Wisselende oordelen over nieuwe manieren van toewijzing in samenwerkingsverbanden passend onderwijs

Directeuren van samenwerkingsverbanden en functionarissen die in het samenwerkingsverband betrokken zijn bij de toewijzing van extra steun aan leerlingen, zijn tevreden over de nieuwe manier van toewijzing die in het samenwerkingsverband georganiseerd is. Dit geldt in veel mindere mate voor de intern begeleiders en de zorgcoördinatoren binnen de scholen: zij vinden dat de procedures vergeleken bij de situatie vóór passend onderwijs minder transparant zijn, dat de toewijzing minder deskundig gebeurt en dat er minder middelen beschikbaar zijn.

Sinds 2014 zijn samenwerkingsverbanden passend onderwijs volledig vrij in de wijze waarop zij extra onderwijsondersteuning inrichten en toekennen aan leerlingen en in de verdeling van de middelen over scholen. Er bestaan geen landelijk vastgestelde criteria meer voor het toekennen van voorzieningen. De verwachting bij deze verandering was dat de nieuwe manier van toewijzen van extra steun zou leiden tot meer flexibiliteit, minder bureaucratie, minder ‘labelen’ van kinderen volgens medische criteria en efficiënter gebruik van financiële middelen. Door critici werden echter ook zorgen geuit, namelijk dat deze decentralisatie zou kunnen leiden tot minder transparantie, minder rechtsgelijkheid en minder deskundigheid bij het toewijzen van extra steun.
Binnen het programma Evaluatie Passend Onderwijs (2015-2020) wordt door het Kohnstamm Instituut onder meer gekeken naar de toewijzing van extra onderwijsondersteuning vóór en ná de invoering van passend onderwijs. Daaruit blijkt het volgende.

Samenwerkingsverbanden gemiddeld positief

Directeuren van samenwerkingsverbanden zijn gemiddeld positief over de nieuwe situatie. Ze vinden dat de genoemde verwachtingen uitkomen en dat dat zelfs nog méér het geval is dan ze zelf vooraf dachten. Ze zijn ook van mening dat de genoemde nadelen niet zijn opgetreden, integendeel zelfs: op sommige van deze aspecten zien ze juist een verbetering. Dit alles geldt ook voor personen binnen de samenwerkingsverbanden die betrokken zijn bij de toewijzing van extra steun (bijvoorbeeld als lid van een toelatingscommissie); hun meningen lijken op die van de directeuren van de samenwerkingsverbanden.

Bij scholen een gemengd beeld

De personen die in de scholen het meest met leerlingenzorg te maken hebben (intern begeleiders in het primair onderwijs en zorgcoördinatoren in het voortgezet onderwijs) beoordelen de nieuwe situatie veel minder gunstig dan de directeuren en de toewijzers. Zij vinden weliswaar dat er sprake is van minder bureaucratie dan voorheen, maar wat betreft transparantie, deskundigheid en voldoende middelen vinden ze dat er sprake is van een achteruitgang. Bij flexibiliteit zien ze geen verschil tussen de oude en de nieuwe situatie. Ook hadden ze bij enkele aspecten vooraf hogere verwachtingen dan wat er in hun ogen is waargemaakt.

Verklaringen voor verschillen

De onderzoekers vinden dus een verschil in oordelen tussen de vertegenwoordigers van de scholen enerzijds en van de samenwerkingsverbanden anderzijds. Als mogelijke verklaringen zien zij:

  • dat de ib’ers en zorgcoördinatoren niet zelf de ontwerpers van de nieuwe procedures zijn geweest en daardoor minder inzicht hebben in wat er precies veranderd is en waarom;
  • dat directeuren en toewijzers zich meer identificeren met het nieuwe beleid en wellicht te optimistisch zijn over de effecten op scholen;
  • dat men op de scholen nog moet wennen aan de nieuwe procedures en de omschakeling van een oude naar een nieuwe situatie.

Ook suggereren de onderzoekers dat misschien nog niet genoeg is gecommuniceerd over aard, inhoud en bedoeling van de veranderingen. Verder onderzoek binnen dit evaluatieprogramma moet uitwijzen welke verklaring(en) de meeste geldigheid blijken te hebben.

Staatssecretaris Sander Dekker heeft de nu afgeronde onderzoeksrapporten naar de Tweede Kamer gestuurd in de negende Voortgangsrapportage.

Heim, M., Ledoux, G., Elshof, D. & Karssen, M. (2016). Ingeslagen paden. De samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs en hun nieuwe procedures voor de toewijzing van onderwijsondersteuning. Eenmeting 2016. Amsterdam: Kohnstamm Instituut

Meer informatie