Zitten blijven of overgaan

Zitten blijven of overgaan?

In Nederland blijven veel kinderen zitten. Leraren en ouders verwachten vaak dat die kinderen daar baat bij hebben. Maar uit onderzoek blijkt dat zittenblijven op de lange termijn geen voordelige effecten heeft. Zittenblijven wordt daarom vooral gezien als tijdverspilling voor het kind. De vraag is dus: hoe kun je zittenblijven voorkomen?

Wat we weten uit onderzoek

Bekijk deze animatie van de kennisrotonde voor een samenvatting. Of lees meer over verlengd kleuteren en zittenblijven na groep 2.

  • Meer over verlengd kleuteren

    Verlengd kleuteren is de meest voorkomende vorm van zittenblijven. Leraren besluiten regelmatig tot kleuterbouwverlenging om een kind dat nog niet schoolrijp is extra tijd te gunnen. Uit onderzoek blijkt dat verlengd kleuteren op de lange termijn geen positieve invloed heeft op de leerprestaties. Kinderen die verlengd kleuteren presteren in de eerste tijd na de kleuterbouw iets beter dan kinderen met vergelijkbare scores die direct zijn doorgestroomd, maar dat verschil verdwijnt langzaam. In groep 6 is geen verschil meer te zien.

    Omdat verlengd kleuteren niet effectief is, wordt aangeraden dit zo veel mogelijk te voorkomen. Dat kan op de volgende manieren:

    Waak voor onderschatting

    Als een leraar besluit een kind langer te laten kleuteren, oordeelt de leraar vaak negatiever over de cognitieve vaardigheden dan op basis van toetsen (zoals Citotoetsen) mag worden verwacht. Wellicht onderschatten leraren dus soms de mogelijkheden van een leerling.

    Houd rekening met ‘ontwikkelingssprongen’

    De ontwikkeling van kleuters gaat vaak met ‘sprongen’. Een vijfjarige die nog niet tot twintig kan tellen, kan dat soms één of twee weken later wel. Dat maakt het moeilijk om het niveau van kleuters goed in te schatten. Dit is een argument om kinderen bij twijfel toch te laten doorstromen.

    Let op ‘herfstkinderen’

    Verlengd kleuteren wordt vaker ingezet bij jongere kinderen onder wie de zogeheten ‘herfstkinderen’. Leeftijd in maanden is geen goede voorspeller voor prestaties van een leerling in het vo. Wees dus terughoudend met verlengd kleuteren bij deze kinderen.

    Besteed extra aandacht aan risicogroepen

    Als leraar van een kleutergroep kun je preventief extra aandacht besteden aan kinderen in risicogroepen, zoals jongens, kinderen met een migratieachtergrond en kinderen van laagopgeleide ouders. Schoolbesturen kunnen hiervoor budget voor onderwijsachterstandenbestrijding inzetten.

    Versoepel de overgang naar groep 3

    Kleine aanpassingen kunnen de overgang van groep 2 naar groep 3 versoepelen. Leraren kunnen bijvoorbeeld in groep 2 speels de taalontwikkeling stimuleren en in groep 3 spelelementen gebruiken voor leerlingen die dat nodig hebben.

    Overweeg andere structuren

    Om langer kleuteren te voorkomen, hebben sommige scholen per jaar twee overgangsmomenten naar groep 3. Dit is onder meer een goede oplossing voor herfstkinderen. Ook zijn er scholen die een doorgaande leerlijn creëren met een combinatiegroep 2 en 3.

  • Meer over zittenblijven na groep 2 (po en vo)

    Ook na de kleuterklas komt zittenblijven veel voor, zowel in het po als het vo. Ook daarbij geldt dat positieve effecten voor een leerling (zowel qua leerprestaties als sociaal-emotioneel) na verloop van tijd verdwijnen. Op de lange termijn heeft zittenblijven een negatieve invloed op de kansen en prestaties van leerlingen. Scholen en leraren kunnen een aantal dingen doen om doubleren te voorkomen:

    Laat zittenblijven een uitzondering zijn

    Het advies aan scholen is om de overgangsnormen niet te strikt toe te passen. Alleen in heel specifieke gevallen kan het voor een leerling beter zijn om niet door te stromen. Bijvoorbeeld als de leerling veel onderwijstijd heeft gemist, de relatie tussen leerling en leraar positief is en er draagvlak bij leerling en ouders is voor zittenblijven.

    Zet extra ondersteuning in

    Zittenblijven kan soms worden voorkomen door extra ondersteuning. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van intensievere begeleiding tijdens schooluren, hulp van de ouders, voorschoolse programma’s of een zomerschool. In de praktijk is dit niet altijd eenvoudig. Toch blijken er in overleg met schoolleiders, collega-leraren of intern begeleiders (of ambulant begeleiders) toch vaak mogelijkheden te zijn.

    Bied adaptief onderwijs

    Ook adaptief onderwijs kan eraan bijdragen dat minder leerlingen doubleren. Leraren kunnen bijvoorbeeld de instructie, feedback of oefeningen aanpassen voor leerlingen die dat nodig hebben. Adaptief onderwijs doet wel een beroep op complexere vaardigheden van leraren.


Vragen uit de onderwijspraktijk


Verdiepen op dit thema

Hieronder vind je uitgebreidere publicaties en kennisbronnen over dit thema. Doorzoek onze portal, of bekijk de uitgelichte publicaties.


Gerelateerde thema's