO | Differentiatie | Gelijke kansen | Schoolloopbaan
Onderwijstijdverlenging via verlengde schooldagen heeft een neutraal tot zwak positief effect op de leerprestaties (taal en rekenen) van basisschoolleerlingen. Vooral leerlingen op achterstandsscholen lijken te profiteren van deelname. Wat het optimaal aantal uren is voor de verlenging, is niet bekend. Meer uren leiden tot betere prestaties, maar waar het omslagpunt ligt, is onduidelijk. Programma’s gericht op niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen dragen positief bij aan het zelfbeeld van leerlingen en zorgen voor minder probleemgedrag. Daarnaast hebben leerlingen een betere band met school, minder drugsgebruik en positievere interacties met anderen.
Lees verder
Hoe houd je binnen een groep mbo studenten het beste rekening met verschillen?
 MBO | Differentiatie
Er bestaan verschillende manieren om rekening te houden met verschillen tussen studenten. Het is belangrijk in het onderwijsproces te differentiëren maar ook in de instructie aan studenten. Binnen het mbo is er nauwelijks onderzoek naar effectieve didactieken die rekening houden met cognitieve verschillen en verschillen in kennis binnen een groep. Er is enig bewijs dat een stappenplan of leerplan docenten kan helpen differentiëren. En relatief zwakkere studenten zijn gebaat bij een korte, krachtige instructie.
Lees verder
Hoe kunnen leerkrachten het leren van kleuters die al kunnen lezen verrijken?
 PO | Differentiatie | Taal | Vakken
Aandacht besteden aan zowel begrijpend als technisch lezen, verhalen vertellen en hardop lezen. Daarmee verrijken leerkrachten het leren van kleuters. Verder is het belangrijk motivatie, interesse, autonomie en positieve zelfevaluaties te bevorderen. Een goede aanpak voor het leesonderwijs bij kleuters lijkt deelname aan taalsituaties en spel te zijn. Kinderen gaan samen lezen en schrijven, waardoor ze zich competent voelen en het belang van lezen en schrijven ervaren.
Lees verder
Welke didactische aanpak van een programma voor brede talentontwikkeling heeft een positief effect op de motivatie van leerlingen?
 VO | Differentiatie | Motivatie
Talentontwikkeling staat hoog op de agenda in het voortgezet onderwijs, om leerlingen te motiveren en om ze beter te laten presteren. Daarbij gaat het zowel om ontwikkeling van schools talent als om brede talentontwikkeling. Belangrijke voorwaarde is een goed pedagogisch-didactisch klimaat in de klas. Leerlingen moeten zich veilig voelen, weten dat ze niet bang hoeven te zijn om vragen te stellen en dat het niet erg is om fouten te maken. Leerlingen hun eigen leerproces in handen geven en differentiatie versterken de motivatie. En opdrachten laten aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen bevordert motivatie, net als leerlingen laten samenwerken.
Lees verder
Als middelbare scholieren van verschillende niveaus of jaarlagen samenwerken op projectbasis, wat zijn dan de effecten op hun motivatie en leerresultaten?
 VO | Differentiatie
Samenwerkend leren kan succesvol zijn. Voorwaarden zijn wederzijdse afhankelijkheid, individuele verantwoordelijkheid en stimulerende interactie. Werken in groepen heeft positieve effecten op leerresultaten en motivatie, mits de niveauverschillen niet te groot zijn. Sterk heterogene groepen bieden wel voordelen voor de zwakkere leerlingen, maar zijn niet motiverend voor de sterkere leerlingen. Bovendien kost coördinatie en afstemming in dergelijke groepen veel tijd. Samenwerking door leerlingen van verschillende jaarlagen is daarom niet zonder meer aan te bevelen. Als ervoor gekozen wordt, is een duidelijke rolverdeling tussen groepsleden raadzaam.
Lees verder
Wat zijn de effecten van een aanpassing in het lesaanbod, waarbij er ’s ochtends centrale lessen worden gegeven en ’s middags ondersteuning en verdieping op de leerprestaties en de motivatie van leerlingen?
 VO | Differentiatie | Werkdruk
Een combinatie van ingedikte vaklessen in de ochtend en ’s middags ondersteunings- of verdiepingslessen heeft een positief effect op de leerprestaties van beter presterende leerlingen. Op de minder presterende leerlingen heeft deze aanpassing van het lesaanbod zonder aanvullende maatregelen een negatief effect. Vervolgens heeft dat ook een negatief effect op hun motivatie. Wanneer de vaklessen ’s morgens met directie instructie worden gegeven en de ondersteuningslessen daarop aansluiten als verlengde instructie, kunnen de minder presterende leerlingen voldoende worden gecompenseerd. Ook pre-teaching biedt mogelijkheden voor compensatie. Daarbij worden voor de minder presterende leerlingen in de middag de vaklessen voor de volgende dag voorbereid. Dat vereist wel nauwe afstemming tussen inhoud van vaklessen en ondersteuningslessen.
Lees verder
Wat zijn kenmerken van mbo-studenten en presteren zij beter als de onderwijsaanpak wordt afgestemd op die kenmerken?
 MBO | Differentiatie
Dé mbo-student bestaat niet. Er is een grote diversiteit onder mbo’ers, onder andere in type en niveau van de vooropleiding, leeftijd, sociaal-economische status ouders, beheersing van de basisvaardigheden en ambities voor vervolgloopbaan (werk en/of doorleren). De vele verschillende mbo-opleidingen zijn ook debet aan die diverse populatie studenten. De pedagogisch-didactische aanpak afstemmen op de kenmerken van een groep of individuele studenten heeft in het algemeen een positief effect op leerprestaties en –ontwikkeling van studenten. Het is aannemelijk dat dit ook voor mbo-studenten geldt, maar nader onderzoek moet uitwijzen of dat inderdaad zo is.
Lees verder
Is werken met een kleine kring als vorm van intern differentiëren de goede aanpak voor de cognitieve ontwikkeling van alle kinderen in een onderbouwklas?
 PO | Differentiatie
Kinderen in een kleine kring plaatsen voor extra en/of op maat aanpak kan tot betere prestaties leiden. Hoogpresteerders profiteren meer van deze aanpak dan laagpresteerders en in veel gevallen is het eerder nadelig voor de laatsten. Voor hun prestaties is het beter om in een heterogene setting te leren, met leerlingen die het beter doen.
Lees verder
Is er een relatie tussen hoogbegaafdheid en onderpresteren?
 PO | Differentiatie
Een aanzienlijk deel van de hoogbegaafde leerlingen presteert lager dan verwacht mag worden op basis van de intelligentie. Schattingen variëren van 15% tot 50%, afhankelijk van de definitie van onderpresteren. Onderpresteren bij hoogbegaafde leerlingen is al waarneembaar vanaf groep 2. In de hogere groepen neemt het onderpresteren toe. Om het onderwijs af te stemmen op hoogbegaafden is vroegtijdige onderkenning belangrijk. Naast organisatorische en inhoudelijke afstemming van het onderwijs is individuele begeleiding (mentoring) gewenst.
Lees verder
Leidt de inzet van gemakkelijk leermateriaal en weinig verwachtingen hebben tot onderprestatie bij vmbo-leerlingen?
 VO | Differentiatie | Motivatie
Materiaal voor vmbo-leerlingen moet vooral passend zijn, niet makkelijk. Passend materiaal voldoet aan een aantal kenmerken, zoals zinnen die bestaan uit signaalwoorden en teksten die expliciet op de leerstof focussen. Dit helpt de leerlingen en versterkt hun motivatie. Weinig of lage verwachtingen van leerlingen hebben, kan zeker onderpresteren veroorzaken. Docenten kunnen leerlingen beter laten presteren door te focussen op voortgang en door een gunstig pedagogisch klimaat te scheppen. Juist op het vmbo vraagt dat vakbekwaamheid van docenten. De verwachtingen van leerlingen zelf spelen ook een rol bij onderpresteren. Soms is het zelfvertrouwen zo slecht dat niet inspannen en dus falen de voorkeur heeft boven falen na inspanning.
Lees verder
Wat zijn effectieve manieren om in de brugklas te differentiëren bij onderwijs in de Engelse taal?
