Filter resultaten op:
Onderwijssector
Onderwijsthema

Vraag & Antwoord

300 resultaten gevonden

Welk effect hebben complimenten van de leerkracht op het zelfvertrouwen van leerlingen in de bovenbouw van de basisschool?
 PO | Toetsen & feedback
Als basisschoolleerlingen complimenten krijgen van de leerkracht, heeft dit een positief effect op hun zelfvertrouwen en schoolresultaten. Een effectief compliment gaat over de inzet van een leerling, Dat werkt beter dan leerlingen complimenteren met hun intelligentie. Complimenten kunnen ook averechts werken, bijvoorbeeld wanneer er geen veilig pedagogisch klimaat heerst in de klas. Een goed compliment is een vorm van goede feedback.
Lees verder
Welke interventies stimuleren de leesontwikkeling van goede technische lezers in groep 3-5?
 PO | Taal | Vakken
Om getalenteerde lezers uit te dagen en te stimuleren in hun leesontwikkeling is een op maat gemaakt, uitdagend leesprogramma nodig. Die lezers hebben behoefte aan materialen waarmee ze hun vaardigheden voor leesbegrip kunnen verdiepen en een variëteit aan teksten van verschillende genres leren waarderen. Verder hebben ze baat bij ontwikkeling en aanmoediging voor kritisch lezen en creatief lezen. Het op hun niveau bevorderen van leesmotivatie en –plezier verdient aparte aandacht. De leerkracht speelt in dat alles een belangrijke rol.
Lees verder
In hoeverre draagt een app waarbij mbo-studenten tijdens hun stageperiode opdrachten krijgen gericht op theoretische vakinhoud, bij aan leer- en toetsresultaten?
 MBO | ICT
Het werken met WhatsApp of social media vergroot de betrokkenheid van studenten en zorgt ervoor dat ze ook buiten de lesuren leren. Nadelen zijn de extra tijdsinvestering, de mogelijk dalende formele schrijfvaardigheid van studenten en de hoeveelheid irrelevante berichten die de gebruikers delen. Het is belangrijk om de theorie te koppelen aan de praktijk waar de studenten op dat moment mee bezig zijn. Verder is tweezijdige communicatie noodzakelijk.
Lees verder
Welke effecten heeft stoeien op school op de ontwikkeling van leerlingen in het speciaal basisonderwijs?
 PO | VO | MBO | Leer- & gedragsproblemen
Stoeiende kinderen kunnen stoom afblazen, hun motoriek ontwikkelen, experimenteren met rollen en leren om hun gedrag te reguleren. Bij kwetsbare kinderen zijn de effecten minder positief, zij hebben moeite speels gedrag goed te interpreteren, waardoor stoeien gemakkelijker omslaat in vechten en agressief gedrag. Schoolbrede programma’s voor positieve gedragsondersteuning leren kinderen adequaat gedrag aan. Verder kunnen scholen vechtsporten als judo aanbieden om leerlingen te leren op een gereguleerde manier te stoeien.
Lees verder
Wat dragen kennis van en ervaring met zinsontleding bij aan de taalbeheersing van leerlingen in de onderbouw van het vwo?
 VO | Taal | Vakken
Bij zinsontleding gaat het om herkennen en benoemen van elementen uit een zin: onderwerp, lijdend voorwerp, persoonsvorm, aanwijzend voornaamwoord, e.d. Veel scholen voor voortgezet onderwijs voelen zich genoodzaakt om hun leerlingen in de onderbouw uitvoerig zinsontleding en spelling aan te bieden, omdat hogescholen dat vaak bij taaltoetsen vragen. Onderzoek laat echter nauwelijks effecten zien van traditionele zinsontleding op vaardigheden als begrijpend lezen, spelling of schrijven.
Lees verder
Wat kunnen robots betekenen voor het geven van instructie aan leerlingen in het basisonderwijs?
 PO | ICT
Peuters, kleuters en basisschoolkinderen kunnen zelfstandig met een robot werken aan herhalende taken als woorden leren, de tafels oefenen of een puzzel oplossen. Leerlingen leren van een robot die voorleest, vertelt, overhoort, uitlegt en met ze oefent. Of robots die het kind aankijken, gebaren maken of complimenten geven een meerwaarde hebben voor het leren is niet duidelijk. Robots die het leeraanbod afstemmen op het niveau van de leerling halen betere resultaten bij de leerling dan robots die dat niet doen.
Lees verder
Hoe zit het met het aandeel basisschoolleerlingen met een disharmonisch IQ-profiel of grote leesachterstanden dat naar het vmbo gaat?
 VO | Leer- & gedragsproblemen | Schoolloopbaan
Een disharmonisch intelligentieprofiel bij leerlingen – waarbij verbaal IQ en performaal IQ sterk uiteen lopen - is geen voorspeller of indicator voor probleemgedrag, psychosociale problemen of neurologische problemen. Zo’n profiel voorspelt evenmin leerproblemen of taalachterstanden. Daarvoor is het verbale IQ een betere voorspeller. Of het aantal vmbo-leerlingen met een disharmonisch intelligentieprofiel groeit of afneemt is niet bekend. Wel is duidelijk dat vmbo’ers veel minder lezen dan havo/vwo’ers. Het niveau van tekstbegrip van schoolboeken ligt in het vmbo lager dan in havo/vwo.
Lees verder
Wat is effectief leesonderwijs voor sbo-leerlingen met lees- en leerachterstanden en gedragsproblematiek?
 PO | (V)SO | Taal | Vakken
Veel zwakke lezers in de bovenbouw kunnen redelijk technisch lezen, maar hebben vooral problemen met het begrijpen van (meer complexe) teksten, mede als gevolg van een gebrekkige woordenschat en een lage intelligentie. In het onderwijs voor de bovenbouw moet dus nadruk liggen op tekstbegrip en niet op leessnelheid. Het is aan te raden dit onderwijs te laten aansluiten bij de belangstelling van leerlingen en te verbinden met leesteksten gericht op relevante vakinhouden. Intensieve begeleiding van kleine groepen is hierbij een belangrijke voorwaarde.
Lees verder
Wat veroorzaakt rekenzwakte bij mbo-studenten en welke remediërende strategieën zijn er?
 MBO | Taal | Vakken
Een belangrijke oorzaak van rekenproblemen is een niet-stimulerende omgeving, waardoor het leren buiten de school stagneert. Als het rekenonderwijs gedurende een langere periode onvoldoende is afgestemd op de leerbehoefte van de student kunnen rekenproblemen ontstaan. Ernstige rekenproblemen of dyscalculie komen hoogstwaarschijnlijk door een afwijkende informatieverwerking in het brein. Rekenzwakke studenten zijn gebaat bij een behandelingsplan en directe en expliciete instructie door de docent.
Lees verder
Wat zijn effectieve methoden voor leesbevordering in groep 4-8 van het basisonderwijs?
 PO | Taal | Vakken
Veel tijd besteden aan lezen is belangrijk voor de ontwikkeling van leesvaardigheid. Door de leesmotivatie van leerlingen te verhogen, zullen zij frequenter gaan lezen. Daardoor verbetert dus tevens hun leesvaardigheid (technisch lezen en begrijpend lezen). Scholen kunnen het lezen bevorderen door onder andere een grote variatie van boeken voor alle leeftijden aan te bieden. Dit aanbod moet aantrekkelijk zijn en niet alleen fictie (jeugdliteratuur) bevatten maar ook non-fictie (informatieve teksten). Verder is het van belang een leescultuur op school te ontwikkelen, leerlingen te begeleiden bij hun keuzes en tijd in te ruimen om leerlingen die zelf gekozen boeken te laten lezen. Succesvol leesbevorderingsbeleid beperkt zich echter niet tot geïsoleerde activiteiten, maar legt een relatie met het hele basisschoolcurriculum.
Lees verder
Over welke competenties moeten mentoren in het mbo beschikken om voortijdig schoolverlaten terug te dringen?
 MBO | Schoolloopbaan
Van mentoren wordt verwacht dat zij signalen van dreigende uitval onder studenten herkennen, studenten ondersteunen bij het ontwikkelen van een loopbaanperspectief en bij het aanleren van studievaardigheden. Mentoren bewerkstelligen een goed en veilig klimaat op school en in de klas. Dan ontstaat er ook binding en kunnen studenten in dialoog met betrokkenen reflecteren op hun loopbaan. Zo nodig kunnen mentoren ook externe zorg inschakelen.
Lees verder
In hoeverre draagt een intensieve toetsweek bij aan examensucces in het vmbo?
 VO | Toetsen & feedback
Een intensieve toetsweek in het vmbo, waarbij leerlingen meerdere toetsen op een dag moeten maken, draagt niet zonder meer bij aan betere examenresultaten. Onderzoek naar het effect van de intensieve toetsweek in het vmbo is niet voorhanden, maar in andere sectoren is gezien dat leerlingen laat beginnen met voorbereiden, waardoor ze vlak voor de toetsweek keuzes maken welke examenstof ze gaan leren. Het herhaald, cumulatief toetsen van de examenstof (waar een toetsweek onderdeel van zou kunnen zijn) kan wel helpen voor leerlingen om zich beter voor te bereiden op het examen. Door het herhaald toetsen slaan de leerlingen de stof beter op in hun geheugen.
Lees verder
Welk effect hebben educatieve televisieprogramma’s op de cognitieve ontwikkeling van kinderen van vier tot zes jaar?
 PO | Ouderbetrokkenheid
Educatieve televisieprogramma’s, zoals Sesamstraat, hebben een positief effect op de cognitieve ontwikkeling van kinderen van vier tot zes jaar. Die effecten komen ook op langere termijn tot uiting in de woordenschat, rekenvaardigheden en het leesgedrag van de kinderen. Het effect is afhankelijk van onder meer programmakenmerken (zoals inhoud en complexiteit) en kindkenmerken (bijvoorbeeld kennis en verbale vaardigheden). Actieve betrokkenheid van ouders en begeleiding door leerkrachten versterken de effecten. Zij kunnen de inhoud verbinden met ervaringen en aanwezige kennis bij het kind, en eventueel bijsturen op de onderdelen waar een kind moeite mee heeft.
Lees verder
Hoe kunnen docenten omgaan met verstorend gedrag in de vmbo-bovenbouw van het speciaal onderwijs, zodat alle leerlingen een goed pedagogisch klimaat ervaren?
 VO | (V)SO | Leer- & gedragsproblemen
Docenten die oog hebben voor de context van gedrag en proactieve strategieën bedenken en plannen, kunnen verstorend gedrag voor zijn. Goed klassenmanagement, waarbij docenten van te voren nadenken over de werkwijze, regels en de sfeer, blijkt effectief. Leerlingen moet het gewenste gedrag wel bewust worden aangeleerd. Dat vraagt voortdurende professionalisering, ondersteund door schoolleiders. Een schoolbrede structurele aanpak met positieve gedragsinterventies komt eveneens ten goede aan het voorkomen en verminderen van verstorend gedrag.
Lees verder
Wat leidt tot hogere leeropbrengsten, onderwijs in een vreemde taal kort en intensief aanbieden of over een langere periode en minder intensief?
 MBO | Taal | Vakken
Voor het aanleren van deelvaardigheden als woordenschat en grammatica lijkt het effectief deze te verwerven met tussenpozen. Holistische taalvaardigheden als spreken en luisteren hebben waarschijnlijk meer kans van slagen bij een intensieve programmering. Het is dan wel noodzakelijk de student goed te ondersteunen.
Lees verder
Hoe kunnen leerkrachten het leren van kleuters die al kunnen lezen verrijken?
 PO | Differentiatie | Taal | Vakken
Aandacht besteden aan zowel begrijpend als technisch lezen, verhalen vertellen en hardop lezen. Daarmee verrijken leerkrachten het leren van kleuters. Verder is het belangrijk motivatie, interesse, autonomie en positieve zelfevaluaties te bevorderen. Een goede aanpak voor het leesonderwijs bij kleuters lijkt deelname aan taalsituaties en spel te zijn. Kinderen gaan samen lezen en schrijven, waardoor ze zich competent voelen en het belang van lezen en schrijven ervaren.
Lees verder
Wat zijn effectieve manieren om zeer moeilijk lerende kinderen begrijpend lezen te leren?
 (V)SO | Leer- & gedragsproblemen | Taal | Vakken
Ook voor kinderen met een verstandelijke beperking zijn vaardigheden in technisch lezen en begrijpend luisteren essentieel voor het niveau van begrijpend lezen. Deze kinderen zijn gebaat bij veel en structureel aanbod, systematische en expliciete instructie en veelvuldige oefening in (begrijpend) lezen. Wat helpt is een onderwijsprogramma met onder andere aandacht voor expliciet modelen (voordoen), begeleide inoefening (het geleerde oefenen en toepassen met hulp van de leraar), correctieve feedback, en het bevestigen en belonen van een goed resultaat.
Lees verder
Welke didactische aanpak van een programma voor brede talentontwikkeling heeft een positief effect op de motivatie van leerlingen?
 VO | Differentiatie | Motivatie
Talentontwikkeling staat hoog op de agenda in het voortgezet onderwijs, om leerlingen te motiveren en om ze beter te laten presteren. Daarbij gaat het zowel om ontwikkeling van schools talent als om brede talentontwikkeling. Belangrijke voorwaarde is een goed pedagogisch-didactisch klimaat in de klas. Leerlingen moeten zich veilig voelen, weten dat ze niet bang hoeven te zijn om vragen te stellen en dat het niet erg is om fouten te maken. Leerlingen hun eigen leerproces in handen geven en differentiatie versterken de motivatie. En opdrachten laten aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen bevordert motivatie, net als leerlingen laten samenwerken.
Lees verder
Als middelbare scholieren van verschillende niveaus of jaarlagen samenwerken op projectbasis, wat zijn dan de effecten op hun motivatie en leerresultaten?
 VO | Differentiatie
Samenwerkend leren kan succesvol zijn. Voorwaarden zijn wederzijdse afhankelijkheid, individuele verantwoordelijkheid en stimulerende interactie. Werken in groepen heeft positieve effecten op leerresultaten en motivatie, mits de niveauverschillen niet te groot zijn. Sterk heterogene groepen bieden wel voordelen voor de zwakkere leerlingen, maar zijn niet motiverend voor de sterkere leerlingen. Bovendien kost coördinatie en afstemming in dergelijke groepen veel tijd. Samenwerking door leerlingen van verschillende jaarlagen is daarom niet zonder meer aan te bevelen. Als ervoor gekozen wordt, is een duidelijke rolverdeling tussen groepsleden raadzaam.
Lees verder
Is het waar dat het (tekst)begrip van schriftelijke toetsitems van invloed is op de leerprestaties van vmbo-leerlingen?
 VO | Taal | Toetsen & feedback | Vakken
Schriftelijke toetsen en/of schriftelijke toetsitems doen een beroep op de leesvaardigheid van de leerling. Het begrijpen van toetsitems hangt onder andere samen met de woordenschat en de mate waarin het werkgeheugen door de opgave(n) wordt belast. Een aantal factoren kan het tekstbegrip van zwakkere lezers in het vmbo bevorderen. Aandacht voor de context, taalgebruik, tekstverbanden en woordenschat kan het tekstbegrip bij toetsitems en daarmee mogelijk de leerprestaties voor vmbo-leerlingen verhogen. Het idee is dat een beter tekstbegrip tot accuratere antwoorden zal leiden.
Lees verder
Hoe kunnen leerlingen in groep 3/4 zonder lesmethode vlot en accuraat leren lezen met ontwikkelingsgericht onderwijs?
 PO | Taal | Vakken
Achterstanden in het aanvankelijk (technisch) lezen zijn moeilijk te voorkomen wanneer zonder methodische ondersteuning wordt gewerkt. Leerlingen die moeite hebben met het automatiseren van woordherkenning moeten leesmateriaal krijgen dat daarvoor geschikt is. Daarnaast is het belangrijk dat zij gerichte instructie krijgen in de letter-klankkoppeling voor steeds moeilijkere woorden, beginnend bij de eenvoudige medeklinker-klinker(s)-medeklinker(mkm)-woorden. Als in ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) geen methode wordt gebruikt, dan moet de school het leesmateriaal zelf maken. En het is noodzakelijk leerkrachten van groep 3 en 4 te professionaliseren in systematische instructie voor zwakkere lezers, gericht op het automatiseren van de woordherkenning in de meest brede zin.
Lees verder
Hoe kunnen middelbare scholen instromende nt2-leerlingen het beste ondersteunen om hun potentie te bereiken?
 VO | Gelijke kansen | Schoolloopbaan | Taal | Vakken
Nt2-leerlingen in de vo-leeftijd bereiken doorgaans een minder hoog onderwijsniveau dan andere leerlingen. In Nederland is het de bedoeling dat nieuwkomers zo snel mogelijk in het regulier onderwijs instromen en dat blijkt niet optimaal. Wat wel positief bijdraagt aan de ontwikkeling van nieuwkomers zijn onder andere een goede intake, en veiligheid en steun bieden tijdens de onderwijsloopbaan. Meertaligheid stimuleren en inzetten, is voor het leren beter. Dat geldt ook voor het aanbieden van de nieuwe taal in een vakcontext of anderszins zinvolle inhoud. Ook helpt het nieuwkomers in heterogene groepen te laten werken, mits goed gefaciliteerd door de docent. En ga ervan uit dat ouders positief betrokken zijn, ook al is dat niet meteen duidelijk.
Lees verder
Dragen brede niveau 2 opleidingen in het mbo bij aan de motivatie, slagingskansen en arbeidsmarktkansen van studenten?
 MBO | Schoolloopbaan
Het arbeidsmarktperspectief voor studenten in het mbo op niveau 2 is niet altijd positief. Mbo-instellingen willen dit oplossen door brede niveau 2 opleidingen aan te bieden. Er is nog geen onderzoek beschikbaar naar (lange termijn) arbeidsmarktperspectieven van deze brede kwalificaties. Wel kunnen we op basis van verwant onderzoek veronderstellen dat brede mbo 2 opleidingen op de korte termijn (aan het begin van de beroepsloopbaan) een kleinere kans op werk bieden dan smalle opleidingen. Maar op de lange duur (verderop in de beroepsloopbaan) hebben breed opgeleiden een even grote kans op werk. En ze werken in beroepen met een hoger maatschappelijk aanzien (en salaris) dan smaller opgeleiden op mbo niveau 2.
Lees verder
Hoe moeten oudergesprekken worden ingevuld naar tevredenheid van zowel ouders als leraren?
 PO | Ouderbetrokkenheid
Scholen staan voor de taak om educatief partnerschap een goede invulling te geven. Basis daarvoor vormt een ouderbeleid waarin afspraken, procedures, overlegstructuren en verantwoordelijkheden duidelijk zijn. Daarnaast is het belangrijk dat de partners bereid zijn tot samenwerking met respect voor ieders inbreng. Oudergesprekken blijken effectief wanneer er ruimte is voor uitwisseling, er vertrouwen is en een focus op onderwijsondersteunend gedrag. Gespreksprotocollen, reflectie en intervisie kunnen ondersteuning bieden. En deze kunnen de benodigde partnerschapsvaardigheden van leraren helpen ontwikkelen.
Lees verder
Dragen voedingssupplementen (in het bijzonder vitamine B12, folaat, vitamine D en magnesium) bij aan de leerprestaties van jongeren met gezondheidsklachten?
 VO | MBO | Leer- & gedragsproblemen
Vitamines en mineralen zoals ijzer, jodium, zink, en vitamine B en D spelen een belangrijke rol in de werking van ons lichaam, waaronder onze hersenen. Tekorten kunnen leiden tot een lagere IQ-score, slechtere werking van het geheugen, verminderd verbaal en non-verbaal leren. Ook kan een tekort depressie, aandachtsvermindering en verlaagde informatieverwerkingssnelheid tot gevolg hebben, zeker ook bij jongeren. Als jongeren met tekorten ijzer of jodium bijslikken, kan dit hun cognitieve functioneren verbeteren. Er zijn aanwijzingen dat supplementen met (bepaalde) vitamines B de cognitie ook kunnen verbeteren, maar in welke combinatie is niet eenduidig. Er is geen bewijs dat supplementen met vitamine D en magnesium de cognitieve prestaties verbeteren van gezonde mensen.
Lees verder
Wat is er bekend over het effectief en efficiënt formatief beoordelen?
 MBO | Toetsen & feedback
Er zijn verschillende definities van formatief toetsen en het wordt op evenzovele verschillende manieren en doelen ingezet. Afhankelijk van de gebruikte methode heeft het effect op leeropbrengsten, schrijfvaardigheid, de motivatie, de houding en/of het zelfregulerend vermogen van studenten. Formatief toetsen is het meest effectief voor het leerproces als docenten een formatieve toetscyclus van vijf fases geheel en vaker doorlopen. De fases zijn: doelen verhelderen, studentreacties ontlokken, studentreacties analyseren en interpreteren, met studenten communiceren over resultaten en tot slot vervolgactiviteiten ondernemen. Er is geen onderzoek met uitspraken over efficiënt (dat wil zeggen met minimale inzet door de docent) formatief beoordelen.
Lees verder
Wat is de effectiviteit van het directe instructiemodel op de leervorderingen van leerlingen, vooral in het voortgezet onderwijs?
 VO
Directe instructie blijkt sterke positieve effecten te hebben op leeruitkomsten van leerlingen in verschillende domeinen. Vooral binnen het primair onderwijs, maar ook in het voortgezet onderwijs is de effectiviteit van het instructiemodel aangetoond. De sterkste effecten worden gevonden bij leerlingen met leerachterstanden. In latere uitwerkingen van het model wordt minder exclusief leraargestuurd gewerkt. Of het ene model effectiever is dan het andere, is op basis van onderzoek niet goed te beoordelen.
Lees verder
Heeft leerlingen betrekken bij het schoolbeleid positieve effecten op de motivatie en de leerprestaties?
 VO | Motivatie | Schoolorganisatie
Leerlingparticipatie stimuleert vaardigheden van leerlingen die actief zijn in bijvoorbeeld een leerlingenraad. Ze ontwikkelen diverse algemene vaardigheden en burgerschapsvaardigheden, hebben meer zelfvertrouwen en krijgen een betere sociale positie. Leerlingen beoordelen scholen waar veel mogelijkheden zijn om te participeren vaker als een school met een goed schoolklimaat en een goed schoolethos. Dat kan zich vertalen in een hogere motivatie voor school van alle leerlingen. Aanwijzingen dat participatie leidt tot beter schoolbeleid en via die route leidt tot betere leerprestaties, hebben we niet gevonden.
Lees verder
Welk effect heeft het toepassen van het RTTI®-model op de leerresultaten van havo- en vwo-leerlingen?
 VO | Toetsen & feedback
RTTI® is een hulpmiddel om diagnostische toetsen op te stellen die vier cognitieve niveaus van leren in kaart kunnen brengen. Het kan worden gebruikt voor formatieve evaluatie in het voortgezet onderwijs. Bij formatief evalueren wordt de leerling actief betrokken bij het leerproces en wordt feedback ingezet tijdens verschillende fasen van het leerproces. Die feedback is dan gericht op het beter laten leren van de leerling. Onderzoek laat zien dat over het algemeen feedback sterk bijdraagt betere leerprestaties. Er is slechts één effectstudie naar specifiek RTTI® bekend. Dat kleinschalig experimentele onderzoek laat geen tot negatieve effecten van RTTI® zien. Wil formatieve evaluatie positief bijdragen aan de leerprestaties dan moet de focus liggen op goed organiseren, formuleren en doseren van feedback. De keuze voor hulpmiddelen als RTTI® is daarbij secundair.
Lees verder
Welke didactische werkvormen dragen bij aan de ontwikkeling van kritisch denkvermogen bij vmbo- en mbo-leerlingen?
 VO | MBO | Vakken
Kritisch denkvermogen kan het beste worden geïntegreerd in het onderwijs door expliciete instructie in combinatie met een vakgebonden inhoud of context. Docenten kiezen voor dergelijke lessen vaak een werkvorm waarin de dialoog centraal staat. Er is geen overtuigend bewijs dat dit type werkvorm beter of slechter is dan andere werkvormen. Er is wel bewijs voor succes als docenten eerst zelf getraind worden in kritisch denken. Getrainde docenten die bij het lesgeven in kritisch denken de inbreng van de leerlingen en van zichzelf in balans brengen, vergroten de kans op succes. Onderzoek naar het aanleren van kritisch denkvermogen bij vmbo of mbo-leerlingen is schaars. Uit internationaal onderzoek blijkt dat leerlingen tussen 6 en 15 jaar het meest vatbaar zijn voor het aanleren van kritisch denken. Op tijd beginnen met het ontwikkelen van kritisch denkvermogen lijkt daarom een goed idee. Kritisch denken is moeilijk voor iedereen, dus ook voor docenten.
Lees verder
Draagt een meerscholendirectie bij aan efficiënt werken en aan tevredenheid van ouders en personeel?
 PO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Management | Ouderbetrokkenheid | Schoolorganisatie
Veranderingen in organisatiestructuur binnen scholen, zoals een verandering naar een meerscholendirectie, kan impact hebben op leraren en schoolleiding. Problemen kunnen ontstaan doordat er te veel afstand is tussen management en leraren, waardoor leraren zich niet gezien en gewaardeerd voelen. Een direct antwoord op deze vraag is in de wetenschappelijke literatuur niet gevonden. Er is wél onderzoek naar de invloed van een schoolleider op de schoolcultuur en daarmee op het welbevinden van leraren en ouders binnen een school. Het is belangrijk dat schoolleiders op locatie voldoende tijd en aandacht hebben voor leraren, leerlingen en ouders. En de schoolleiders moeten voldoende zichtbaar zijn, om zo bij te dragen aan een goed leerklimaat.
Lees verder
Hoe kunnen onderzoeksvaardigheden van mbo4-studenten worden gemeten en worden bevorderd?
 MBO | 21e-eeuwse vaardigheden
Het is belangrijk het bevorderen van onderzoeksvaardigheden te koppelen aan vakinhoud. Variëren in de hoeveelheid sturing die de docent geeft, lijkt daarbij het meest effectief. Bijvoorbeeld door expliciete instructie af te wisselen met een klassikale discussie. Daarbij dient de docent te focussen op zowel de onderzoeksvaardigheden, als de wijze van samenwerking, als de vakspecifieke kennis. De wijze van beoordelen van onderzoeksvaardigheden hangt sterk af van de gestelde doelen en de gekozen didactische aanpak.
Lees verder
Heeft een min of meer continu onderwijsaanbod over het schooljaar een positief effect op de leerprestaties en het welbevinden van leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs?
 (V)SO | Leer- & gedragsproblemen
Bij deze leerlingpopulatie zal tijdens de zomervakantie vermoedelijk een terugval in leerprestaties optreden, voornamelijk bij rekenen/wiskunde, zo blijkt uit het weinig beschikbare onderzoek. Onbekend is welke effecten de zomervakantie heeft op het welbevinden van deze groep. Leerlingen hebben vermoedelijk meer baat bij een aanvullend zomerprogramma gericht op rekenen/wiskunde dan bij een onderwijsaanbod verdeeld over 50 weken.
Lees verder
Wat is de optimale lesduur in voortgezet onderwijs dat gebruikmaakt van gevarieerde werkvormen?
 VO | Schoolorganisatie
Hoe lang een les duurt lijkt voor de leerresultaten niet (veel) uit te maken binnen de bestaande variatie in lesduur. Er zijn diverse onderzoeken naar het effect van lesduur op leerresultaten beschikbaar, vooral bij wiskunde en taal. De meeste onderzoekers vinden geen significant of slechts een beperkt effect op leerlingniveau. Wel maakt het uit hoe de les wordt ingevuld.
Lees verder
Is het waar dat modeling en leesstrategie-onderwijs de leesprestaties in de basisschoolleeftijd verhogen?
 PO | Taal | Toetsen & feedback | Vakken
Bij begrijpend lezen is er veel aandacht voor leesstrategieën. Leesstrategieën aanleren heeft vaak positieve effecten op het tekstbegrip van leerlingen in de basisschoolleeftijd. Maar deze positieve effecten zijn in de meeste gevallen aangetoond met methode gebonden toetsen en niet altijd aantoonbaar bij gestandaardiseerde toetsen. Om leesstrategieën aan te leren wordt vaak ‘modeling’ ingezet. Bij 'modeling' doet de leraar de taak of leesstrategie voor als onderdeel van de leesdidactiek. Onderzoek in het voortgezet onderwijs laat zien dat deze aanpak een positieve invloed heeft op het tekstbegrip van leerlingen. 
Lees verder
Wat zijn de effecten van een aanpassing in het lesaanbod, waarbij er ’s ochtends centrale lessen worden gegeven en ’s middags ondersteuning en verdieping op de leerprestaties en de motivatie van leerlingen?
 VO | Differentiatie
Een combinatie van ingedikte vaklessen in de ochtend en ’s middags ondersteunings- of verdiepingslessen heeft een positief effect op de leerprestaties van beter presterende leerlingen. Op de minder presterende leerlingen heeft deze aanpassing van het lesaanbod zonder aanvullende maatregelen een negatief effect. Vervolgens heeft dat ook een negatief effect op hun motivatie. Wanneer de vaklessen ’s morgens met directie instructie worden gegeven en de ondersteuningslessen daarop aansluiten als verlengde instructie, kunnen de minder presterende leerlingen voldoende worden gecompenseerd. Ook pre-teaching biedt mogelijkheden voor compensatie. Daarbij worden voor de minder presterende leerlingen in de middag de vaklessen voor de volgende dag voorbereid. Dat vereist wel nauwe afstemming tussen inhoud van vaklessen en ondersteuningslessen.
Lees verder
Wat is het effect van een resultaatverplichting versus een deelnameverplichting bij toetsen op het kennisniveau van mbo-studenten?
 MBO | Toetsen & feedback
Het belang dat een student hecht aan een toets is een van de voorspellende factoren voor de prestatie op de toets. Studenten hechten meer waarde aan een toets als de prestatie meetelt voor hun cijfer. Een resultaatverplichting bij een toets draagt dus bij aan een hogere prestatie dan alleen een deelnameverplichting. De prestatie op een toets en het behaalde kennisniveau zijn niet exact hetzelfde maar liggen wel dicht bij elkaar. Bij goed beantwoorde vragen op een toets (=prestatie) is de kans namelijk groter dat de student op lange termijn nog steeds over de getoetste kennis beschikt (=kennisniveau).
Lees verder
Hoeveel tijd kost het mbo-docenten om onderwijs te ontwerpen en te ontwikkelen?
 MBO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Schoolorganisatie | Werkdruk
Ontwerp en ontwikkeling van onderwijs behoort tot de kerntaken van mbo-docenten. Het is echter niet bekend wat een reële tijdsbesteding is voor het ontwikkelen van onderwijs. Wel zijn er aanwijzingen dat het doorvoeren van innovaties en onderwijsontwikkelingen bijdraagt aan een gevoel van hoge werkdruk. Tijdsbesteding is vanzelfsprekend sterk afhankelijk van welke aspecten van het leerplan ontwikkeld en ontworpen moeten worden en de omvang daarvan. Ook competenties en taakopvattingen van docenten hebben invloed op het aantal uren dat ze nodig hebben voor het uitvoeren van die taken.
Lees verder
Wat zijn kenmerken van mbo-studenten en presteren zij beter als de onderwijsaanpak wordt afgestemd op die kenmerken?
 MBO | Differentiatie
Dé mbo-student bestaat niet. Er is een grote diversiteit onder mbo’ers, onder andere in type en niveau van de vooropleiding, leeftijd, sociaal-economische status ouders, beheersing van de basisvaardigheden en ambities voor vervolgloopbaan (werk en/of doorleren). De vele verschillende mbo-opleidingen zijn ook debet aan die diverse populatie studenten. De pedagogisch-didactische aanpak afstemmen op de kenmerken van een groep of individuele studenten heeft in het algemeen een positief effect op leerprestaties en –ontwikkeling van studenten. Het is aannemelijk dat dit ook voor mbo-studenten geldt, maar nader onderzoek moet uitwijzen of dat inderdaad zo is.
Lees verder
Kunnen gestandaardiseerde toetsen helpen het beheersingsniveau van rekenen en beginnende geletterdheid in groep 1 en 2 vast te stellen?
 PO | Toetsen & feedback
Kleutertoetsen kunnen het beheersingsniveau van cognitieve vaardigheden helpen vast te stellen. Maar het eigen oordeel van de leerkracht over de leerprestaties en de cognitieve ontwikkeling lijkt daarnaast ook belangrijk. Het is niet eenvoudig om de betrouwbaarheid van de toetsafname bij jonge kinderen te garanderen. Kleutertoetsen blijken een matige voorspellende waarde te hebben voor leerprestaties op het gebied van cognitieve vaardigheden. De voorspellende waarde voor rekenen is groter dan voor taalvaardigheid. En de voorspellende waarde van de cognitieve toetsen is groter als er sprake is van subjectieve beoordeling.
Lees verder
Zijn er verschillen in leeropbrengsten en de ontwikkeling van leerlingen in unitonderwijs ten opzichte van klassikaal onderwijs?
 PO | Schoolorganisatie
Bij unitonderwijs worden de reguliere klassen vervangen door units van zeventig á negentig kinderen. Leerkrachten werken in deze units in een gedifferentieerd team samen met mensen van binnen en buiten de school. Uit evaluatieonderzoek blijkt dat unitonderwijs niet leidt tot betere Cito-scores voor taal en rekenen. De ervaringen van leraren met deze vorm van organiseren zijn evenwel positief. Er is volgens hen meer ruimte voor maatwerk en een betere uitleg. Leerlingen leren meer van elkaar, ervaren meer autonomie en zijn meer eigenaar van hun eigen leerproces. Bovendien leren leerlingen samenwerken, ict gebruiken en presenteren. En ze ontwikkelen metacognitieve vaardigheden, zoals leren leren.
Lees verder
Profiteren jongens en meisjes vergelijkbaar van bewegend leren?
 PO | Vakken
Kinderen profiteren van bewegend leren omdat het een positieve invloed heeft op voor leren belangrijke hersenactiviteiten en daardoor op de leerprestaties. Bewegend leren met daartoe ontwikkelde programma’s als Fit en Vaardig leidt - ook op langere termijn - tot leerwinst bij zowel rekenen als taal. Er is nog maar weinig onderzocht of bewegend leren tot verschillende opbrengsten bij jongens en meisjes leidt. De publicaties die wel sekseverschillen noemen, geven aan dat meisjes meer profiteren, zonder dat te verklaren.  Bij Playing for Success, een programma met buitenschoolse sportactiviteiten, wordt in een enkel geval indirect verwezen naar sekseverschillen. Teruggetrokken kinderen of kinderen met internaliserende gedragsproblemen profiteren het meest van die activiteiten. Uit onderzoek is bekend dat meisjes vaker internaliserende gedragsproblemen hebben dan jongens.
Lees verder
Hoe kun je bevorderen dat meer vmbo-leerlingen kiezen voor bèta-techniek?
 VO | MBO | Vakken
Jongeren in het vmbo hebben een te beperkt beeld van techniek en een beeld dat slecht past bij hoe zij zichzelf zien. Veel jongeren zien onvoldoende dat techniek nuttig en interessant kan zijn. Ook heeft techniek het imago moeilijk te zijn en meer iets voor jongens dan voor meisjes. Toch kunnen technische opleidingen en beroepen aantrekkelijker worden gemaakt. Door leerlingen (technisch) zelfvertrouwen te laten ontwikkelen en hen in contact te brengen met allerlei facetten van techniek. Zo kunnen zij een breder en realistischer beeld ontwikkelen van techniek en van de benodigde competenties. Vervolgens is het belangrijk dat zij op die ervaringen reflecteren en ze verbinden met hun zelfbeeld in loopbaangesprekken. Ook de omgeving van de leerling moet daarbij worden betrokken. Ouders en leeftijdgenoten spelen een belangrijke rol bij loopbaankeuzen.
Lees verder
Welke factoren beïnvloeden het schoolloopbaansucces in het voortgezet onderwijs van leerlingen met gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen die uitstromen uit het speciaal (basis)onderwijs?
 (V)SO | Leer- & gedragsproblemen | Schoolloopbaan
Intelligentie is een belangrijke voorspeller van schoolloopbaansucces in het regulier onderwijs. Maar het is de vraag of dat ook zo is voor kinderen met gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen. Bovendien spelen executieve functies als impulsbeheersing en het reguleren van emoties, naast planning, organisatie en werkhouding ook een belangrijke rol. Een alternatief voor de IQ-test als voorspeller van schoolsucces voor deze leerlingen is de leerpotentieeltest of dynamische test. Bij dynamische tests krijgt de deelnemer tijdens het testen hulp. Of er wordt tussen twee testsessies een training gegeven. Dit geeft een goede indicatie van de ondersteuningsbehoefte van leerlingen in het vervolgonderwijs. Er zijn echter nog weinig van dergelijke tests beschikbaar voor de onderwijspraktijk.
Lees verder
Is een rijenopstelling beter voor leerlingen in het vmbo basis/kader dan een groepsopstelling?
 VO
Leerlingen die in rijen zitten, werken taakgerichter aan een individuele taak en hebben een betere werkhouding daarbij dan leerlingen in groepen. Zij krijgen meer werk gedaan in dezelfde tijd, omdat ze minder afgeleid zijn. De effecten zijn vooral groot voor leerlingen die snel afgeleid zijn en minder goed presteren. Voor interactieve werkvormen zijn rijen minder geschikt. Bij een hoefijzeropstelling (U) stellen leerlingen meer vragen aan elkaar en aan de docent, en is er een grotere taakgerichtheid bij het brainstormen.
Lees verder
Beïnvloedt ervaringsleren de examenresultaten van vmbo-leerlingen?
 VO | Vernieuwingsonderwijs | Werkplekleren
Onderwijs dat bestaat uit ervaringsleren en/of leren buiten de schoolmuren in combinatie met leren in de klas heeft positieve effecten op leerprestaties. Verder zijn er positieve effecten op niet-cognitieve vaardigheden zoals onderlinge samenwerking. Het gaat om buitenlands onderzoek onder leerlingen in het voortgezet onderwijs én volwassen studenten of cursisten. De resultaten kunnen daarom mogelijk niet een-op-een naar vmbo-leerlingen worden vertaald.
Lees verder
Is werken met een kleine kring als vorm van intern differentiëren de goede aanpak voor de cognitieve ontwikkeling van alle kinderen in een onderbouwklas?
 PO | Differentiatie
Kinderen in een kleine kring plaatsen voor extra en/of op maat aanpak kan tot betere prestaties leiden. Hoogpresteerders profiteren meer van deze aanpak dan laagpresteerders en in veel gevallen is het eerder nadelig voor de laatsten. Voor hun prestaties is het beter om in een heterogene setting te leren, met leerlingen die het beter doen.
Lees verder
Is er samenhang tussen handschriftproblemen en leesproblemen bij kinderen in groep 3 en 4? Bij welke schrijfoefeningen hebben kinderen met gecombineerde lees- en handschriftproblemen baat?
 PO | Taal | Vakken
Er is geen direct oorzakelijk verband tussen leesproblemen en handschriftproblemen. Wel zien we vaak dat kinderen met leesproblemen ook meer moeite hebben met schrijven. Belangrijk is onderscheid te maken tussen schrijfproblemen veroorzaakt door cognitieve en didactische factoren (problemen met klank/letterkoppeling) en schrijfproblemen door motorische factoren (problemen met de schrijfbeweging). Wanneer kinderen met leesproblemen handschriftproblemen hebben, is het goed om bij het oefenen van de schrijfbeweging de koppeling met lezen en spellen zo veel mogelijk los te laten. En te focussen op het oefenen van losse letters en vormen.
Lees verder
Op welke manier is het in beeld brengen van de klantbeleving van leerlingen/ studenten en van andere betrokkenen als ouders, aanleverende scholen, bedrijfsleven, toepasbaar in een onderwijsinstelling?
 PO | VO | MBO | Ook interessant
Deze vraag betreft een gebied waarbinnen nog niet veel onderzoek is verricht. Onderzoek is vooral in de VS gedaan en dan merendeels binnen het hoger en wetenschappelijk onderwijs. Daar spitsen onderzoekers zich toe op de vraag in hoeverre leerlingen/ studenten überhaupt klanten zijn of zich klanten voelen. Binnen het hoger beroepsonderwijs in Estland is een concreet model ontwikkeld om gegevens over klantbeleving in beeld te brengen.
Lees verder
Wat verklaart verschillen in ontwikkeling van mondelinge tweedetaalverwerving bij vluchtelingenkinderen ouder dan 6 jaar zonder taalontwikkelingsstoornis?
 PO | Gelijke kansen | Taal | Vakken
Snelle verwerving van de omgevingstaal is cruciaal voor nieuwkomers. Wat voorspelt hoe snel kinderen de nieuwe taal oppikken, is afhankelijk van kindfactoren en omgevingsfactoren, en de interactie tussen die twee. Voorspellende kindfactoren zijn bijvoorbeeld taalaanleg en werkgeheugen. De belangrijkste omgevingsfactoren zijn de hoeveelheid en kwaliteit van het taalaanbod. Een rijk taalaanbod (in de eerste en in de tweede taal) afgestemd op de vaardigheden van het kind, en veel mogelijkheid tot interactie, zijn bevorderlijk voor de tweedetaalontwikkeling.
Lees verder
Wat is de invloed van werken met tablets op de lichamelijke ontwikkeling en de leeropbrengsten van cluster 4 leerlingen?
 PO | (V)SO | ICT | Leer- & gedragsproblemen
Langdurig werken met tablets kan leiden tot lichamelijke klachten. Daarnaast lijkt nabijwerk, activiteiten die gedaan worden op korte werkafstand, bijziendheid te kunnen veroorzaken. Nabijwerk kan echter ook het lezen van een boek zijn, of het maken van huiswerk. Zorgen voor afwisseling met buiten spelen is vaak het advies. Onderzoek naar de effecten van werken met tablets op de leeropbrengsten van cluster 4 leerlingen toont eerste positieve resultaten. Maar meer onderzoek is nodig om deze te bevestigen.
Lees verder
Kunnen leernetwerken van schoolleiders bijdragen aan hun professionele ontwikkeling? Hoe moeten deze dan worden opgezet en ingericht?
 VO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Management | Leergemeenschappen | Ook interessant
Leren in leernetwerken biedt een goede insteek voor de professionalisering van schoolleiders. Het is een vorm van informeel leren die tegemoetkomt aan hun leerwensen. Voorwaarden voor effectiviteit zijn: koppeling theorie en praktijk, intensieve, actieve opdrachten in de school en input van experts. Ook is het wenselijk dat de deelnemers de gezamenlijke leerdoelen, leerinhouden en werkvormen mede bepalen. Inhoud en werkwijze moeten worden afgestemd op de loopbaanfase van de deelnemers. Ervaren schoolleiders hebben andere behoeften en voorkeuren dan startende schoolleiders. Binnen zo'n gemengd netwerk kan het zinvol zijn op onderdelen te werken in homogene subgroepen of juist in koppels van ervaren en minder ervaren schoolleiders.
Lees verder
Leidt betrokkenheid van leerlingen bij onderwijsinterventies tot meer motivatie en betere leerresultaten?
 VO | Motivatie | Schoolorganisatie | Vernieuwingsonderwijs
Leerlingen bij onderwijsinterventies betrekken, kan bijdragen aan hun motivatie en leerresultaten. Door de inhoud van onderwijsinterventies tussen docenten en leerlingen af te stemmen wordt het eigenaarschap van leerlingen aangesproken. Zo wordt ook een beroep gedaan op hun intrinsieke motivatie. Die motivatie heeft een gunstig effect op leerresultaten. Er zijn echter ook allerlei andere factoren van invloed. Daarom gaat de betrokkenheid van leerlingen bij interventies niet altijd gepaard met meer motivatie en betere leerresultaten.
Lees verder
Welke invloed heeft taalvaardigheid op de doorstroom naar en studiesucces in het hbo van mbo’ers tot 25 jaar uit achterstandsgroepen?
 MBO | Gelijke kansen | Schoolloopbaan | Taal | Vakken
Gezien de zorgen over het taalniveau van mbo-studenten en de verschillen in taalgebruik op mbo en hbo adviseert een expertgroep van de MBO Raad specifiek aandacht te hebben voor taal op mbo en hbo. Of en zo ja welk effect dat (samen met andere factoren) heeft op hun studiesucces, zou dan nader onderzocht moeten worden. Want nu is naar de precieze rol van taalvaardigheid bij de doorstroom van mbo naar hbo nog geen onderzoek gedaan. Wel is bekend uit studies onder kinderen en jongeren dat taal invloed heeft op prestaties en uiteindelijk op studiesucces.
Lees verder
Hoe kunnen scholen en educatieve partners effectief samenwerken op het gebied van gezondheid en sport, techniek, cultuur en natuur?
 PO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Leergemeenschappen | Ook interessant
Effectieve samenwerking tussen scholen en verschillende educatieve partners kent de volgende gemeenschappelijke succesfactoren: visie, leiderschap en coördinatie, structurele communicatie, draagvlak, aandacht voor (financiële) randvoorwaarden, gezamenlijke ontwikkeling van activiteiten en producten. Een causale relatie tussen een goede samenwerking en het behalen van doelen van de samenwerking is nog niet overtuigend aangetoond.
Lees verder
Met welke leermiddelen kunnen leerlingen in het praktijkonderwijs digitale geletterdheid ontwikkelen? En hoe kunnen hun vorderingen worden getoetst?
 VO | 21e-eeuwse vaardigheden | ICT | Toetsen & feedback
Scholen voor praktijkonderwijs kunnen het beste digitale vaardigheden aanleren als onderdeel van andere onderwijsactiviteiten. Een specifiek leermiddel is daarom niet nodig. Er zijn nog geen toetsen beschikbaar waarmee scholen de ontwikkeling van de digitale geletterdheid in kaart kunnen brengen. Wel kunnen scholen daarvoor uitwerkingen van digitale geletterdheid van Kennisnet of ICILS als checklist gebruiken.
Lees verder
Leidt het gebruik van lean-principes in een basisschoolklas tot een versterking van het eigenaarschap bij de leerlingen?
 PO | Vernieuwingsonderwijs | Zelfregulerend leren
Lean-denken is veelbelovend voor het onderwijs, blijkt uit verkennend onderzoek naar lean in het voortgezet en hoger onderwijs. Een ‘vertaalslag’ is wel nodig. Effectonderzoek is echter (nog) niet beschikbaar. Al ontbreekt onderzoek binnen het primair onderwijs, volgens experts/ervaringsdeskundigen zou het lean-gedachtegoed ook voor dit onderwijs geschikt zijn. Zij stellen dat door de manier waarop ons basisonderwijs is ingericht, lean-principes zich goed kunnen lenen om het eigenaarschap bij leerlingen te vergroten.
Lees verder
Hoe kunnen leraren met Asperger hun sociale vaardigheden in de klas versterken?
 LERARENOPLEIDING | PO | VO | MBO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Leer- & gedragsproblemen
Voor (beginnende) leraren zijn begeleide video-analyse en synchroon coachen met een oortje effectieve manieren om klassenmanagement, didactiek en de pedagogische relatie met leerlingen te ontwikkelen. Hoewel er geen onderzoek naar is gedaan, is het plausibel dat deze werkwijze ook voor beginnende leraren met Asperger effectief kunnen zijn. Het inzetten van strips en films kan personen met Asperger helpen om de gedachtewereld van anderen te herkennen en te begrijpen. Vervolgens leren ze hun eigen gedrag af te stemmen op dat van anderen.
Lees verder
Op welke manier kunnen docenten een onderzoekende houding van leerlingen in het voortgezet onderwijs bevorderen?
 PO | VO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering
Door zelf een onderzoekende houding aan te nemen en door onderzoeksvaardigheden bij leerlingen te stimuleren, kunnen docenten de nieuwsgierigheid van leerlingen bevorderen. Welke interventies van docenten het onderzoekend leren van leerlingen het beste stimuleren, hangt af van de fase waarin de leerling zit. Leerlingen met weinig onderzoekservaring lijken baat te hebben bij zelf onderzoek mogen doen naar eigen vragen. Meer ervaren leerlingen hebben het meest aan specifieke en gerichte begeleiding. Leerlingen laten werken met opdrachten die hun nieuwsgierigheid opwekken, helpt ze onderzoekend te leren. Ook kritisch zijn op eigen en andermans werk ondersteunt leerlingen in een onderzoekende houding.
Lees verder
Leidt het werken vanuit leerdoelen en leerlijnen tot een versterking van het eigenaarschap bij leerlingen?
 PO | Schoolloopbaan | Zelfregulerend leren
Het werken vanuit leerlijnen en leerdoelen kan het eigenaarschap bij leerlingen versterken. Het hangt echter van de omstandigheden af of deze versterking daadwerkelijk plaatsvindt. Belangrijke voorwaarden voor meer eigenaarschap hebben te maken met doelstellingen, toetsing en feedback, instructiestrategie, en professionalisering van leerkrachten en teams.
Lees verder
Wat is de invloed van de Nederlandse taal – zowel thuistaal als schooltaal – op de woordenschatontwikkeling van leerlingen in groep 4-8?
 PO | Gelijke kansen | Taal | Vakken
In de groepen 4-8 op de basisschool versterken woordenschatontwikkeling en begrijpend lezen elkaar. Bevorderen van leesvaardigheid en investeren in begrijpend lezen verhogen het woordenschatniveau bij leerlingen. Dat geldt eveneens voor het geven van hints om betekenissen van nieuwe woorden in teksten af te leiden.
Lees verder
Welke leerprincipes zijn het beste voor het vloeiend leren lezen en spellen bij kinderen in groep 3?
 PO | Taal | Vakken
Verschillende vormen van linguïstisch bewustzijn blijken al op jonge leeftijd voorspellend voor latere leesvaardigheid van kinderen. Tijdig aandacht geven aan het aanleren van letters en oefenen met klankbewustzijn is dan ook erg belangrijk.
Lees verder
Welke maatregelen kunnen de kwaliteit van pauzes in het basisonderwijs verbeteren?
 PO | Pesten | Leer- & gedragsproblemen
Het schoolplein verdelen in zones en het eerlijker verdelen van hotspots hebben een positief effect op de activiteiten van leerlingen tijdens de pauzes. Vooral jonge kinderen, meisjes en kinderen die op een ongestructureerd schoolplein weinig actief zijn, kunnen dan beter uit de voeten.
Lees verder
Welke strategie is het effectiefst voor het aanleren van auditieve synthese bij technisch lezen?
 PO | Taal | Vakken
Expliciete en systematische instructie in auditieve analyse en synthese ondersteunt het leren lezen, vooral wanneer het gecombineerd wordt met het oefenen van letter-klankkoppelingen. Zo kan een kind al op jonge leeftijd fonemisch bewustzijn ontwikkelen. Instructie op dat gebied is het effectiefst in de kleuterleeftijd, als voorbereiding op het formele leesonderwijs.
Lees verder
Welk effect heeft het strikt toepassen van overgangsnormen in het voortgezet onderwijs op de verdere schoolloopbaan van zittenblijvers?
 VO | Schoolloopbaan
Zittenblijven in het voortgezet onderwijs leidt niet tot betere schoolprestaties of minder ongediplomeerde uitval. De kans is klein dat het strikt toepassen van overgangsnormen een positief effect heeft op de verdere schoolloopbaan van leerlingen die niet voldoen aan de norm en toch overgaan.
Lees verder
Is er een relatie tussen hoogbegaafdheid en onderpresteren?
 PO | Differentiatie
Een aanzienlijk deel van de hoogbegaafde leerlingen presteert lager dan verwacht mag worden op basis van de intelligentie. Schattingen variëren van 15% tot 50%, afhankelijk van de definitie van onderpresteren. Onderpresteren bij hoogbegaafde leerlingen is al waarneembaar vanaf groep 2. In de hogere groepen neemt het onderpresteren toe. Om het onderwijs af te stemmen op hoogbegaafden is vroegtijdige onderkenning belangrijk. Naast organisatorische en inhoudelijke afstemming van het onderwijs is individuele begeleiding (mentoring) gewenst.
Lees verder
Wat is de bijdrage van kunsteducatie, in het bijzonder dans, aan sociaal-emotionele vaardigheden en leervaardigheden van leerlingen in het voortgezet onderwijs?
 VO | Vakken
Dans kan helpen het alfabet te leren en er is enig bewijs dat dansen bijdraagt aan de ontwikkeling van visueel-ruimtelijke vaardigheden. Er zijn geen effecten van danseducatie op sociaal-emotionele vaardigheden bekend. Hoe een school kunsteducatie vormgeeft, is van groot belang voor leereffecten op andere terreinen, zoals het vergroten van sociaal-emotionele vaardigheden. De inhoud van de kunstvakken is minder van belang. Integratie van kunstonderwijs leidt, met name op lange termijn, tot betere kennisverwerving. De stof kan namelijk worden herhaald, maar net op een andere manier. Bijvoorbeeld door informatie te verwerken via tekenen of door historische gebeurtenissen na te spelen. Daardoor beklijft het beter.
Lees verder
Heeft werken aan groepscohesie in de klas invloed op voortijdig schoolverlaten in het mbo?
 MBO | Schoolloopbaan
Er is geen direct bewijs voor de relatie tussen groepscohesie of sociale verbondenheid in een klas en voortijdig schoolverlaten. Groepscohesie is echter te zien als een aspect van verbondenheid met school en school- en klasklimaat, en het belang daarvan is wél aangetoond. Studenten die zich verbonden voelen met de school en een goede relatie hebben met docenten en medestudenten, hebben minder kans om voortijdig de school te verlaten. Werken aan groepscohesie in de klas zou dus invloed kunnen hebben op voortijdig schoolverlaten.
Lees verder
Leidt de inzet van gemakkelijk leermateriaal en weinig verwachtingen hebben tot onderprestatie bij vmbo-leerlingen?
 VO | Differentiatie | Motivatie
Materiaal voor vmbo-leerlingen moet vooral passend zijn, niet makkelijk. Passend materiaal voldoet aan een aantal kenmerken, zoals zinnen die bestaan uit signaalwoorden en teksten die expliciet op de leerstof focussen. Dit helpt de leerlingen en versterkt hun motivatie. Weinig of lage verwachtingen van leerlingen hebben, kan zeker onderpresteren veroorzaken. Docenten kunnen leerlingen beter laten presteren door te focussen op voortgang en door een gunstig pedagogisch klimaat te scheppen. Juist op het vmbo vraagt dat vakbekwaamheid van docenten. De verwachtingen van leerlingen zelf spelen ook een rol bij onderpresteren. Soms is het zelfvertrouwen zo slecht dat niet inspannen en dus falen de voorkeur heeft boven falen na inspanning.
Lees verder
Welke didactische benadering zet aan tot en draagt bij aan de ontwikkeling van creatief denken bij kinderen?
 PO | VO | MBO | 21e-eeuwse vaardigheden
Creativiteit is een combinatie van divergent denken (het vermogen om met veel verschillende ideeën te komen) en convergent denken (tot een toepasbare probleemoplossing komen). Er zijn verscheidene pedagogisch-didactische aanpakken en materialen ontwikkeld, gericht op het bevorderen van creatief denken. Er is nog niet empirisch vastgesteld op welke wijze het onderwijs effectief kan bijdragen aan de ontwikkeling van creativiteit en welke didactische aanpakken daarbij de beste zijn.
Lees verder
Is er een relatie tussen kwaliteitsbeleid van scholen voor voortgezet onderwijs en hun lerend vermogen?
 VO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Leergemeenschappen | Schoolorganisatie | Ook interessant
Vo-scholen streven steeds vaker een meer continue verbetercultuur na en willen zich tot een lerende organisatie ontwikkelen. Of kwaliteitsbeleid bijdraagt aan het lerend vermogen van een school of de ontwikkeling naar een lerende organisatie, is niet bekend. Scholen melden zelf andere elementen dan kwaliteitsbeleid die daarvoor belangrijk zijn, bijvoorbeeld goede samenwerking tussen management en werkvloer, de mogelijkheid om zich gezamenlijk te ontwikkelen en een duidelijk plan voor die ontwikkeling.
Lees verder
Hoe ontwikkelen zorgleerlingen zich in het reguliere basisonderwijs in taal, lezen, rekenen en sociaal-emotioneel, vergeleken met leerlingen in het speciaal basisonderwijs?
 PO | (V)SO | Leer- & gedragsproblemen | Schoolloopbaan
Zorgleerlingen in het basisonderwijs scoren op rekenen/wiskunde, woordenschat en technisch en begrijpend lezen lager dan leerlingen in het basisonderwijs zonder ondersteuningsbehoefte en hoger dan de leerlingen in het speciaal basisonderwijs (sbo). Zorgleerlingen lopen deze achterstand niet in; de geboekte leerwinst tussen negen en twaalf jaar is voor de drie groepen vergelijkbaar. Met twee uitzonderingen: bij technisch lezen ontwikkelen leerlingen in het sbo zich sneller dan de andere twee groepen, bij begrijpend lezen blijft de leerwinst bij zorgleerlingen in het basisonderwijs wat achter.
Lees verder
Heeft digitaal lesmateriaal invloed op de sociale competenties en/of executieve functies van leerlingen met gedragsproblemen/psychische stoornissen, bijvoorbeeld ASS of ADHD?
 PO | VO | (V)SO | ICT | Leer- & gedragsproblemen
Digitaal lesmateriaal biedt voordelen voor leerlingen met ADHD of ASS, omdat het structurerend is en voorspelbaar. Daardoor helpt het lesmateriaal deze kinderen om te gaan met beperkt ontwikkelde executieve functies. Bovendien heeft digitaal lesmateriaal met game-elementen een positieve invloed op de motivatie. Dat executieve functies ook verbeteren door het gebruik van digitaal lesmateriaal, is niet aangetoond. Met dat doel zijn er speciale trainingsprogramma’s ontwikkeld: Cogmed en Braingame Brian. Deze trainingen hebben voor kinderen met ADHD een positieve invloed op verschillende executieve functies, zowel op de korte als de middellange termijn. Voor kinderen met ASS is de effectiviteit niet aangetoond. Onderzoek naar de invloed van digitaal lesmateriaal op sociale competenties is niet aangetroffen.
Lees verder
Is NT2-onderwijs in het sbo of so gebaat bij een aangepaste aanpak in vergelijking met het reguliere basisonderwijs?
 PO | (V)SO | Gelijke kansen | Leer- & gedragsproblemen | Taal | Vakken
NT2-onderwijs aan leerlingen in het s(b)o vraagt niet per se om een andere aanpak of aangepaste doelstellingen. S(b)o leerlingen zijn net als leerlingen in het regulier onderwijs in staat om een tweede taal te verwerven, indien er randvoorwaarden zijn, zoals extra tijd en herhaling. Daarbij is het belangrijk dat leerkrachten expertise opdoen of bundelen in het aanleren van een tweede taal en kennis nemen van de culturele achtergrond van de leerling.
Lees verder
Waaraan moeten handelingsadviezen van externe adviseurs voldoen zodat leerkrachten po ermee aan het werk gaan?
 PO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering
Lang niet alle handelingsadviezen van externe deskundigen worden door leerkrachten ook echt opgevolgd. Handelingsadviezen worden opgevolgd als 1) de kwaliteit goed is en 2) de leerkracht er ook ‘echt’ mee wil werken. Deze twee elementen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De kwaliteit is goed als de handelingsadviezen aansluiten bij de praktijk, en bruikbaar en uitvoerbaar zijn voor de leerkracht. Het is cruciaal dat de leerkracht wordt betrokken bij de advisering. Adviezen die in samenwerking of co-creatie tot stand zijn gekomen, werken beter. Ook van invloed zijn leerkrachtfactoren, zoals de bereidheid van leraren om te leren, hun zelfvertrouwen, werkervaring en kennis. In alle situaties maken leerkrachten persoonlijk een afweging of het gegeven advies voor hen, in hun situatie de gevraagde tijd en energie waard is.
Lees verder
Hoe kan project-based learning de vakkennis en vaardigheden vergroten van leerlingen in het voortgezet onderwijs?
 VO | Vernieuwingsonderwijs
Project-based learning (PBL) is een didactisch model dat georganiseerd is rond projecten, waarin leerlingen actief en relatief autonoom kennis verwerven en construeren. Om PBL succesvol uit te voeren, is een aantal docentstrategieën van belang, zoals timemanagement, klassenmanagement en het monitoren en evalueren van het werk van leerlingen. Formatieve toetsing en peer- en zelfevaluatie nemen een belangrijke plaats in bij de beoordeling.
Lees verder
Wat is het langetermijneffect van het aanleren van klank-letterkoppelingen in groep 2 op de leesresultaten van leerlingen in groep 3?
 PO | Taal | Vakken
Kinderen die in de kleuterperiode geen gericht aanbod krijgen in het aanleren van de klank-letterkoppelingen, lopen een groter risico op het ontwikkelen van leesproblemen vanaf groep 3. Fonologisch bewustzijn (kunnen omgaan met klanken) in combinatie met actieve letterkennis en woordenschat zijn de bouwstenen voor directe, vlotte woordherkenning vanaf de start van de formele leesinstructie. Om een goed begin te kunnen maken met leren lezen (decoderen) in groep 3, is het noodzakelijk om hiervoor al in de kleuterperiode een stevige de basis te leggen. Het aanleren van klank-letterkoppelingen in groep 2 heeft dus een positief effect op de leesresultaten van leerlingen in groep 3. Bovendien voorkomt het leesproblemen op de korte of langere termijn.
Lees verder
Is er iets bekend over de effectiviteit van de PROMPT-methode of andere methodes bij kinderen met motorische articulatieproblemen die ook stotteren?
 PO | (V)SO | Taal | Vakken
Er zijn maar twee onderzoeken gedaan naar effectieve behandelmethodes voor de combinatie van motorische articulatieproblemen en stotteren. De onderzochte groepen waren klein. Beide onderzochte behandelmethodes leverden goede resultaten op: zowel het stotteren als de articulatieproblemen verminderden. Bij deze behandelmethodes werd PROMPT niet ingezet.
Lees verder
Draagt een later keuzemoment voor het voortgezet onderwijs, bijvoorbeeld op 14-jarige leeftijd, bij aan het schoolsucces van vooral leerlingen uit achterstandssituaties?
 PO | VO | Gelijke kansen | Schoolloopbaan
Leerlingen worden in Nederland op 12-jarige leeftijd geselecteerd in verschillende onderwijsniveaus, terwijl dat in veel andere landen pas op 14-16 jarige leeftijd gebeurt. Onderzoek wijst uit dat een vroege selectie met name negatieve effecten heeft voor leerlingen uit lagere sociaal-economische milieus en leerlingen met een migrantenachtergrond. Vroege selectie vergroot de leerprestatieverschillen tussen leerlingen en werkt daarmee ongelijkheid in de hand. Daarnaast zijn er negatieve gevolgen voor de (school)loopbaan. Vroege selectie heeft echter positieve gevolgen voor leerlingen in de hogere niveaus, omdat ze eerder onderwijs genieten dat beter op hun niveau aansluit.
Lees verder
Wat is het effect van verwijzing van leerlingen naar het speciaal onderwijs en het terugverwijzen naar het regulier onderwijs op het welbevinden van leerlingen?
 PO | VO | (V)SO | Leer- & gedragsproblemen | Schoolloopbaan
Bekend is dat zorgleerlingen met leerstoornissen of gedragsmoeilijkheden in het regulier onderwijs, die (nog) niet zijn verwezen naar het speciaal onderwijs, een lager welbevinden hebben dan vergelijkbare leerlingen in het speciaal onderwijs. Dat komt doordat zij zich, anders dan bijvoorbeeld licht verstandelijk beperkte leerlingen, vergelijken met de ‘gemiddelde’ leerling op een reguliere school. Er zijn echter geen onderzoeksresultaten beschikbaar die iets zeggen over het effect van de overstap van regulier onderwijs naar speciaal onderwijs of andersom op het welbevinden van leerlingen.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag