Weinig steun voor landelijke norm basisondersteuning passend onderwijs

Een landelijke norm voor basisondersteuning passend onderwijs is geen oplossing voor de onduidelijkheid die veel ouders ervaren. Ouders willen vooral weten wat voor hun kind op die school, in die klas, met die leraar mogelijk is. Dat de ondersteuningsplannen veel variatie in vorm, omvang en concreetheid vertonen, is geen probleem als de kinderen de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben, en scholen en samenwerkingsverbanden goed communiceren met de ouders.

In de Wet Passend Onderwijs –ingevoerd in 2014– is vastgelegd dat regionale samenwerkingsverbanden ten minste eens in de vier jaar een ondersteuningsplan vaststellen. Onderdeel van zo’n plan is een beschrijving van de basisondersteuningsvoorzieningen die op alle vestigingen van scholen in het samenwerkingsverband aanwezig zijn. Samenwerkingsverbanden beschrijven de basisondersteuning vanuit verschillende perspectieven: probleemgebieden, interventies en methodieken, niveaus van ondersteuning, visie op ondersteuning of een bepaalde werkwijze. Het aspect kwaliteit blijft in de meeste plannen onderbelicht. Verschillen tussen aangrenzende samenwerkingsverbanden zijn vergelijkbaar met de verschillen tussen niet-aangrenzende samenwerkingsverbanden. Slechts enkele koppels van samenwerkingsverbanden maken melding van onderlinge afspraken over het ondersteuningsaanbod.

Communicatie met ouders

Scholen moeten in hun schoolondersteuningsprofiel duidelijk maken wat zij bovenop de basisondersteuning aan extra hulp te bieden hebben. Maar die profielen zijn niet heel actueel en lijken vooral een papieren werkelijkheid te representeren. Ze spelen nauwelijks een rol in de communicatie met ouders over het ondersteuningsaanbod van de school. Meestal zijn de schoolbesturen verantwoordelijk voor het nakomen van de afspraken over de basisondersteuning in het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband. Bij aanvragen voor arrangementen of toelaatbaarheidsverklaringen, checken de samenwerkingsverbanden wel of de afspraken over basisondersteuning zijn nagekomen.

De meeste scholen voldoen volgens de directeuren en coördinatoren van de samenwerkingsverbanden aan de afspraken over de basisvoorzieningen of hebben een groter ondersteuningsaanbod dan afgesproken. Het is voor ouders echter niet altijd helder op welke ondersteuning zij kunnen rekenen. Meestal komt de onduidelijkheid voort uit het niet goed geïnformeerd zijn of uit een gebrek aan communicatie tussen ouders en school. Soms hebben ouders hogere verwachtingen van de ondersteuning dan de school nodig vindt of kan bieden.

Landelijke norm

De meeste betrokkenen bij dit onderzoek zien een landelijke norm voor basisondersteuning niet zitten. Zij willen de wet laten zoals die is, inclusief de terminologie van ‘basisondersteuning’ en ‘extra ondersteuning’. Een landelijke norm druist volgens hen in tegen de beleidsvrijheid en autonomie van samenwerkingsverbanden en scholen. Daarnaast vrezen ze dat een landelijke norm tot eindeloze discussies leidt en geen recht doet aan regionale verschillen.

Vooral eenduidige informatie, duidelijke afspraken en goede communicatie moeten eventuele rechtsongelijkheid en onduidelijkheid bij ouders en leraren voorkomen. Ouders weten dan wat wel of niet onder de basisondersteuning valt en wat ze kunnen verwachten. En leraren weten wat er van hen verwacht wordt. De resultaten van dit onderzoek vormen dus geen aanleiding tot het wijzigen van de wet. De termen basisondersteuning en extra ondersteuning bieden samenwerkingsverbanden voldoende mogelijkheden om het beleid rond passend onderwijs vorm te geven en verder te ontwikkelen.

Het onderzoek is op 25 juni 2018 door de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media aangeboden aan de Tweede Kamer bij de Kamerbrief en twaalfde voortgangsrapportage.

Heim, M., Weijers, S., Basisondersteuning in passend onderwijs. Verschillen tussen scholen en samenwerkingsverbanden en de (on)wenselijkheid van een landelijke norm voor basisondersteuning. Amsterdam/Utrecht: Kohnstamm Instituut/Oberon. (Rapport 999, projectnummer 20689.15).
Dit is publicatie nr. 41 in de reeks Evaluatie Passend Onderwijs.

Meer informatie