We verbinden ons suf

Jeukwoorden. In NRC-Handelsblad schrijft Japke Bouma er wekelijks een column over. ‘In onze hybride organisatiestructuur anticiperen we volgens een structurele fast forward werkwijze aan het implementeren van een robuuste visie richting de toekomst.’ Dat soort formuleringen.

door Marion Stenneke, adviseur Kennisbenutting NRO

Marion Stenneke, adviseur Kennisbenutting NRO

Bij het NRO doen we verwoede pogingen klare taal te spreken. Dacht ik. Tot ik las welk woord volgens Bouma op nummer 1 staat van de lijst allerverschrikkelijkste jeukwoorden aller tijden: verbinding (zie: En dan nu de parel onder de jeukwoorden).

Laat dat nu net het woord zijn dat we bij het NRO hadden gekozen als kernwoord voor onze missie.

Het streven naar verbinding wordt te pas en te onpas opgevoerd, vooral door bestuurders en leidinggevenden. Geen kantoorklerk die snapt wat de baas ermee bedoelt, maar de medewerkers herhalen het braaf: in hun e-mails, beleidsstukken, presentaties. En als het echt erg wordt, tijdens de lunchpauze. ‘Ik heb er zo van genoten hoe er tijdens het kinderfeestje van Sofie zaterdag een soort van verbinding groeide tussen haar vriendinnen.’

Hoe zit dat bij het NRO?

Het NRO verbindt onderzoekers met leerkrachten, verbindt universiteiten met scholen, verbindt bureaumedewerkers met beleidsambtenaren. Ja, we verbinden ons suf. Ik geloof oprecht dat mijn collega’s en ik allemaal kunnen uitleggen wat we beogen met al die verbindingsacties. En met concrete voorbeelden kunnen aantonen hoe we dat doen. Maar het kan geen kwaad ons eigen vocabulaire kritisch tegen het licht te houden.

Jeukwoorden maskeren handelingsverlegenheid. Handelingsverlegenheid is natuurlijk ook zo’n woord waar je een allergische reactie van krijgt. Het betekent dat we geen flauw idee hebben wat we moeten doen, maar dat klinkt zo hopeloos. Ergens verlegen mee zijn, biedt tenminste nog perspectieven. Maar dat terzijde.

Ik ben de eerste om toe te geven dat het NRO zich soms herkent in deze handelingsverlegenheid. Het ministerie van OCW heeft ons een grootse opdracht gegeven: de kwaliteit van het onderwijs verbeteren door middel van een eenduidige, sterke en efficiënt werkende kennisinfrastructuur. Ga er maar aanstaan. Vele gesprekken hebben we gevoerd over waar te beginnen, hoe het budget zo effectief mogelijk in te zetten.

Toch kunnen we vier jaar na oprichting voorzichtig stellen dat het NRO, in samenwerking met heel veel andere organisaties, een klein verschil begint te maken. Het onderwijsveld is groot, zo ook de expertise en ervaring bij de tientallen partners van het NRO.

De Kennisrotonde draait, mede dankzij de onderwijsraden voor PO, VO en MBO, de Onderwijscoöperatie, het ministerie van OCW en makelaars van diverse onderzoeksinstellingen.  Zo’n 140 onderwijsprofessionals stelden hun vraag, 44 doorwrochte antwoorden staan op de site. Door de vragenstellers gewaardeerd met een 7,7.

De Kennisportal staat, mede dankzij de inzet van 15 organisaties die databases over onderwijsonderzoek onderhouden. Gebruikers waarderen het dat diverse verzamelingen van onderzoek via één ingang doorzoekbaar zijn.

Het voor het onderwijs relevante onderzoek loopt en levert op, mede dankzij de inbreng van deskundige onderwijsprofessionals en beleidsambtenaren.

De werkplaatsen onderwijsonderzoek worden ingericht, mede dankzij gemotiveerde hogescholen en schoolbesturen. In de werkplaatsen komen onderzoekers en onderwijsprofessionals dagelijks samen om antwoorden te vinden op de vragen uit de scholen. Onderwijsinstellingen meldden bij het NRO dat ze behoefte hebben aan een dergelijke werkvorm.

Om maar een paar voorbeelden te noemen. En dat allemaal om het onderwijs in Nederland te verbeteren.

Tijdens een internationaal congres vorige week in Kopenhagen merkten we hoeveel belangstelling andere Europese landen inmiddels hebben voor onze activiteiten. Ons werd het hemd van het lijf gevraagd. Over onze lessen uit de evaluatie van de samenwerking tussen onderzoekers en leraren,  over de website Leraar24, over de discussiebijeenkomsten tussen onderzoekers en medewerkers van het ministerie. Ook allemaal projecten waarin we verbindingen leggen.

We draaien het niet meer terug. We kunnen niets beters bedenken. Verbinding blijft de term die het NRO gebruikt als we onze doelen beschrijven. Met de hoop dat onze lezers en toehoorders hun ergernis over dit jeukwoord kunnen inslikken. En vooral met het streven dat ons werk zó’n concrete invulling geeft aan het woord ‘verbinding’, dat over een tijdje niemand zich meer afvraagt wat het NRO in vredesnaam met dit nietszeggende begrip wilde zeggen.

Vragen of reacties welkom: m.stenneke@nwo.nl

Marion Stenneke, adviseur Kennisbenutting NRO

3 reacties

  1. rob martens schreef:

    ja vooral doorgaan met verbinden! Anders wordt onderwijsonderzoek betekenisloos.

  2. Ton Bruining schreef:

    Mooi stuk Marion. Ga door met het goede werk. Verbinden is geen jeukwoord, maar een werkwoord.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *