Zeven samenhangende onderzoeksprojecten van start

In 2019 zijn zeven teams van onderwijsonderzoekers van start gegaan met subsidie uit de ronde Samenhangende Onderzoeksprojecten 2018. Deze zeven teams verdiepen zich de komende jaren onder meer in creativiteit bij rekenen en wetenschap- en technologieonderwijs, het sociale klimaat op school voor buitengesloten leerlingen en het aanleren van tekstbegripstrategieën zonder tekst.

Met het financieringsinstrument ‘Samenhangende onderzoeksprojecten’ wil het NRO diepgang en samenhang in het onderzoek mogelijk maken. Het gaat om projecten van grotere omvang waarin meerdere onderzoekers samenwerken. De voorstellen hebben een looptijd van vier tot vijf jaar en een maximale omvang van 600.000 euro per project.

De zeven gehonoreerde samenhangende onderzoeksprojecten

De volgende zeven projecten zijn gehonoreerd:

Direct of indirect? Uitleggen en nudgen om zelfbeoordeling en zelfregulatie van tekst leren te bevorderen
Onder leiding van Dr. A.B.H. de Bruin

Leerlingen hebben grote moeite met zelfbeoordeling en zelfregulatie tijdens het leren van verklarende teksten, met suboptimale leerprestaties tot gevolg. Leerlingen vertrouwen vaak op oppervlakkige informatie of cues tijdens zelfbeoordeling en zelfregulatie, in plaats van op cues die meer diagnostisch voor hun begrip zijn (bv. hoe goed ze causale relaties in een tekst begrijpen). Interventies gericht op het genereren van diagnostische cues (bv. een diagram met causale relaties invullen) blijken matig succesvol. Om zelfbeoordeling en zelfregulatie verder te verbeteren moet het daadwerkelijke gebruik van diagnostische cues bevorderd worden.

ICT-competentie en ongelijkheid in onderwijsprestaties
Onder leiding van prof. dr. G.L.M. Kraaykamp

ICT-familiarity kan bijdragen aan het begrijpen van ongelijk presteren in het onderwijs van jongens en meisjes, en van kinderen uit hoge en lage sociale milieus. In dit vernieuwende onderzoek relateren we sociale ongelijkheid in de onderwijsprestaties van leerlingen aan ICT-expertise. Eerder onderzoek naar de “digitale kloof” laat een sterke differentiatie van ICT-competentie zien naar gender en familieachtergrond. In dit voorstel bestuderen we daarom ICT-competentie als een relevante, eigentijdse verklaring voor prestatieverschillen tussen meisjes en jongens (subproject A), en tussen leerlingen met meer en minder begunstigde familieachtergronden (subproject B).

Creativiteit bij rekenen en wetenschap- en technologieonderwijs
Onder leiding van Prof. dr. E.H. Kroesbergen

Hoe kan het onderwijs leerlingen helpen om hun creatieve vermogens verder te ontwikkelen? Deze vraag staat centraal in dit samenhangend onderzoeksproject. In twee deelprojecten wordt de ontwikkeling van creativiteit (specifiek: divergent en convergent denken) onderzocht in de context van het rekenonderwijs en wetenschap- en technologieonderwijs bij leerlingen uit groep 7 en 8. In beide projecten wordt eerst onderzocht hoe creativiteit samenhangt met domein-specifieke rekenvaardigheden (project 1) of onderzoeksvaardigheden (project 2).

De bijdragen van impliciete attitudes en interpersoonlijke nabijheid aan een veilig sociaal klimaat op school voor buitengesloten leerlingen.
Onder leiding van Dr. T.A.M. Lansu

Onderzoek naar interpersoonlijke processen maakt onderscheid tussen expliciete/bewuste en impliciete/onbewuste processen. Het meeste onderzoek naar sociale problemen van kinderen op school betreft expliciete attitudes en bewust gedrag. Dit project is uniek en baanbrekend omdat het impliciete attitudes en onbewust gedrag in de vorm van fysieke afstand ten opzichte van buitengesloten kinderen onderzoekt. Project 1 onderzoekt hoe expliciete en impliciete attitudes van klasgenoten en leraren hun gedrag ten opzichte van buitengesloten kinderen beïnvloeden. Project 2 onderzoekt hoe de fysieke afstand van klasgenoten en leraren tot buitengesloten kinderen het functioneren van deze kinderen beïnvloedt. Project 3 test twee interventies. Interventie 1 is een videogame om de impliciete attitudes van klasgenoten over buitengesloten kinderen te verbeteren. Interventie 2 verandert de klasindeling om het ondersteunend netwerk rondom buitengesloten kinderen te versterken.

Met de Verborgen Hand van de Leerkracht Goed Burgerschap Bevorderen
Onder leiding van Dr. M.T. Mainhard

Op Nederlandse scholen is er in toenemende mate sprake van een etnisch en cultureel diverse leerlingpopulatie. Dit biedt scholen de unieke mogelijkheid om leerlingen voor te bereiden op vreedzaam samenleven en om democratisch burgerschap te bevorderen. We stellen dat, naast het expliciete curriculum, het dagelijkse gedrag van leraren in de klas een grote invloed kan hebben op het burgerschap van leerlingen, en dat klassen als microsamenlevingen parallel lopen met de samenleving als geheel en dat “goed” school – of klassenburgerschap “goed” maatschappelijk burgerschap bevordert. Wij combineren de (extended) contact theory met de social referencing theory om te onderzoeken hoe dagelijkse leerkrachtgedragingen aspecten van burgerschap bij leerlingen beïnvloeden (deelproject 1) alsmede de democratische aard van de peer ecologie (deelproject 2).

De rol van veerkracht en toekomstperspectief in het omgaan met stress en zelfgereguleerd leren van leraren en leerlingen
Onder leiding van Prof. dr. T.T.D. Peetsma

Om succesvol om te kunnen gaan met de snelle veranderingen in de 21e eeuw, moeten zowel leerlingen als leraren hun leren kunnen reguleren. De regulatie van emoties is een belangrijk proces voorafgaand aan ZGL-gedrag zoals plannen, inzet en voortgang monitoren. Veel leersituaties zijn namelijk potentieel stressvol voor leerlingen en leraren. De voorgestelde samenhangende onderzoeksprojecten hebben tot doel een model te ontwikkelen, testen en toepassen, dat verklaart hoe lerenden (vertegenwoordigd door leraren in Project 1 en leerlingen in Project 2) omgaan met dagelijks ervaren stress. Dit wordt gedaan op basis van twee factoren die tot op heden onvoldoende zijn bestudeerd in zelfregulatieonderzoek: toekomstperspectief en veerkracht.

Het aanleren van tekstbegripstrategieën zonder tekst
Onder leiding van Dr. H.K. Tabbers

Veel leerlingen in het basisonderwijs halen niet het vereiste eindniveau in tekstbegripsvaardigheden. De training van begripsvaardigheden is vaak niet effectief, omdat leerlingen met het leesproces zelf worstelen en weinig gemotiveerd zijn om met teksten te oefenen. Het belangrijkste doel van dit onderzoeksvoorstel is dan ook om te onderzoeken of en hoe er in de bovenbouw effectief geoefend kan worden met tekstbegripstrategieën zonder geschreven tekst te gebruiken. De oplossing die wij voorstellen is om online video’s te gebruiken, omdat het begrijpen hiervan sterk lijkt op het begrijpen van tekst, en er bewijs is dat suggereert dat training van begripsstrategieën met video’s een positief effect heeft op het maken van inferenties in geschreven tekst.