 VO | Differentiatie | Taal | Vakken
Differentiëren kan op verschillende manieren. Bij convergente differentiatie wordt gestreefd naar het behalen van minimumdoelen voor alle leerlingen. Bij divergente differentiatie gelden verschillende doelen voor verschillende (groepen) leerlingen. Heterogene groepen verdienen bij convergente differentiatie de voorkeur boven homogene groepen. Vooral zwakke leerlingen hebben hier baat bij. Individualisering van het onderwijs resulteert doorgaans in afname van de instructietijd per leerling en is daarom niet wenselijk voor zwakke leerlingen.
Lees verder
Verhoogt gepersonaliseerd onderwijs de resultaten van alle leerlingen in het primair onderwijs?
 PO | Differentiatie | Zelfregulerend leren
Aspecten van gepersonaliseerd leren hebben een positief effect op leeropbrengsten, vooral zelfregulerend leren en gebruik van ict. Gepersonaliseerd leren vereist van leerlingen goede metacognitieve en zelfregulerende vaardigheden. Die vaardigheden bevorderen de motivatie van leerlingen en maken dat ze zich competenter voelen. Bovendien gaan de leerresultaten omhoog. De invoering van gepersonaliseerd leren kan het beste geleidelijk plaatsvinden. De sturing door de leerkracht neemt via gedeelde sturing af tot de uiteindelijke zelfsturing door leerlingen.
Lees verder
Heeft de inzet van de theorie over meervoudige intelligentie invloed op leerresultaten van leerlingen?
 PO | VO | MBO | Differentiatie | Vernieuwingsonderwijs
Om recht te doen aan verschillen tussen leerlingen, maakt een aantal scholen gebruik van de theorie over meervoudige intelligentie (MI). Hoewel er enige aanwijzingen zijn dat aandacht voor MI gunstig werkt bij wiskunde, is er weinig deugdelijk wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de toepassing en de effecten van deze theorie in het onderwijs. Of de theorie invloed heeft op de leerresultaten weten we dus niet. Er zijn andere, wél met onderzoek onderbouwde manieren om recht te doen aan verschillen tussen leerlingen.
Lees verder
Kan feedback op digitale oefeningen die automatisch nagekeken worden, de instructies van een leerkracht vervangen?
 PO | Differentiatie | ICT | Toetsen & feedback
Ja, digitale leeromgevingen kunnen bepaalde aspecten van het geven van feedback van de leerkracht overnemen. Het gaat dan om of een opdracht goed of fout uitgevoerd is, met bijbehorende extra uitleg. Maar met uitsluitend feedback in een digitale leeromgeving wordt een leerling te kort gedaan. Voor een goede feedback blijft de instructie van de leerkracht cruciaal. Hij geeft de leerling antwoord op de vragen ‘waar ga ik naartoe?’, ‘wat heb ik gedaan?’ en ‘wat is de volgende stap?’
Lees verder
Wat is er bekend over de effecten van formatief evalueren bij leerlingen en bij docenten?
 VO | Differentiatie | Toetsen & feedback | Zelfregulerend leren
Formatieve evaluatie kan bijdragen aan betere leerprestaties, hogere motivatie en meer eigenaarschap van leerlingen. Cruciale elementen hierbij zijn de focus op groei en ontwikkeling, het zinvol inzetten van diverse vormen van toetsing op meerdere momenten tijdens het leerproces, en het geven en krijgen van feedback. Docenten dienen de leerdoelen helder voor ogen te hebben, evenals een beeld van waar de leerlingen staan. Vervolgens moeten ze gerichte instructie en feedback kunnen geven om nog niet behaalde leerdoelen te bereiken.
Lees verder
Welke invloed heeft het werken met digitale leeromgevingen die gepersonaliseerd leren mogelijk maken op het handelen en oordelen van leraren?
 PO | VO | Differentiatie | ICT
Digitale leermiddelen geven leraren zicht op de lesvoortgang en leerlingresultaten, waardoor zij leerlingen sneller en gerichter kunnen helpen. Tegelijkertijd hebben leraren moeite met het interpreteren van de gegevens van deze leermiddelen en het inzetten daarvan voor differentiatie. Verder hebben leraren het gevoel dat zij beter de gebruikelijke lesmethodes kunnen gebruiken, omdat die beter aansluiten op de standaardtoetsen.
Lees verder
Wat zijn de effecten van homogeen en heterogeen groeperen op de taal- en rekenprestaties op de basisschool?
 PO | Differentiatie | Taal | Vakken
Groeperen op leerprestaties heeft positieve effecten, vergeleken met instructie geven aan de hele klas. Homogeen groeperen heeft gemiddeld positievere effecten dan heterogeen groeperen. De effecten van homogeen groeperen zijn daarbij sterker voor taal dan van voor rekenen. Vooral gemiddelde en beter presterende leerlingen hebben baat bij homogeen groeperen. Voor zwakker presterende leerlingen lijkt heterogeen groeperen effectiever.
Lees verder
Bestaan er voorbeelden van tijds- en plaatsonafhankelijk gepersonaliseerd leren en wat is de rol van de docent hierbij?
 VO | MBO | Differentiatie
Het Nederlandse project Urway is een vorm van tijds- en plaatsonafhankelijk gepersonaliseerd leren. In dit project draagt de docent de regie over het leerproces deels over aan de leerling en neemt zelf een coachende rol aan. Voor leeropbrengsten bij tijd- en plaatsonafhankelijk gepersonaliseerd leren is het van belang dat de dialoog tussen deelnemers en docent, de structuur van het onderwijsprogramma en de autonomie van de leerling in balans zijn. Maar net als in de onderwijspraktijk is ook in de wetenschappelijke literatuur het aantal voorbeelden bijzonder schaars.
Lees verder
In hoeverre laten leraren die over de vereiste vaardigheden voor gepersonaliseerd onderwijs beschikken, dat in de lespraktijk ook zien?
 PO | VO | MBO | 21e-eeuwse vaardigheden | Differentiatie | ICT | Professionalisering
Leraren die over ict-, differentiatie- en coachvaardigheden beschikken, zetten deze vaardigheden niet automatisch in tijdens de les. Onderwijs gericht op gepersonaliseerd leren van leerlingen heeft meer nodig. Zo spelen visie en opvattingen over goed en doelmatig onderwijs een rol. Van belang zijn ook deskundigheden van anderen in de school, materiële randvoorwaarden en de innovatiestrategie. Veel scholen streven naar gepersonaliseerd leren met ict, om daarmee tegemoet te komen aan individuele verschillen tussen leerlingen. Door gebruik te maken van ict en andere technologieën zou het voor leraren gemakkelijker worden om differentiatie en maatwerk in de klas te leveren. Bij het vormgeven van dergelijke gepersonaliseerde leersituaties wordt een beroep gedaan op vermogens als ict-, differentiatie- en coachvaardigheden. Effecten van dergelijke vormen van gepersonaliseerd leren zijn veelbelovend.
Lees verder
Wat is de invloed van het daltonprincipe ‘kwartiertjesrooster’ op de taakgerichtheid van leerlingen in het basisonderwijs?
 PO | Differentiatie | Vernieuwingsonderwijs | Zelfregulerend leren
In het kwartiertjesrooster staat welke niveaugroep wanneer een kwartier instructie krijgt. Verwerking hoeft niet direct na de instructie plaats te vinden. Als leerlingen meer autonomie krijgen over het leerproces middels zelfgestuurd leren (bijvoorbeeld door te werken met het kwartiertjesrooster), verhoogt dat indirect hun taakgerichtheid. Er moet daarbij wel rekening worden gehouden met andere factoren, zoals de leeftijd en ontwikkeling van de leerling.
Lees verder
Ontwikkelen kinderen zich beter als we ons leerstofjaarklassensysteem loslaten?
 PO | Differentiatie | Schoolorganisatie
Hoewel het leerstofjaarklassensysteem dominant is in het Nederlandse onderwijs, zijn er al sinds lange tijd alternatieven. Bekende voorbeelden zijn montessori- en jenaplanscholen, waar kinderen van verschillende leeftijden in één klas zetten. Er is echter geen overtuigend verschil tussen deze typen scholen en scholen met leerstofjaarklassen. Om leerlingen onderwijs op maat te bieden, kan ook binnen de leerstofjaarklas worden gedifferentieerd. Daarbij is het werken met permanente homogene groepen niet effectief. Integendeel: vaste, homogene niveaugroepen leiden zelfs tot grotere niveauverschillen. Met name de zwakkere leerlingen ondervinden nadeel van homogeen groeperen. Andere vormen van differentiatie, met name convergente differentiatie, binnen heterogene groepen kunnen wel tot positieve resultaten leiden.
Lees verder
Wat is de meest effectieve manier van werken met (hoog-, meer-) begaafde leerlingen?
 PO | Differentiatie
Aparte activiteiten voor hoogbegaafde leerlingen hebben meestal een positief effect op hun leerprestaties, op hun motivatie, hun leervaardigheden en creativiteit. Niet voor alle domeinen en of vakken leiden alle aanpassingen tot een verbetering. Goed onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen, en eigenlijk voor alle leerlingen, vraagt naast inzetten op cognitief presteren ook om de juiste begeleiding en om leraren die expertise hebben op dit terrein. Welke begeleiding nodig is, hangt af van de beginsituatie van de leerling. Onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen start idealiter met het in kaart brengen van de cognitieve, sociaal-emotionele en ontwikkel- en leervaardigheden. Als het onderwijs wat betreft inhoud, organisatie en pedagogisch didactische begeleiding daarbij aansluit, zijn de (hoogbegaafde) leerlingen het best geholpen.
Lees verder
Hoe kunnen lerarenopleidingen primair onderwijs flexibiliseren om zo startende studenten meer maatwerk te bieden?
 LERARENOPLEIDING | PO | HO | 21e-eeuwse vaardigheden | Differentiatie | Professionalisering
Meer flexibilisering en maatwerk in lerarenopleidingen betekent meer variatie aanbrengen op het gebied van tempo, inhoud, omvang, volgorde en spreiding van de lessen. Ict biedt mogelijkheden voor meer flexibilisering. Denk daarbij aan e-learning, een virtueel lerende omgeving en blended learning. Dit stelt evenwel eisen aan de competenties van de betrokken opleiders. En de begeleiding van studenten hierin het kost ze vaak meer tijd dan verwacht.
Lees verder
Wat is het effect van maatwerk op de motivatie van leerlingen?
 PO | VO | (V)SO | MBO | Differentiatie | Motivatie
Maatwerk is een verzamelterm voor een groot aantal verschillende manieren om het onderwijsaanbod beter aan te laten sluiten op de behoeften van leerlingen. Zo wordt maatwerk in verband gebracht met bijvoorbeeld differentiatie, flexibilisering, individualisering, personalisering en talentontwikkeling. De verwachting is dat leerlingen door dit maatwerk meer en beter worden uitgedaagd. En dat zou een positieve invloed kunnen hebben op de leermotivatie/leerhouding van leerlingen, zodat hun onderwijsprestaties verbeteren. Of dit ook zo is, hebben we in de literatuur niet eenduidig kunnen vaststellen.
Lees verder
Wat zijn de ervaringen met vakspecialisatie in het primair onderwijs en wat zijn de effecten?
 PO | 21e-eeuwse vaardigheden | Differentiatie | Professionalisering | Schoolorganisatie
Vormen van vakspecialisatie waar leerkrachten in het primair onderwijs zelf taal en rekenen geven aan een eigen groep en zich daarnaast specialiseren in de andere vakken en daarin les geven aan meer groepen, komen weinig voor. Vormen van vakspecialisatie worden vooral ingezet om de prestaties van leerlingen te verbeteren. De verwachte positieve effecten blijken soms wel, soms niet op te treden. Een nadeel van vakspecialisatie is dat de leerkrachten, omdat ze dan met meer leerlingen te maken hebben, hun onderwijs minder goed pedagogisch-didactisch kunnen afstemmen op de behoeften van individuele leerlingen. Dit doet met name bij probleemleerlingen soms afbreuk aan hun prestaties.
Lees verder
Wat weten we over het effect van zittenblijven of versnellen op leerprestaties en de sociaal-emotionele ontwikkeling?
 PO | Differentiatie | Gelijke kansen | Leer- & gedragsproblemen | Schoolloopbaan
Zittenblijven in het primair onderwijs heeft in het algemeen geen positief effect op de (cognitieve) leerprestaties, ook niet op langere termijn. Onderzoek naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen laat zowel positieve als negatieve gevolgen zien. De gevonden positieve gevolgen op korte termijn zijn op langere termijn weer verdwenen. Het versnellen van (hoog)begaafde leerlingen lijkt een positief effect te hebben op de cognitieve ontwikkeling, ook op langere termijn. Er zijn geen significant negatieve effecten op de sociaal-emotionele ontwikkeling gevonden.
Lees verder
Wat biedt een adaptieve leeromgeving leerlingen en welke rol heeft de leraar daarin?
 PO | VO | Differentiatie | ICT
Wanneer computers als een aanvulling op leerkrachtinstructie worden gebruikt, kan dat het leerresultaat ten goede komen. Adaptieve, digitale leeromgevingen kunnen taken van leerkrachten overnemen, zoals het afstemmen van de moeilijkheidsgraad van opgaven op het niveau van de leerlingen en het geven van feedback. De leerwinst stijgt als leerkrachten daarnaast de voortgang monitoren, naar oorzaken van problemen zoeken, aangepaste instructie geven, mogelijkheden tot zelfsturing door de leerling geven.
Lees verder
Leren leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs beter volgens convergente of divergente differentiatie?
 VO | Differentiatie
Er is geen eenduidig antwoord te geven of leren in het voortgezet onderwijs beter gaat volgens convergente of divergente differentiatie. Bij convergente differentiatie ligt de nadruk op het gemeenschappelijk behalen van de minimumdoelen en bij divergente differentiatie staat de individuele begeleiding van leerlingen centraal. Van belang is het werken met kleine groepen. Docenten moeten de niveaus en onderwijsbehoeften van leerlingen goed inschatten; ict kan daarbij helpen. Vooral laag presterende leerlingen lijken te profiteren van het werken in heterogene groepen.
Lees verder
Heeft een didactische aanpak gebaseerd op cognitieve voorkeuren van leerlingen effect op de leesvaardigheid (begrijpend lezen) in een vreemde taal?
 PO | VO | Differentiatie | Taal | Vakken | Vernieuwingsonderwijs
Dat er een effect is van aandacht voor verschillende leerstijlen en/of meervoudige intelligentie op de leesvaardigheid (begrijpend lezen) in een vreemde taal wordt niet bevestigd op basis van een literatuurstudie. Wat eerder een positief effect lijkt te hebben als uitvoerbare en effectieve onderwijsinterventie bij de ontwikkeling op leesvaardigheid, is het gebruik van leesstrategieën.
Lees verder
Hoe en in welke mate kan het huidige onderwijs in het V(S)O bijdragen aan de ontwikkeling van een passend toekomstperspectief bij leerlingen met ASS?
 VO | (V)SO | Differentiatie | Leer- & gedragsproblemen
Leerlingen met een autismespectrumstoornis (ASS) lijken baat te hebben bij gerichte begeleiding in het regulier of speciaal voortgezet onderwijs. ASS is een verzamelnaam voor heel verschillende leerlingen, die soms behoefte hebben aan een verschillende aanpak. Dus maatwerk is nodig. Voor stellige uitspraken over effecten van begeleiding is het te vroeg. Meer empirisch onderzoek hiernaar is wenselijk.
Lees verder
Wat is het effect van blended lesmateriaal op onderwijsresultaten in het voortgezet onderwijs?
 VO | Differentiatie | ICT | Motivatie
Het effect van blended leren is klein tot middelgroot op de onderwijsprestaties van leerlingen. Dit gaat op voor alle onderwijsniveaus en voor alle vakgebieden. Deze vorm van leren, waarbij onder andere digitaal lesmateriaal wordt ingezet naast traditionele leermiddelen, kan naar verwachting de motivatie van leerlingen bevorderen. Bewegende beelden zijn aantrekkelijk voor leerlingen en stimuleren een actievere verwerking van de lesstof. Digitale lesmaterialen bieden ook de mogelijkheid om leerlingen pas na voldoende beheersing van een onderdeel door te laten gaan naar een volgend onderdeel.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag