Kwaliteit en curriculum van voorschoolse opvang en educatie in Nederland

Peuterspeelzalen en kinderdagverblijven moeten hun educatieve kwaliteit nog verder verhogen om de doelen van de Wet OKE (Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie) uit 2010 te realiseren. De verschillen tussen de twee worden kleiner: de educatieve kwaliteit is nu in peuterspeelzalen hoger dan in de kinderopvang, maar het aantal kinderdagverblijven met een VVE-programma groeit wel.

Sinds de Wet OKE in 2010 van kracht werd, moeten peuterspeelzalen en kinderdagverblijven de taalontwikkeling van kinderen stimuleren en moeten zij voldoen aan hetzelfde landelijke kwaliteitskader. Onderzoekers Paul Leseman en Pauline Slot (Universiteit Utrecht) onderzochten de effecten van de Wet OKE. Ze hanteerden daarbij een breed perspectief op kwaliteit: kinderen leren taal niet alleen in een educatief taalprogramma. Er is dan ook geen eenduidig verband tussen een voor- en vroegschools educatie (VVE-)programma en de kwaliteit van de emotionele en educatieve groepsprocessen.

In zowel 2011 als 2012 zagen de onderzoekers hetzelfde beeld: de emotionele kwaliteit van de groepsprocessen bij peuterspeelzalen en kinderdagverblijven is naar internationale maatstaven midden tot hoog, niet zeer hoog. De educatieve kwaliteit is laag tot midden. Op grond hiervan stellen zij dat er ruimte voor verbetering is.

Investeer in ontwikkeling medewerkers
Hoe meer aandacht de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf heeft voor doelgerichte collegiale samenwerking en de professionele ontwikkeling van medewerkers, des te hoger is de kwaliteit van zowel de emotionele als de educatieve processen. De onderzoekers adviseren daarom om systemen te implementeren voor instellingsinterne kwaliteitszorg en continue professionalisering. Dit is des te belangrijker sinds de bezuinigingen van 2011 in de sectoren kinderopvang en het welzijnswerk: de onderzoekers tonen aan dat de verminderde financiële armslag negatieve invloed heeft op de steun voor professionele ontwikkeling van medewerkers en team.

Werk aan basis voor goede groepsprocessen
De Wet OKE stelt regels voor groepsgrootte (maximaal 16 kinderen) en kind/staf-ratio (maximaal één leidster op acht kinderen). De onderzoekers adviseren om deze regels te behouden; deze structurele kenmerken komen namelijk de kwaliteit van emotionele groepsprocessen – zoals een positief klimaat en het reguleren van gedrag – ten goede.

Ook pleiten zij voor een goede balans tussen (begeleid) spel en educatieve activiteiten, en voor een planmatige aanpak hiervan over een langere periode (geïmplementeerd curriculum). Ook dit draagt positief bij aan de emotionele kwaliteit, maar vooral aan de educatieve kwaliteit van de processen in de groepen.

Over het onderzoek
Dit onderzoek is gefinancierd via het programma Beleidsgericht Onderzoek Primair Onderwijs (BOPO). Vanaf 1 januari 2014 wordt de BOPO opgevolgd door de Programmaraad Beleidsgericht Onderzoek (ProBO), onderdeel van het NRO.

Voor het onderzoek is onder meer geput uit gegevens die zijn verzameld in het kader van de nationale cohortstudie Pre-COOL2-5 in een landelijk representatieve steekproef van kinderdagverblijven en peuterspeelzalen.