Filter resultaten op:
Onderwijssector
Onderwijsthema

Vraag & Antwoord

263 resultaten gevonden

Hoe kun je bevorderen dat meer vmbo-leerlingen kiezen voor bèta-techniek?
 VO | MBO | Vakken | Ook interessant
Jongeren in het vmbo hebben een te beperkt beeld van techniek en een beeld dat slecht past bij hoe zij zichzelf zien. Veel jongeren zien onvoldoende dat techniek nuttig en interessant kan zijn. Ook heeft techniek het imago moeilijk te zijn en meer iets voor jongens dan voor meisjes. Toch kunnen technische opleidingen en beroepen aantrekkelijker worden gemaakt. Door leerlingen (technisch) zelfvertrouwen te laten ontwikkelen en hen in contact te brengen met allerlei facetten van techniek. Zo kunnen zij een breder en realistischer beeld ontwikkelen van techniek en van de benodigde competenties. Vervolgens is het belangrijk dat zij op die ervaringen reflecteren en ze verbinden met hun zelfbeeld in loopbaangesprekken. Ook de omgeving van de leerling moet daarbij worden betrokken. Ouders en leeftijdgenoten spelen een belangrijke rol bij loopbaankeuzen.
Lees verder
Welke factoren beïnvloeden het schoolloopbaansucces in het voortgezet onderwijs van leerlingen met gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen die uitstromen uit het speciaal (basis)onderwijs?
 (V)SO | Leer- & gedragsproblemen | Schoolloopbaan
Intelligentie is een belangrijke voorspeller van schoolloopbaansucces in het regulier onderwijs. Maar het is de vraag of dat ook zo is voor kinderen met gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen. Bovendien spelen executieve functies als impulsbeheersing en het reguleren van emoties, naast planning, organisatie en werkhouding ook een belangrijke rol. Een alternatief voor de IQ-test als voorspeller van schoolsucces voor deze leerlingen is de leerpotentieeltest of dynamische test. Bij dynamische tests krijgt de deelnemer tijdens het testen hulp. Of er wordt tussen twee testsessies een training gegeven. Dit geeft een goede indicatie van de ondersteuningsbehoefte van leerlingen in het vervolgonderwijs. Er zijn echter nog weinig van dergelijke tests beschikbaar voor de onderwijspraktijk.
Lees verder
Is een rijenopstelling beter voor leerlingen in het vmbo basis/kader dan een groepsopstelling?
 VO
Leerlingen die in rijen zitten, werken taakgerichter aan een individuele taak en hebben een betere werkhouding daarbij dan leerlingen in groepen. Zij krijgen meer werk gedaan in dezelfde tijd, omdat ze minder afgeleid zijn. De effecten zijn vooral groot voor leerlingen die snel afgeleid zijn en minder goed presteren. Voor interactieve werkvormen zijn rijen minder geschikt. Bij een hoefijzeropstelling (U) stellen leerlingen meer vragen aan elkaar en aan de docent, en is er een grotere taakgerichtheid bij het brainstormen.
Lees verder
Beïnvloedt ervaringsleren de examenresultaten van vmbo-leerlingen?
 VO | Vernieuwingsonderwijs | Werkplekleren
Onderwijs dat bestaat uit ervaringsleren en/of leren buiten de schoolmuren in combinatie met leren in de klas heeft positieve effecten op leerprestaties. Verder zijn er positieve effecten op niet-cognitieve vaardigheden zoals onderlinge samenwerking. Het gaat om buitenlands onderzoek onder leerlingen in het voortgezet onderwijs én volwassen studenten of cursisten. De resultaten kunnen daarom mogelijk niet een-op-een naar vmbo-leerlingen worden vertaald.
Lees verder
Is werken met een kleine kring als vorm van intern differentiëren de goede aanpak voor de cognitieve ontwikkeling van alle kinderen in een onderbouwklas?
 PO
Kinderen in een kleine kring plaatsen voor extra en/of op maat aanpak kan tot betere prestaties leiden. Hoogpresteerders profiteren meer van deze aanpak dan laagpresteerders en in veel gevallen is het eerder nadelig voor de laatsten. Voor hun prestaties is het beter om in een heterogene setting te leren, met leerlingen die het beter doen.
Lees verder
Is er samenhang tussen handschriftproblemen en leesproblemen bij kinderen in groep 3 en 4? Bij welke schrijfoefeningen hebben kinderen met gecombineerde lees- en handschriftproblemen baat?
 PO | Taal | Vakken
Er is geen direct oorzakelijk verband tussen leesproblemen en handschriftproblemen. Wel zien we vaak dat kinderen met leesproblemen ook meer moeite hebben met schrijven. Belangrijk is onderscheid te maken tussen schrijfproblemen veroorzaakt door cognitieve en didactische factoren (problemen met klank/letterkoppeling) en schrijfproblemen door motorische factoren (problemen met de schrijfbeweging). Wanneer kinderen met leesproblemen handschriftproblemen hebben, is het goed om bij het oefenen van de schrijfbeweging de koppeling met lezen en spellen zo veel mogelijk los te laten. En te focussen op het oefenen van losse letters en vormen.
Lees verder
Op welke manier is het in beeld brengen van de klantbeleving van leerlingen/ studenten en van andere betrokkenen als ouders, aanleverende scholen, bedrijfsleven, toepasbaar in een onderwijsinstelling?
 PO | VO | MBO | Ook interessant
Deze vraag betreft een gebied waarbinnen nog niet veel onderzoek is verricht. Onderzoek is vooral in de VS gedaan en dan merendeels binnen het hoger en wetenschappelijk onderwijs. Daar spitsen onderzoekers zich toe op de vraag in hoeverre leerlingen/ studenten überhaupt klanten zijn of zich klanten voelen. Binnen het hoger beroepsonderwijs in Estland is een concreet model ontwikkeld om gegevens over klantbeleving in beeld te brengen.
Lees verder
Wat verklaart verschillen in ontwikkeling van mondelinge tweedetaalverwerving bij vluchtelingenkinderen ouder dan 6 jaar zonder taalontwikkelingsstoornis?
 PO | Gelijke kansen | Taal | Vakken
Snelle verwerving van de omgevingstaal is cruciaal voor nieuwkomers. Wat voorspelt hoe snel kinderen de nieuwe taal oppikken, is afhankelijk van kindfactoren en omgevingsfactoren, en de interactie tussen die twee. Voorspellende kindfactoren zijn bijvoorbeeld taalaanleg en werkgeheugen. De belangrijkste omgevingsfactoren zijn de hoeveelheid en kwaliteit van het taalaanbod. Een rijk taalaanbod (in de eerste en in de tweede taal) afgestemd op de vaardigheden van het kind, en veel mogelijkheid tot interactie, zijn bevorderlijk voor de tweedetaalontwikkeling.
Lees verder
Wat is de invloed van werken met tablets op de lichamelijke ontwikkeling en de leeropbrengsten van cluster 4 leerlingen?
 PO | (V)SO | ICT | Leer- & gedragsproblemen
Langdurig werken met tablets kan leiden tot lichamelijke klachten. Daarnaast lijkt nabijwerk, activiteiten die gedaan worden op korte werkafstand, bijziendheid te kunnen veroorzaken. Nabijwerk kan echter ook het lezen van een boek zijn, of het maken van huiswerk. Zorgen voor afwisseling met buiten spelen is vaak het advies. Onderzoek naar de effecten van werken met tablets op de leeropbrengsten van cluster 4 leerlingen toont eerste positieve resultaten. Maar meer onderzoek is nodig om deze te bevestigen.
Lees verder
Kunnen leernetwerken van schoolleiders bijdragen aan hun professionele ontwikkeling? Hoe moeten deze dan worden opgezet en ingericht?
 VO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Management | Leergemeenschappen | Ook interessant
Leren in leernetwerken biedt een goede insteek voor de professionalisering van schoolleiders. Het is een vorm van informeel leren die tegemoetkomt aan hun leerwensen. Voorwaarden voor effectiviteit zijn: koppeling theorie en praktijk, intensieve, actieve opdrachten in de school en input van experts. Ook is het wenselijk dat de deelnemers de gezamenlijke leerdoelen, leerinhouden en werkvormen mede bepalen. Inhoud en werkwijze moeten worden afgestemd op de loopbaanfase van de deelnemers. Ervaren schoolleiders hebben andere behoeften en voorkeuren dan startende schoolleiders. Binnen zo'n gemengd netwerk kan het zinvol zijn op onderdelen te werken in homogene subgroepen of juist in koppels van ervaren en minder ervaren schoolleiders.
Lees verder
Leidt betrokkenheid van leerlingen bij onderwijsinterventies tot meer motivatie en betere leerresultaten?
 VO | Motivatie | Vernieuwingsonderwijs
Leerlingen bij onderwijsinterventies betrekken, kan bijdragen aan hun motivatie en leerresultaten. Door de inhoud van onderwijsinterventies tussen docenten en leerlingen af te stemmen wordt het eigenaarschap van leerlingen aangesproken. Zo wordt ook een beroep gedaan op hun intrinsieke motivatie. Die motivatie heeft een gunstig effect op leerresultaten. Er zijn echter ook allerlei andere factoren van invloed. Daarom gaat de betrokkenheid van leerlingen bij interventies niet altijd gepaard met meer motivatie en betere leerresultaten.
Lees verder
Welke invloed heeft taalvaardigheid op de doorstroom naar en studiesucces in het hbo van mbo’ers tot 25 jaar uit achterstandsgroepen?
 MBO | Gelijke kansen | Schoolloopbaan | Taal | Vakken
Gezien de zorgen over het taalniveau van mbo-studenten en de verschillen in taalgebruik op mbo en hbo adviseert een expertgroep van de MBO Raad specifiek aandacht te hebben voor taal op mbo en hbo. Of en zo ja welk effect dat (samen met andere factoren) heeft op hun studiesucces, zou dan nader onderzocht moeten worden. Want nu is naar de precieze rol van taalvaardigheid bij de doorstroom van mbo naar hbo nog geen onderzoek gedaan. Wel is bekend uit studies onder kinderen en jongeren dat taal invloed heeft op prestaties en uiteindelijk op studiesucces.
Lees verder
Hoe kunnen scholen en educatieve partners effectief samenwerken op het gebied van gezondheid en sport, techniek, cultuur en natuur?
 PO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Leergemeenschappen | Ook interessant
Effectieve samenwerking tussen scholen en verschillende educatieve partners kent de volgende gemeenschappelijke succesfactoren: visie, leiderschap en coördinatie, structurele communicatie, draagvlak, aandacht voor (financiële) randvoorwaarden, gezamenlijke ontwikkeling van activiteiten en producten. Een causale relatie tussen een goede samenwerking en het behalen van doelen van de samenwerking is nog niet overtuigend aangetoond.
Lees verder
Met welke leermiddelen kunnen leerlingen in het praktijkonderwijs digitale geletterdheid ontwikkelen? En hoe kunnen hun vorderingen worden getoetst?
 VO | 21e-eeuwse vaardigheden | ICT | Ook interessant
Scholen voor praktijkonderwijs kunnen het beste digitale vaardigheden aanleren als onderdeel van andere onderwijsactiviteiten. Een specifiek leermiddel is daarom niet nodig. Er zijn nog geen toetsen beschikbaar waarmee scholen de ontwikkeling van de digitale geletterdheid in kaart kunnen brengen. Wel kunnen scholen daarvoor uitwerkingen van digitale geletterdheid van Kennisnet of ICILS als checklist gebruiken.
Lees verder
Leidt het gebruik van lean-principes in een basisschoolklas tot een versterking van het eigenaarschap bij de leerlingen?
 PO | Zelfregulerend leren
Lean-denken is veelbelovend voor het onderwijs, blijkt uit verkennend onderzoek naar lean in het voortgezet en hoger onderwijs. Een ‘vertaalslag’ is wel nodig. Effectonderzoek is echter (nog) niet beschikbaar. Al ontbreekt onderzoek binnen het primair onderwijs, volgens experts/ervaringsdeskundigen zou het lean-gedachtegoed ook voor dit onderwijs geschikt zijn. Zij stellen dat door de manier waarop ons basisonderwijs is ingericht, lean-principes zich goed kunnen lenen om het eigenaarschap bij leerlingen te vergroten.
Lees verder
Hoe kunnen leraren met Asperger hun sociale vaardigheden in de klas versterken?
 PO | VO | MBO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Leer- & gedragsproblemen | Ook interessant
Voor (beginnende) leraren zijn begeleide video-analyse en synchroon coachen met een oortje effectieve manieren om klassenmanagement, didactiek en de pedagogische relatie met leerlingen te ontwikkelen. Hoewel er geen onderzoek naar is gedaan, is het plausibel dat deze werkwijze ook voor beginnende leraren met Asperger effectief kunnen zijn. Het inzetten van strips en films kan personen met Asperger helpen om de gedachtewereld van anderen te herkennen en te begrijpen. Vervolgens leren ze hun eigen gedrag af te stemmen op dat van anderen.
Lees verder
Op welke manier kunnen docenten een onderzoekende houding van leerlingen in het voortgezet onderwijs bevorderen?
 PO | VO | Professionalisering
Door zelf een onderzoekende houding aan te nemen en door onderzoeksvaardigheden bij leerlingen te stimuleren, kunnen docenten de nieuwsgierigheid van leerlingen bevorderen. Welke interventies van docenten het onderzoekend leren van leerlingen het beste stimuleren, hangt af van de fase waarin de leerling zit. Leerlingen met weinig onderzoekservaring lijken baat te hebben bij zelf onderzoek mogen doen naar eigen vragen. Meer ervaren leerlingen hebben het meest aan specifieke en gerichte begeleiding. Leerlingen laten werken met opdrachten die hun nieuwsgierigheid opwekken, helpt ze onderzoekend te leren. Ook kritisch zijn op eigen en andermans werk ondersteunt leerlingen in een onderzoekende houding.
Lees verder
Leidt het werken vanuit leerdoelen en leerlijnen tot een versterking van het eigenaarschap bij leerlingen?
 PO | Schoolloopbaan | Zelfregulerend leren
Het werken vanuit leerlijnen en leerdoelen kan het eigenaarschap bij leerlingen versterken. Het hangt echter van de omstandigheden af of deze versterking daadwerkelijk plaatsvindt. Belangrijke voorwaarden voor meer eigenaarschap hebben te maken met doelstellingen, toetsing en feedback, instructiestrategie, en professionalisering van leerkrachten en teams.
Lees verder
Wat is de invloed van de Nederlandse taal – zowel thuistaal als schooltaal – op de woordenschatontwikkeling van leerlingen in groep 4-8?
 PO | Gelijke kansen | Taal | Vakken
In de groepen 4-8 op de basisschool versterken woordenschatontwikkeling en begrijpend lezen elkaar. Bevorderen van leesvaardigheid en investeren in begrijpend lezen verhogen het woordenschatniveau bij leerlingen. Dat geldt eveneens voor het geven van hints om betekenissen van nieuwe woorden in teksten af te leiden.
Lees verder
Welke leerprincipes zijn het beste voor het vloeiend leren lezen en spellen bij kinderen in groep 3?
 PO | Taal | Vakken
Verschillende vormen van linguïstisch bewustzijn blijken al op jonge leeftijd voorspellend voor latere leesvaardigheid van kinderen. Tijdig aandacht geven aan het aanleren van letters en oefenen met klankbewustzijn is dan ook erg belangrijk.
Lees verder
Welke maatregelen kunnen de kwaliteit van pauzes in het basisonderwijs verbeteren?
 PO | Leer- & gedragsproblemen | Vakken
Het schoolplein verdelen in zones en het eerlijker verdelen van hotspots hebben een positief effect op de activiteiten van leerlingen tijdens de pauzes. Vooral jonge kinderen, meisjes en kinderen die op een ongestructureerd schoolplein weinig actief zijn, kunnen dan beter uit de voeten.
Lees verder
Welke strategie is het effectiefst voor het aanleren van auditieve synthese bij technisch lezen?
 PO | Taal | Vakken
Expliciete en systematische instructie in auditieve analyse en synthese ondersteunt het leren lezen, vooral wanneer het gecombineerd wordt met het oefenen van letter-klankkoppelingen. Zo kan een kind al op jonge leeftijd fonemisch bewustzijn ontwikkelen. Instructie op dat gebied is het effectiefst in de kleuterleeftijd, als voorbereiding op het formele leesonderwijs.
Lees verder
Welk effect heeft het strikt toepassen van overgangsnormen in het voortgezet onderwijs op de verdere schoolloopbaan van zittenblijvers?
 VO | Gelijke kansen | Schoolloopbaan
Zittenblijven in het voortgezet onderwijs leidt niet tot betere schoolprestaties of minder ongediplomeerde uitval. De kans is klein dat het strikt toepassen van overgangsnormen een positief effect heeft op de verdere schoolloopbaan van leerlingen die niet voldoen aan de norm en toch overgaan.
Lees verder
Is er een relatie tussen hoogbegaafdheid en onderpresteren?
 PO | Differentiatie
Een aanzienlijk deel van de hoogbegaafde leerlingen presteert lager dan verwacht mag worden op basis van de intelligentie. Schattingen variëren van 15% tot 50%, afhankelijk van de definitie van onderpresteren. Onderpresteren bij hoogbegaafde leerlingen is al waarneembaar vanaf groep 2. In de hogere groepen neemt het onderpresteren toe. Om het onderwijs af te stemmen op hoogbegaafden is vroegtijdige onderkenning belangrijk. Naast organisatorische en inhoudelijke afstemming van het onderwijs is individuele begeleiding (mentoring) gewenst.
Lees verder
Wat is de bijdrage van kunsteducatie, in het bijzonder dans, aan sociaal-emotionele vaardigheden en leervaardigheden van leerlingen in het voortgezet onderwijs?
 VO | Vakken
Dans kan helpen het alfabet te leren en er is enig bewijs dat dansen bijdraagt aan de ontwikkeling van visueel-ruimtelijke vaardigheden. Er zijn geen effecten van danseducatie op sociaal-emotionele vaardigheden bekend. Hoe een school kunsteducatie vormgeeft, is van groot belang voor leereffecten op andere terreinen, zoals het vergroten van sociaal-emotionele vaardigheden. De inhoud van de kunstvakken is minder van belang. Integratie van kunstonderwijs leidt, met name op lange termijn, tot betere kennisverwerving. De stof kan namelijk worden herhaald, maar net op een andere manier. Bijvoorbeeld door informatie te verwerken via tekenen of door historische gebeurtenissen na te spelen. Daardoor beklijft het beter.
Lees verder
Heeft werken aan groepscohesie in de klas invloed op voortijdig schoolverlaten in het mbo?
 MBO | Schoolloopbaan | Ook interessant
Er is geen direct bewijs voor de relatie tussen groepscohesie of sociale verbondenheid in een klas en voortijdig schoolverlaten. Groepscohesie is echter te zien als een aspect van verbondenheid met school en school- en klasklimaat, en het belang daarvan is wél aangetoond. Studenten die zich verbonden voelen met de school en een goede relatie hebben met docenten en medestudenten, hebben minder kans om voortijdig de school te verlaten. Werken aan groepscohesie in de klas zou dus invloed kunnen hebben op voortijdig schoolverlaten.
Lees verder
Leidt de inzet van gemakkelijk leermateriaal en weinig verwachtingen hebben tot onderprestatie bij vmbo-leerlingen?
 VO | Differentiatie | Professionalisering | Schoolorganisatie
Materiaal voor vmbo-leerlingen moet vooral passend zijn, niet makkelijk. Passend materiaal voldoet aan een aantal kenmerken, zoals zinnen die bestaan uit signaalwoorden en teksten die expliciet op de leerstof focussen. Dit helpt de leerlingen en versterkt hun motivatie. Weinig of lage verwachtingen van leerlingen hebben, kan zeker onderpresteren veroorzaken. Docenten kunnen leerlingen beter laten presteren door te focussen op voortgang en door een gunstig pedagogisch klimaat te scheppen. Juist op het vmbo vraagt dat vakbekwaamheid van docenten. De verwachtingen van leerlingen zelf spelen ook een rol bij onderpresteren. Soms is het zelfvertrouwen zo slecht dat niet inspannen en dus falen de voorkeur heeft boven falen na inspanning.
Lees verder
Welke didactische benadering zet aan tot en draagt bij aan de ontwikkeling van creatief denken bij kinderen?
 PO | VO | MBO | 21e-eeuwse vaardigheden
Creativiteit is een combinatie van divergent denken (het vermogen om met veel verschillende ideeën te komen) en convergent denken (tot een toepasbare probleemoplossing komen). Er zijn verscheidene pedagogisch-didactische aanpakken en materialen ontwikkeld, gericht op het bevorderen van creatief denken. Er is nog niet empirisch vastgesteld op welke wijze het onderwijs effectief kan bijdragen aan de ontwikkeling van creativiteit en welke didactische aanpakken daarbij de beste zijn.
Lees verder
Is er een relatie tussen kwaliteitsbeleid van scholen voor voortgezet onderwijs en hun lerend vermogen?
 VO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Schoolorganisatie
Vo-scholen streven steeds vaker een meer continue verbetercultuur na en willen zich tot een lerende organisatie ontwikkelen. Of kwaliteitsbeleid bijdraagt aan het lerend vermogen van een school of de ontwikkeling naar een lerende organisatie, is niet bekend. Scholen melden zelf andere elementen dan kwaliteitsbeleid die daarvoor belangrijk zijn, bijvoorbeeld goede samenwerking tussen management en werkvloer, de mogelijkheid om zich gezamenlijk te ontwikkelen en een duidelijk plan voor die ontwikkeling.
Lees verder
Hoe ontwikkelen zorgleerlingen zich in het reguliere basisonderwijs in taal, lezen, rekenen en sociaal-emotioneel, vergeleken met leerlingen in het speciaal basisonderwijs?
 PO | (V)SO | Leer- & gedragsproblemen
Zorgleerlingen in het basisonderwijs scoren op rekenen/wiskunde, woordenschat en technisch en begrijpend lezen lager dan leerlingen in het basisonderwijs zonder ondersteuningsbehoefte en hoger dan de leerlingen in het speciaal basisonderwijs (sbo). Zorgleerlingen lopen deze achterstand niet in; de geboekte leerwinst tussen negen en twaalf jaar is voor de drie groepen vergelijkbaar. Met twee uitzonderingen: bij technisch lezen ontwikkelen leerlingen in het sbo zich sneller dan de andere twee groepen, bij begrijpend lezen blijft de leerwinst bij zorgleerlingen in het basisonderwijs wat achter.
Lees verder
Heeft digitaal lesmateriaal invloed op de sociale competenties en/of executieve functies van leerlingen met gedragsproblemen/psychische stoornissen, bijvoorbeeld ASS of ADHD?
 PO | VO | (V)SO | ICT | Leer- & gedragsproblemen
Digitaal lesmateriaal biedt voordelen voor leerlingen met ADHD of ASS, omdat het structurerend is en voorspelbaar. Daardoor helpt het lesmateriaal deze kinderen om te gaan met beperkt ontwikkelde executieve functies. Bovendien heeft digitaal lesmateriaal met game-elementen een positieve invloed op de motivatie. Dat executieve functies ook verbeteren door het gebruik van digitaal lesmateriaal, is niet aangetoond. Met dat doel zijn er speciale trainingsprogramma’s ontwikkeld: Cogmed en Braingame Brian. Deze trainingen hebben voor kinderen met ADHD een positieve invloed op verschillende executieve functies, zowel op de korte als de middellange termijn. Voor kinderen met ASS is de effectiviteit niet aangetoond. Onderzoek naar de invloed van digitaal lesmateriaal op sociale competenties is niet aangetroffen.
Lees verder
Is NT2-onderwijs in het sbo of so gebaat bij een aangepaste aanpak in vergelijking met het reguliere basisonderwijs?
 PO | (V)SO | Gelijke kansen | Taal | Vakken
NT2-onderwijs aan leerlingen in het s(b)o vraagt niet per se om een andere aanpak of aangepaste doelstellingen. S(b)o leerlingen zijn net als leerlingen in het regulier onderwijs in staat om een tweede taal te verwerven, indien er randvoorwaarden zijn, zoals extra tijd en herhaling. Daarbij is het belangrijk dat leerkrachten expertise opdoen of bundelen in het aanleren van een tweede taal en kennis nemen van de culturele achtergrond van de leerling.
Lees verder
Waaraan moeten handelingsadviezen van externe adviseurs voldoen zodat leerkrachten po ermee aan het werk gaan?
 PO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering
Lang niet alle handelingsadviezen van externe deskundigen worden door leerkrachten ook echt opgevolgd. Handelingsadviezen worden opgevolgd als 1) de kwaliteit goed is en 2) de leerkracht er ook ‘echt’ mee wil werken. Deze twee elementen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De kwaliteit is goed als de handelingsadviezen aansluiten bij de praktijk, en bruikbaar en uitvoerbaar zijn voor de leerkracht. Het is cruciaal dat de leerkracht wordt betrokken bij de advisering. Adviezen die in samenwerking of co-creatie tot stand zijn gekomen, werken beter. Ook van invloed zijn leerkrachtfactoren, zoals de bereidheid van leraren om te leren, hun zelfvertrouwen, werkervaring en kennis. In alle situaties maken leerkrachten persoonlijk een afweging of het gegeven advies voor hen, in hun situatie de gevraagde tijd en energie waard is.
Lees verder
Hoe kan project-based learning de vakkennis en vaardigheden vergroten van leerlingen in het voortgezet onderwijs?
 VO | Vernieuwingsonderwijs
Project-based learning (PBL) is een didactisch model dat georganiseerd is rond projecten, waarin leerlingen actief en relatief autonoom kennis verwerven en construeren. Om PBL succesvol uit te voeren, is een aantal docentstrategieën van belang, zoals timemanagement, klassenmanagement en het monitoren en evalueren van het werk van leerlingen. Formatieve toetsing en peer- en zelfevaluatie nemen een belangrijke plaats in bij de beoordeling.
Lees verder
Wat is het langetermijneffect van het aanleren van klank-letterkoppelingen in groep 2 op de leesresultaten van leerlingen in groep 3?
 PO | Taal | Vakken
Kinderen die in de kleuterperiode geen gericht aanbod krijgen in het aanleren van de klank-letterkoppelingen, lopen een groter risico op het ontwikkelen van leesproblemen vanaf groep 3. Fonologisch bewustzijn (kunnen omgaan met klanken) in combinatie met actieve letterkennis en woordenschat zijn de bouwstenen voor directe, vlotte woordherkenning vanaf de start van de formele leesinstructie. Om een goed begin te kunnen maken met leren lezen (decoderen) in groep 3, is het noodzakelijk om hiervoor al in de kleuterperiode een stevige de basis te leggen. Het aanleren van klank-letterkoppelingen in groep 2 heeft dus een positief effect op de leesresultaten van leerlingen in groep 3. Bovendien voorkomt het leesproblemen op de korte of langere termijn.
Lees verder
Is er iets bekend over de effectiviteit van de PROMPT-methode of andere methodes bij kinderen met motorische articulatieproblemen die ook stotteren?
 PO | (V)SO | Taal | Vakken
Er zijn maar twee onderzoeken gedaan naar effectieve behandelmethodes voor de combinatie van motorische articulatieproblemen en stotteren. De onderzochte groepen waren klein. Beide onderzochte behandelmethodes leverden goede resultaten op: zowel het stotteren als de articulatieproblemen verminderden. Bij deze behandelmethodes werd PROMPT niet ingezet.
Lees verder
Draagt een later keuzemoment voor het voortgezet onderwijs, bijvoorbeeld op 14-jarige leeftijd, bij aan het schoolsucces van vooral leerlingen uit achterstandssituaties?
 PO | VO | Gelijke kansen | Schoolloopbaan | Schoolorganisatie
Leerlingen worden in Nederland op 12-jarige leeftijd geselecteerd in verschillende onderwijsniveaus, terwijl dat in veel andere landen pas op 14-16 jarige leeftijd gebeurt. Onderzoek wijst uit dat een vroege selectie met name negatieve effecten heeft voor leerlingen uit lagere sociaal-economische milieus en leerlingen met een migrantenachtergrond. Vroege selectie vergroot de leerprestatieverschillen tussen leerlingen en werkt daarmee ongelijkheid in de hand. Daarnaast zijn er negatieve gevolgen voor de (school)loopbaan. Vroege selectie heeft echter positieve gevolgen voor leerlingen in de hogere niveaus, omdat ze eerder onderwijs genieten dat beter op hun niveau aansluit.
Lees verder
Wat is het effect van verwijzing van leerlingen naar het speciaal onderwijs en het terugverwijzen naar het regulier onderwijs op het welbevinden van leerlingen?
 PO | VO | (V)SO | Differentiatie | Schoolloopbaan
Bekend is dat zorgleerlingen met leerstoornissen of gedragsmoeilijkheden in het regulier onderwijs, die (nog) niet zijn verwezen naar het speciaal onderwijs, een lager welbevinden hebben dan vergelijkbare leerlingen in het speciaal onderwijs. Dat komt doordat zij zich, anders dan bijvoorbeeld licht verstandelijk beperkte leerlingen, vergelijken met de ‘gemiddelde’ leerling op een reguliere school. Er zijn echter geen onderzoeksresultaten beschikbaar die iets zeggen over het effect van de overstap van regulier onderwijs naar speciaal onderwijs of andersom op het welbevinden van leerlingen.
Lees verder
Welke effecten heeft traumasensitief lesgeven op de ontwikkeling van vluchtelingkinderen?
 PO | Gelijke kansen | Taal | Vakken
Principes van traumasensitief lesgeven zijn veelbelovend voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van getraumatiseerde kinderen. Deze manier van lesgeven lijkt een positieve invloed te hebben op het gevoel van veiligheid en het welbevinden van de kinderen. En dit zijn belangrijke voorwaarden om tot leren te komen, ook het leren van een tweede taal.
Lees verder
Wat zijn de meest gunstige tijdstippen om les te geven aan vo-leerlingen voor hun leerprestaties?
 VO | MBO | Schoolorganisatie | Ook interessant
De puberteit heeft tot gevolg dat jongeren pas later op de avond behoefte aan slaap hebben, terwijl hun slaapbehoefte in aantallen uren op ruim 9 uur per nacht blijft. Pubers willen daarom in de ochtend wat langer slapen. Doordeweeks moeten scholieren vroeg hun bed uit om op tijd te zijn voor het eerste lesuur. Bij een deel van de scholieren leidt dat tot een gebrek aan slaap. Dat gebrek aan slaap beïnvloedt hun leerprestaties negatief. Onder bepaalde voorwaarden (namelijk dat de extra tijd wordt besteed aan extra slaap) kan het later starten van de lessen in het voorgezet onderwijs, bijvoorbeeld een uur of half uur, daarom bijdragen aan betere leerprestaties. Daarvan zullen vooral de leerlingen profiteren die behoren tot het chronotype ‘avondmens’.
Lees verder
Hoe verbeteren we de informatievaardigheden van vmbo-leerlingen?
 VO | 21e-eeuwse vaardigheden | ICT
De meeste Nederlandse leerlingen beschikken over basale ict-vaardigheden die meestal als ‘knoppenkennis’ worden aangeduid. Die leren ze al doende. Met de meer complexe of strategische vaardigheden – op een efficiënte en doelgerichte manier informatie verzamelen om je doel te bereiken – hebben veel leerlingen moeite. Op het vmbo haalt het overgrote deel van de leerlingen deze hogere niveaus van ict-vaardigheid niet. Specifiek onderzoek naar effecten van informatievaardigheidstrainingen in het (v)mbo is er niet. Maar onderzoek in het basis-, voortgezet en hoger onderwijs laat zien dat het onderwijs informatievaardigheid kan stimuleren door te werken met hele taken, door te demonstreren en door het proces te ondersteunen.
Lees verder
Wat is het effect van stress van leraren op hun functioneren en op het leren van leerlingen?
 PO | VO | MBO | Werkdruk | Ook interessant
Stress bij leraren beïnvloedt hun manier van lesgeven, de mate waarin ze sympathie kunnen tonen, de uitoefening van hun rol als leraar en de omgang met leerlingen. Emotioneel uitgeputte leraren reageren in de klas vaker reactief en maken vaker gebruik van disciplinerende maatregelen. Ze zijn minder in staat om de klas effectief te managen en een kalme en gestructureerde leeromgeving te creëren. Door afnemende gevoelens van betrokkenheid bij leraren kunnen hun leerlingen zich ook minder verbonden gaan voelen met de school, hetgeen kan leiden tot slechtere leerresultaten. Stress belemmert leraren ook om een positieve invloed te kunnen uitoefenen op de sociaal-emotionele vaardigheden van kinderen, zoals het reduceren van gedragsproblemen.
Lees verder
Heeft onderwijs op basis van de theorie van Human Dynamics effecten op de leerresultaten?
 PO | VO | MBO | Vernieuwingsonderwijs
Om recht te doen aan verschillen tussen leerlingen, maken scholen soms gebruik van de theorie van Human Dynamics. Er is echter geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de toepassing van het gedachtengoed van Human Dynamics in het onderwijs. Of het een positieve, neutrale dan wel negatieve invloed heeft op de leerresultaten van leerlingen, kan dus niet worden gezegd.
Lees verder
Wat zijn effectieve manieren om in de brugklas te differentiëren bij onderwijs in de Engelse taal?
 VO | Differentiatie | Taal | Vakken
Differentiëren kan op verschillende manieren. Bij convergente differentiatie wordt gestreefd naar het behalen van minimumdoelen voor alle leerlingen. Bij divergente differentiatie gelden verschillende doelen voor verschillende (groepen) leerlingen. Heterogene groepen verdienen bij convergente differentiatie de voorkeur boven homogene groepen. Vooral zwakke leerlingen hebben hier baat bij. Individualisering van het onderwijs resulteert doorgaans in afname van de instructietijd per leerling en is daarom niet wenselijk voor zwakke leerlingen.
Lees verder
Verhoogt gepersonaliseerd onderwijs de resultaten van alle leerlingen in het primair onderwijs?
 PO | Differentiatie
Aspecten van gepersonaliseerd leren hebben een positief effect op leeropbrengsten, vooral zelfregulerend leren en gebruik van ict. Gepersonaliseerd leren vereist van leerlingen goede metacognitieve en zelfregulerende vaardigheden. Die vaardigheden bevorderen de motivatie van leerlingen en maken dat ze zich competenter voelen. Bovendien gaan de leerresultaten omhoog. De invoering van gepersonaliseerd leren kan het beste geleidelijk plaatsvinden. De sturing door de leerkracht neemt via gedeelde sturing af tot de uiteindelijke zelfsturing door leerlingen.
Lees verder
Zijn er verschillen tussen schrijven met de hand en typen voor de ontwikkeling van handschrift en spelling?
 PO | ICT | Taal | Vakken
Door het schrijven met pen en papier leren kinderen beter nieuwe letters te herkennen en ontwikkelen zich motorische vaardigheden en motorprogramma’s in de hersenen. Door te typen worden deze minder goed ontwikkeld. De ontwikkeling van motorische vaardigheden en motorprogramma’s heeft een positieve uitwerking op de schrijfvaardigheid (bijvoorbeeld leesbaarheid), spelling en lezen van kinderen. Deze schoolse vaardigheden worden dus indirect positief beïnvloed door schrijven met de hand. De ontwikkeling van de schrijfvaardigheid begint rond de leeftijd van 5 jaar en is pas voltooid rond het 15de jaar.
Lees verder
Heeft de inzet van de theorie over meervoudige intelligentie invloed op leerresultaten van leerlingen?
 PO | VO | MBO | Differentiatie | Gelijke kansen | Vernieuwingsonderwijs
Om recht te doen aan verschillen tussen leerlingen, maakt een aantal scholen gebruik van de theorie over meervoudige intelligentie (MI). Hoewel er enige aanwijzingen zijn dat aandacht voor MI gunstig werkt bij wiskunde, is er weinig deugdelijk wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de toepassing en de effecten van deze theorie in het onderwijs. Of de theorie invloed heeft op de leerresultaten weten we dus niet. Er zijn andere, wél met onderzoek onderbouwde manieren om recht te doen aan verschillen tussen leerlingen.
Lees verder
Wat zijn succesvolle interventies bij het faciliteren van leergemeenschappen?
 PO | VO | MBO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Leergemeenschappen | Ook interessant
De ene leergemeenschap is de andere niet; er is dus geen universele checklist van succesvolle interventies op te stellen. Binnen leergemeenschappen zijn vier elementen te onderscheiden: de deelnemers, de organisatie waarbinnen zij werken en leren, de kennis die zij delen of vormen en de manier waarop de leergemeenschap wordt vormgegeven en ondersteund. Voor ieder van deze elementen zijn verschillende interventies mogelijk die het leren binnen de gemeenschap faciliteren, afhankelijk van het profiel van de leergemeenschap.
Lees verder
Verbetert bij tweetalig mbo de taalvaardigheid in de tweede taal en zorgt dat voor een beter arbeidsmarktperspectief?
 MBO | Taal | Vakken
Tweetalig onderwijs wordt behalve in het voortgezet onderwijs ook op mbo-scholen aangeboden. Het is aannemelijk dat tweetalig onderwijs op het mbo positieve effecten heeft op taalvaardigheid in de tweede taal. Wat betreft een beter arbeidsmarktperspectief van de studenten: bij internationaal georiënteerde beroepen is het van meerwaarde om meerdere talen goed te beheersen, zo blijkt uit een enkel onderzoek.
Lees verder
Hoe kan lezen op woordniveau bij leerlingen in groep 5 effectief worden verbeterd?
 PO | Taal | Vakken
Om het lezen van losse woorden bij leerlingen in groep 5 te verbeteren is het allereerst belangrijk dat leerlingen veel lezen. De leerkracht moet dus voldoende tijd inruimen en ervoor zorgen dat er elke week een minimale hoeveelheid leesmateriaal herhaald gelezen wordt, bij voorkeur in betekenisvolle contexten. Expliciete instructie in de opbouw en structuur van woorden en oefenen op zowel woord-, zins- als tekstniveau is hierbij essentieel. De leerkracht speelt daarbij een cruciale rol (model staan en feedback geven).
Lees verder
Is er een relatie tussen technische leesvaardigheid en spelling voor leerlingen in groep 3?
 PO | Taal | Vakken
Lezen en spellen hebben gedeeltelijk dezelfde cognitieve basis. De relatie tussen beide vaardigheden heeft vooral betrekking op het klankbewustzijn, dat in de vroege ontwikkeling van lees- en spellingvaardigheid een belangrijke rol speelt. Echter, de relatie tussen lezen en spellen is asymmetrisch. Waar het bij lezen om herkenning van woorden gaat, gaat het bij spelling om het produceren van woorden. Naarmate de lees- en spellingervaring toeneemt, worden de specifieke lees- en spellingprocessen dan ook steeds belangrijker. Zo maakt letter-voor letter-decoderen bij lezen plaats voor automatische woordherkenning.
Lees verder
Draagt programmeerles bij aan de probleemoplossingsvaardigheden van leerlingen?
 PO | 21e-eeuwse vaardigheden | ICT
Wie programmeert zet diverse vaardigheden in om problemen op te lossen. Denk aan problemen in kleine stukjes opdelen, logisch denken, als-dan redeneringen hanteren enzovoort. Deze vaardigheden worden computational thinking skills genoemd. Leerlingen kunnen dit soort vaardigheden aanleren in het programmeeronderwijs. Ook kan programmeeronderwijs bijdragen aan andere generieke vaardigheden, zoals kritisch denken, creatief denken, reflectie en metacognitie.
Lees verder
Is er een relatie tussen de ervaren werkbelasting en hoe bekwaam leraren zich voelen om bewegingsonderwijs en cultuureducatie te geven?
 PO | Werkdruk
De werkbelasting die leraren ervaren en hun gevoel van bekwaamheid hangen met elkaar samen. Leerkrachten die een grote werkbelasting of stress ervaren, voelen zich minder bekwaam. En leerkrachten die zich bekwaam voelen, zijn tevredener over hun werk. Of dit voor alle vakken evenveel geldt, is moeilijk te zeggen. Bij cultuureducatie hebben veel groepsleerkrachten het gevoel dat hun kennis tekortschiet. Ze zijn ook minder gemotiveerd voor dit vak dan voor de basisvakken. Leraren die zich bekwaam voelen om bewegingsonderwijs te geven, lijken gemotiveerder voor hun vak.
Lees verder
Kan feedback op digitale oefeningen die automatisch nagekeken worden, de instructies van een leerkracht vervangen?
 PO | Differentiatie | Taal | Toetsen & feedback | Vakken
Ja, digitale leeromgevingen kunnen bepaalde aspecten van het geven van feedback van de leerkracht overnemen. Het gaat dan om of een opdracht goed of fout uitgevoerd is, met bijbehorende extra uitleg. Maar met uitsluitend feedback in een digitale leeromgeving wordt een leerling te kort gedaan. Voor een goede feedback blijft de instructie van de leerkracht cruciaal. Hij geeft de leerling antwoord op de vragen ‘waar ga ik naartoe?’, ‘wat heb ik gedaan?’ en ‘wat is de volgende stap?’
Lees verder
Hoe krijgt loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) vorm en wat is het effect van LOB op loopbanen van vo-leerlingen?
 VO | MBO | Werkplekleren | Ook interessant
De ontwikkeling van een arbeidsidentiteit en van loopbaancompetenties zijn kernelementen van LOB. Dat leer je niet uit een boek. Het vraagt om een krachtige loopbaangerichte leeromgeving die keuzemogelijkheden biedt. En het vereist een begeleiding in dialoog, gericht op reflectie en betekenisgeving van de opgedane (werk)ervaringen. Deze werkwijze is in de praktijk echter nog geen gemeengoed.
Lees verder
Kan muziek(onderwijs) kinderen met taalontwikkelingsstoornissen helpen hun taalvaardigheid te verbeteren?
 PO | (V)SO | Leer- & gedragsproblemen | Taal | Vakken
Het trainen van muzikale vaardigheden kan nuttig zijn voor kinderen met taalontwikkelingsstoornissen. Gevoel voor ritme en toonhoogte helpt om de verschillende klanken in de taal te leren onderscheiden, maar ook syntactische structuren en intonatie te leren herkennen. Ook leent muziekonderwijs zich voor veel herhaling van woorden, klankopeenvolgingen (rijm, minimale klankverschillen) en zinstructuren. Rijmpjes en versjes helpen bij de opbouw van het talige geheugen, de woordenschat en de auditieve waarneming. Ten slotte draagt in groepjes samen zingen of muziek maken indirect bij aan de taalontwikkeling, omdat het erg motiverend is en het samenwerken stimuleert.
Lees verder
Wat is er bekend over de effecten van formatief evalueren bij leerlingen en bij docenten?
 VO | Differentiatie | Toetsen & feedback
Formatieve evaluatie kan bijdragen aan betere leerprestaties, hogere motivatie en meer eigenaarschap van leerlingen. Cruciale elementen hierbij zijn de focus op groei en ontwikkeling, het zinvol inzetten van diverse vormen van toetsing op meerdere momenten tijdens het leerproces, en het geven en krijgen van feedback. Docenten dienen de leerdoelen helder voor ogen te hebben, evenals een beeld van waar de leerlingen staan. Vervolgens moeten ze gerichte instructie en feedback kunnen geven om nog niet behaalde leerdoelen te bereiken.
Lees verder
Is er een verband tussen het wereldbeeld van de post 9/11-generatie en hun gebrek aan motivatie voor school?
 VO | MBO | Motivatie | Schoolloopbaan | Vakken
Welke invloed heeft het werken met digitale leeromgevingen die gepersonaliseerd leren mogelijk maken op het handelen en oordelen van leraren?
 PO | VO | Differentiatie | ICT
Digitale leermiddelen geven leraren zicht op de lesvoortgang en leerlingresultaten, waardoor zij leerlingen sneller en gerichter kunnen helpen. Tegelijkertijd hebben leraren moeite met het interpreteren van de gegevens van deze leermiddelen en het inzetten daarvan voor differentiatie. Verder hebben leraren het gevoel dat zij beter de gebruikelijke lesmethodes kunnen gebruiken, omdat die beter aansluiten op de standaardtoetsen.
Lees verder
Hoe kunnen scholen betrokkenheid van ouders versterken en wat vraagt dit van de leerkrachten?
 PO | Gelijke kansen | Ouderbetrokkenheid
Educatief partnerschap biedt een goede insteek om de wederzijdse betrokkenheid van school en ouders te versterken. De school is leidend bij de vormgeving van educatief partnerschap. Voldoende ruimte voor inbreng van de ouders is echter een voorwaarde voor succes. Belangrijk is dat scholen en de leraren positief en onbevooroordeeld staan tegenover de betrokkenheid van ouders. Ook is het goed als zij oog hebben voor cultuurverschillen en verschillen tussen ouders. Zij moeten met die verschillende ouders kunnen communiceren en kritisch kunnen kijken naar hun eigen geschiedenis en rol daarvan in het contact.
Lees verder
Wat is de meerwaarde van de Cito-toetsen Woordenschat voor het volgen van de woordenschatontwikkeling?
 PO | Taal | Toetsen & feedback | Vakken
De toetspakketten LOVS Woordenschat van Cito zijn een hulpmiddel om op lange termijn het globale woordenschatniveau (brede woordenschat en diepe woordenschat) en de woordenschatontwikkeling van leerlingen in kaart te brengen. De resultaten van de toets geven informatie over die ontwikkeling en kunnen helpen om beslissingen te nemen over de schoolloopbaan van leerlingen. Om positieve effecten te sorteren op de woordenschatontwikkeling zouden scholen de toets ook formatief kunnen gebruiken. Dan zetten ze de toetsresultaten in om het woordenschatonderwijs aan te passen. Dit vereist een aantal randvoorwaarden: eigenschappen van de toets zelf, de frequentie van afname, de leerling, de schoolcultuur, de inrichting van het (digitale) LOVS en de expertise van schoolteams.
Lees verder
Draagt het verbaal uiten van gevoelens bij aan het welbevinden van leerlingen op de basisschool?
 PO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Leer- & gedragsproblemen
Taalontwikkeling speelt een belangrijke rol in de emotionele ontwikkeling. Hoe taliger kinderen zijn, hoe makkelijker zij hun gevoelens kunnen benoemen en uitleggen. Het is dus essentieel dat kinderen een gevoelswoordenschat opbouwen. Leerlingen die hun ervaren gevoel niet in woorden kunnen omzetten, zullen andere wegen zoeken (slaan, zich terugtrekken) om uitdrukking te geven aan innerlijke onrust. Goede communicatievaardigheden verminderen het risico op emotionele problemen. Over de specifieke invloed van praten over gevoelens op het welbevinden van leerlingen, zijn echter geen onderzoeksresultaten bekend.
Lees verder
Welke rapportvormen geven welke inzichten in de ontwikkeling van kennis en vaardigheden van leerlingen in het basisonderwijs?
 PO | Toetsen & feedback
Schoolcijfers evalueren of leerlingen aan bepaalde standaarden hebben voldaan. Rapportvormen als rubrieken en portfolio’s zijn meer gericht op het bevorderen van het leren. Zij geven inzicht in wat goed en wat minder goed gaat. De keuze voor een rapportvorm hangt voor een groot deel af van de wijze waarop de school zich wil profileren. In opkomst zijn rapportages over (ook) affectieve kenmerken, houding en interactie. Centraal daarin staan interactie met medeleerlingen en docenten, zelfstandigheid, leren leren en samenwerken.
Lees verder
Hoe kunnen scholen voorkomen dat kinderen vooroordelen ontwikkelen op basis van huidskleur, etniciteit of religie?
 PO | Gelijke kansen
Kinderen ontwikkelen al op jonge leeftijd stereotiepe beelden van zichzelf en anderen in relatie tot ras en etniciteit. Op welke manier kan het onderwijs kinderen bijbrengen dat iedereen gelijkwaardig is ongeacht iemands huidskleur? Aanpakken die contact tussen verschillende (etnische) groepen stimuleren, en die empathie en perspectief nemen bevorderen, blijken daarvoor een goede insteek. Dat kan zowel in een projectmatige aanpak als ingebed in het pedagogisch beleid.
Lees verder
Wat zijn de effecten van homogeen en heterogeen groeperen op de taal- en rekenprestaties op de basisschool?
 PO | Differentiatie
Groeperen op leerprestaties heeft positieve effecten, vergeleken met instructie geven aan de hele klas. Homogeen groeperen heeft gemiddeld positievere effecten dan heterogeen groeperen. De effecten van homogeen groeperen zijn daarbij sterker voor taal dan van voor rekenen. Vooral gemiddelde en beter presterende leerlingen hebben baat bij homogeen groeperen. Voor zwakker presterende leerlingen lijkt heterogeen groeperen effectiever.
Lees verder
Welke kenmerken van een professionaliseringsaanpak zijn van belang bij het ontwikkelen van ict-competenties bij leraren?
 PO | VO | MBO | 21e-eeuwse vaardigheden | ICT | Professionalisering
Een succesvolle aanpak van professionalisering van leraren voor lesgeven met ict hangt samen met de visie van de school op onderwijs en onderwijsvernieuwing. De aanpak moet passen bij de schoolorganisatie. De school biedt ruimte om leraren actief en onderzoekend aan de slag te laten gaan. Het praktisch nut voor de leraar in de lespraktijk staat voorop. Er zijn verschillende competentieprofielen voor leraren voor leren en lesgeven met ict. Het is goed om te kijken wat er al in huis is, wat er mag worden verwacht en wat er nog nodig is.
Lees verder
Hoe kunnen basisscholen bij educatief partnerschap ouders beter informeren over het schooladvies?
 PO | Ouderbetrokkenheid
Bij educatief partnerschap worden ouders gezien als samenwerkingspartners van de school in opvoeding en het leerproces van leerlingen. Die relatie is wederzijds, ouders en school moeten beide initiatief tonen. Als de leraar ouders regelmatig informeert over schoolwerk en ontwikkeling van de leerling, bevordert dit de betrokkenheid van de ouders. Ook helpt dit (realistische) verwachtingen te kweken. Dat kan onder andere door de resultaten van de leervolgsystemen in groep 6 met ouders te delen en deze goed toe te lichten.
Lees verder
Wat zijn de (leerling)opbrengsten van werken met een weektaak in groep 2?
 PO | Zelfregulerend leren | Ook interessant
Verschillende basisscholen werken met zogenoemde dag- of weektaken bij kleuters. Belangrijke doelen hiervan zijn leren plannen en zelfstandigheid. Het is onduidelijk of de weektaak het meest voor de hand liggende middel is om deze doelen te bereiken. Lector jonge kind Annerieke Boland vindt dat plannen voor een week geen realistisch doel is voor kleuters en dat leren plannen heel goed kan tijdens de speelwerktijd. Ook wordt zelfstandigheid juist tijdens het spelen al enorm geoefend.
Lees verder
Welk instrument kan doelen van gepersonaliseerd leren naar het model van Kunskapsskolan-onderwijs meten, vooral motivatie en zelfregulering?
 VO | Motivatie | Zelfregulerend leren
Kunskapsskolan-onderwijs komt uit Zweden en gaat uit van het idee dat iedere leerling op een andere manier en in een ander tempo leert. Deze vorm van onderwijs heeft mogelijk een positief effect op motivatie en zelfsturing. Er is een aantal instrumenten beschikbaar voor het meten van motivatie en zelfsturing bij leerlingen in het voortgezet onderwijs. De Nederlandstalige versies van deze instrumenten zijn soms lastig te vinden.
Lees verder
Dragen verbonden schrift en blokschrift bij aan de cognitieve en motorische ontwikkeling van leerlingen?
 PO | Leer- & gedragsproblemen | Taal | Vakken
Zowel verbonden schrift als blokschrift stellen kinderen voor motorische uitdagingen. Ook hebben beide invloed op de cognitieve ontwikkeling. Dit betreft letterkennis, technische leesvaardigheid, spelling en stelvaardigheid. Tegen het eind van de basisschool hebben de meeste leerlingen een persoonlijk, gemengd handschrift (deels verbonden, deels blokletters) dat leidt tot het hoogste schrijftempo.
Lees verder
Bestaan er voorbeelden van tijds- en plaatsonafhankelijk gepersonaliseerd leren en wat is de rol van de docent hierbij?
 VO | MBO | Differentiatie
Het Nederlandse project Urway is een vorm van tijds- en plaatsonafhankelijk gepersonaliseerd leren. In dit project draagt de docent de regie over het leerproces deels over aan de leerling en neemt zelf een coachende rol aan. Voor leeropbrengsten bij tijd- en plaatsonafhankelijk gepersonaliseerd leren is het van belang dat de dialoog tussen deelnemers en docent, de structuur van het onderwijsprogramma en de autonomie van de leerling in balans zijn. Maar net als in de onderwijspraktijk is ook in de wetenschappelijke literatuur het aantal voorbeelden bijzonder schaars.
Lees verder
Wat is het effect van over- of onderadvisering van leerlingen aan het einde van de basisschool?
 PO | VO | Schoolloopbaan | Toetsen & feedback
Zowel onder- als overadvisering heeft voor de meeste kinderen meer negatieve dan positieve langetermijneffecten. Een goed schooladvies is daarom van belang voor de verdere schoolloopbaan. Veel factoren spelen een rol bij de totstandkoming van het schooladvies, zoals toetsresultaten uit het leerlingvolgsysteem, gedragskenmerken en het zorgdossier van de leerling. De focus op toetsen in het basisonderwijs zorgt voor teaching to the test. Dat heeft een negatief effect op de verdere schoolloopbaan door de versmalling van het curriculum.
Lees verder
Wat is er bekend over de relatie tussen de ontwikkeling van de sociaal emotionele competentie en schoolsucces in de brugklas (12-13 jarigen)?
 VO | Schoolloopbaan
Scholen spelen een belangrijke rol in zowel de cognitieve als sociaal emotionele ontwikkeling. Een goede ontwikkeling van sociaal emotionele competenties is gerelateerd aan welbevinden en hogere leerprestaties. Ontwikkelingsprogramma’s gericht op sociaal emotioneel leren (SEL) blijken effect te hebben op de sociaal emotionele vaardigheden van leerlingen en op de leerprestaties.
Lees verder
Is het voor vmbo-leerlingen moeilijker om een reflectieopdracht uit te voeren dan voor havo/vwo-leerlingen?
 VO | 21e-eeuwse vaardigheden | Zelfregulerend leren
Leerlingen die zwak presteren op bepaalde taken, laten vaak ook slechte metacognitieve vaardigheden zien. Ze hebben bijvoorbeeld moeite om op hun presteren te reflecteren of het nut van reflectie in te zien. Opdrachten waarbij de verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces geleidelijk wordt overgeheveld van leraar naar leerling kunnen helpen om leerlingen te leren reflecteren.
Lees verder
Welke factoren zijn van invloed op het professioneel oordelen en handelen van leraren?
 PO | VO | MBO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering
Leraren werken binnen formele kaders en richtlijnen en dat beïnvloedt hun professioneel oordelen en handelen. Inhoud en werkwijze in het onderwijs liggen voor een groot deel vast omdat er zowel voor po, vo als mbo eindtoetsen en eindexamens worden afgenomen. Leraren lijken hun professioneel handelen in de praktijk desondanks vaker te laten sturen door hun eigen opvattingen over goed onderwijs. Ze kijken daarbij – naar eigen zeggen – veel meer naar de leerling dan naar de leerstof.
Lees verder
Hoe kunnen scholen negatieve effecten van niet-educatief gebruik van smartphones in de klas tegengaan?
 PO | VO | MBO | ICT
Hoewel educatief gebruik van telefoons in de klas kansen biedt, zijn de nadelen van niet-educatief gebruik groot. Het kan onder andere negatieve effecten hebben op sociale vaardigheden en sociaal-emotioneel welbevinden. Ook beperkt telefoongebruik de leerprestaties, vooral door afleiding door multitasken. Goede instructie over multitasken en een duidelijk en consequent schoolbeleid kunnen de nadelen van smartphonegebruik in de klas tegengaan, zonder de kansen ervan te belemmeren.
Lees verder
In hoeverre laten leraren die over de vereiste vaardigheden voor gepersonaliseerd onderwijs beschikken, dat in de lespraktijk ook zien?
 PO | VO | MBO | 21e-eeuwse vaardigheden | Differentiatie | ICT | Professionalisering
Leraren die over ict-, differentiatie- en coachvaardigheden beschikken, zetten deze vaardigheden niet automatisch in tijdens de les. Onderwijs gericht op gepersonaliseerd leren van leerlingen heeft meer nodig. Zo spelen visie en opvattingen over goed en doelmatig onderwijs een rol. Van belang zijn ook deskundigheden van anderen in de school, materiële randvoorwaarden en de innovatiestrategie. Veel scholen streven naar gepersonaliseerd leren met ict, om daarmee tegemoet te komen aan individuele verschillen tussen leerlingen. Door gebruik te maken van ict en andere technologieën zou het voor leraren gemakkelijker worden om differentiatie en maatwerk in de klas te leveren. Bij het vormgeven van dergelijke gepersonaliseerde leersituaties wordt een beroep gedaan op vermogens als ict-, differentiatie- en coachvaardigheden. Effecten van dergelijke vormen van gepersonaliseerd leren zijn veelbelovend.
Lees verder
Wat is de invloed van het daltonprincipe ‘kwartiertjesrooster’ op de taakgerichtheid van leerlingen in het basisonderwijs?
 PO | Differentiatie
In het kwartiertjesrooster staat welke niveaugroep wanneer een kwartier instructie krijgt. Verwerking hoeft niet direct na de instructie plaats te vinden. Als leerlingen meer autonomie krijgen over het leerproces middels zelfgestuurd leren (bijvoorbeeld door te werken met het kwartiertjesrooster), verhoogt dat indirect hun taakgerichtheid. Er moet daarbij wel rekening worden gehouden met andere factoren, zoals de leeftijd en ontwikkeling van de leerling.
Lees verder
Ontwikkelen kinderen zich beter als we ons leerstofjaarklassensysteem loslaten?
 PO | Leer- & gedragsproblemen | Schoolorganisatie
Hoewel het leerstofjaarklassensysteem dominant is in het Nederlandse onderwijs, zijn er al sinds lange tijd alternatieven. Bekende voorbeelden zijn montessori- en jenaplanscholen, waar kinderen van verschillende leeftijden in één klas zetten. Er is echter geen overtuigend verschil tussen deze typen scholen en scholen met leerstofjaarklassen. Om leerlingen onderwijs op maat te bieden, kan ook binnen de leerstofjaarklas worden gedifferentieerd. Daarbij is het werken met permanente homogene groepen niet effectief. Integendeel: vaste, homogene niveaugroepen leiden zelfs tot grotere niveauverschillen. Met name de zwakkere leerlingen ondervinden nadeel van homogeen groeperen. Andere vormen van differentiatie, met name convergente differentiatie, binnen heterogene groepen kunnen wel tot positieve resultaten leiden.
Lees verder
Wat is de meest effectieve manier van werken met (hoog-, meer-) begaafde leerlingen?
 PO | Differentiatie
Aparte activiteiten voor hoogbegaafde leerlingen hebben meestal een positief effect op hun leerprestaties, op hun motivatie, hun leervaardigheden en creativiteit. Niet voor alle domeinen en of vakken leiden alle aanpassingen tot een verbetering. Goed onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen, en eigenlijk voor alle leerlingen, vraagt naast inzetten op cognitief presteren ook om de juiste begeleiding en om leraren die expertise hebben op dit terrein. Welke begeleiding nodig is, hangt af van de beginsituatie van de leerling. Onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen start idealiter met het in kaart brengen van de cognitieve, sociaal-emotionele en ontwikkel- en leervaardigheden. Als het onderwijs wat betreft inhoud, organisatie en pedagogisch didactische begeleiding daarbij aansluit, zijn de (hoogbegaafde) leerlingen het best geholpen.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag